| "Ik teken het zo en zo moet het worden,, |
|
| donderdag 03 juli 2008 | |
|
Jan Jansen viert op 6 mei zijn 65e verjaardag. Eind april kreeg hij de Max Heijmans-ring uitgereikt. Toen zijn goede vriend Frans Molenaar de modeprijs in 2003 ontving vroeg Jansen gekscherend aan hem: "Over twee jaar geef je hem toch wel aan mij?" Dat de tweejaarlijkse onderscheiding van de vereniging van modejournalisten hem daadwerkelijk zou worden toegekend, kon hij toen nog niet vermoeden.
De carrière van schoenontwerper Jan Jansen leest als een roman. Het is het verhaal van een jongen die niet gelukkig was met zijn eigen schoenen. Hij had schoenen met dikke, degelijke zolen uit de kinderschoenenfabriek van zijn vader. "Kan dat niet eleganter?" vroeg hij zich op 6-jarige leeftijd af. Die jongen groeide op en werd een eigenzinnig schoenontwerper. Een vakman die al zijn leesten zelf maakt. Met de hand, zoals hij dat in een schoenatelier in Rome heeft geleerd. Een perfectionist ook, aan wiens ontwerpen niets veranderd mag worden. Wereldberoemd is hij niet, maar zijn schoenontwerpen zijn wel wereldwijd nagemaakt en van die kopiën zijn er miljoenen verkocht. 'Zippy' een enkellaarsje met een schuine rits dat hij in 1979 bedacht, werd door een Franse schoenenfabrikant gekopieerd en van die kopie is er midden jaren '80 in de VS een miljoen paar verkocht. Het is ook voorgekomen dat een merk hem op freelance basis inhuurde en een schoen liet ontwerpen, om daar een volgend seizoen vrolijk zelf op voort te borduren. "Dan verkopen ze het als de tweede lijn van Jan Jansen, zonder mij daarin te kennen." Vorig jaar stond hij tweemaal op de voorpagina's van de landelijke dagbladen. Eerst was een kopie van zijn werk ontdekt in de collectie van Giorgio Armani, vervolgens bracht Prada een reproductie van zijn bamboeschoen - die dateert uit 1973 - op de markt. Sinds de auteursrechtenwet van 2001 kan Jansen zich iets beter verweren tegen dergelijk plagiaat, maar dat kan leiden tot (te) kostbare rechtzaken. Hij ligt er niet wakker van, zegt hij. "Het is maar hoe je het bekijkt. Toen ik laatst in Milaan op de beurs was, zei iemand: 'Jij bent beter dan Armani en Prada. Als ze jou moeten kopiëren, dan ben jij beter'." Deze laconieke houding is typerend voor de schoenontwerper. Jansen wordt internationaal om zijn vakmanschap en modegevoel geprezen. Hij is trends en modetendensen soms jaren vooruit. Neem de beroemde klomp 'Woody' waarmee hij in 1969 de Nederlandse klomp een nieuw aanzien gaf. Eerst zette een winkelier in de Kalverstraat ze in de etalage naast molentjes en andere Hollandse snuisterijen als gimmick voor toeristen. Toen ontwerpster Sophie van Kleef de klompen in een show had gebruikt, wilde iedereen ze hebben. Nadat het honderdduizendste paar Woodies was verkocht, heeft fabrikant Arthé de ontwerper verrast met een gouden klompje. Zelf heeft Jansen het vak in de praktijk geleerd, maar in november 2005 is hij benoemd tot hoogleraar aan de Bunka modeacademie in Tokio. In Milaan doceert hij aan de Ars Arpel School en ondertussen werkt hij rustig verder aan zijn volgende schoen. Hoewel hij deze maand de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, denkt hij niet aan stoppen. "Ik ga door tot mijn laatste ademtocht." Omdat hij moet werken voor de kost, "maar," zegt hij , "als ik morgen de Staatsloterij zou winnen, zou ik overmorgen aan een nieuwe collectie beginnen."
Vakmanschap "Paul Huf heeft mij ontdekt" vertelt Jan Jansen. De ontwerper zit achter zijn bureau op de werkkamer boven zijn schoenwinkel aan het Rokin in Amsterdam. Op het bureau ligt een grote vijl tussen de pennen en een houten leest op een stapel papier. Fotograaf Paul Huf kwam in april 1964 bij de jonge schoenontwerper langs voor de 'Vakmanschap is meesterschap' reclamecampagne die hij maakte voor Grolsch. Hij was onder de indruk van het vakmanschap van Jansen. "Hij kende Erna van den Berg van De Telegraaf. De volgende dag kwam zij langs, schreef een groot artikel voor de krant en toen is het gaan lopen." In 1964 had Jan Jansen een werkplaats op een etage in de Jonge Roelensteeg in Amsterdam. Hij maakte schoenen op bestelling. "Voor wie werk je?" Vroeg Paul Huf. "Ik maakte schoenen voor mijn tante en een nichtje dat ging trouwen, verder kende ik niemand," zegt Jansen. "Paul heeft mij in contact gebracht met couturiers als Dick Holthaus, Max Heijmans en Frans Molenaar. Ik heb jaren schoenen gemaakt voor hun modeshows." Dat hij nu de ring heeft gekregen die naar Max Heijmans is vernoemd, vind Jansen vooral leuk omdat hij de 'eerste Nederlandse couturier' persoonlijk heeft gekend.
Als 6-jarige vond Jan Jansen zijn eigen schoenen niet leuk en op 18-jarige leeftijd besloot hij schoenontwerper te worden. Op advies van zijn vader heeft hij vroegtijdig dienst aangevraagd, omdat hij na zijn eindexamen niet wist wat hij wilde gaan doen. Toen hij de dienstplicht achter de rug had, ging hij stage lopen bij een fabriek voor damesschoenen in Loon op Zant. Daar leerde hij patronen maken. Hij ontwierp een schoen voor Tonny, die toen al zijn vriendin was en nu al jaren zijn vrouw. De schoen werd in productie genomen maar de fabrikant paste het ontwerp aan en dat beviel Jansen niet. "Ik was natuurlijk een broekie, dus ik kon toen niet zeggen wat ik ervan vond. Ik dacht wel: als het zo gaat, dan wil ik zelf schoenen maken." Hij ging naar de schoenvakschool in Waalwijk, maar was daar na drie weken uitgekeken. Ook heeft hij "een blauwe maandag" aan de kunstacademie in Eindhoven gestudeerd. Hij wist een stageplaats te bemachtigen bij een Italiaanse schoenfabrikant in Rome. "Daar hadden ze geen grote machines zoals in Brabant. Daar werd aan een tafel gewerkt met leer, spijkers en lijm. 's Avonds schreef ik alles op. Iedere handeling. Daar heb ik nu nog profijt van. Ik ben blij dat ik geen stylist ben, maar het vak heb geleerd. Als ik nu bij een fabriek kom, kan niemand mij wijsmaken dat mijn ontwerp niet gemaakt kan worden. Nee, ik teken het zo en zo moet het worden. Geen discussie mogelijk."
Nadat hij in Amsterdam vier jaar in opdracht schoenen had gemaakt, besloot Jansen om series te gaan maken. Hij trof schoenfabrikant Sjaak Bergmans in Waalwijk, die kleine aantallen wilde produceren. "Ik mocht vijf modellen ontwerpen. Van ieder model werden misschien 12 paar gemaakt." Bovendien was Bergmans bereid om dat op basis van consignatie te doen. "Betaal maar als je ze hebt verkocht, zei hij." Met deze collectie begon Jansen een winkel in de Runstraat in Amsterdam. De stap naar het buitenland kwam in 1973 toen Jansen deelnam aan de Semaine du Cuir in Parijs. Kunstverzamelaar Frits Becht, de man die Intomart heeft opgezet, heeft mij geld geleend om daar een stand te huren. "Die man had blind vertrouwen in mij. Hij had geen garantie dat hij het geld ooit zou terugkrijgen. Maar ik heb altijd al mijn leningen terugbetaald. Ik ben nooit failliet gegaan." De ontwerper realiseerde zich dat hij op de internationale leerbeurs met iets bijzonders moest komen om op te vallen. "Toen heb ik de bamboeschoen bedacht." De open sandaal met een plateauzool van bamboe, die Jansen in 2004 opnieuw in productie nam. Het Italiaanse modehuis Prada bracht dit voorjaar vervolgens een kopie op de markt. Jansen heeft hierover inmiddels een schikking met Prada getroffen. De schoen wordt alleen dit seizoen door de Italianen verkocht.
Leermeester Jansen geeft les aan een pretentieuze modeopleiding in Japan. Bekende ontwerpers als Yoshi Yamamoto en Issey Miyake hebben daar gestudeerd. De Nederlandse schoenontwerper leert de Japanse studenten het praktische handwerk. "Ik leer hen leesten maken, hakken schuren, dat soort dingen." De aanstelling als hoogleraar in Tokio, is er een in een lange carrière als docent. Ook in ons land heeft hij enige tijd les gegeven aan de AKI, een opleiding voor mode en industriële vormgeving in Eindhoven. Acteur Derek de Lint memoreerde hem onlangs in een interview. "Zijn ervaring en levenshouding maakte indruk. Hij heeft mij doen besluiten naar de theaterschool te gaan." Als hij geconfronteerd wordt met die uitspraak moet Jansen lachen. "Ja dat klopt!" zegt hij. "Ik vroeg studenten altijd wat ze wilden. Of ze rijk wilden worden of met hun handen werken etc. Derek deed altijd heel theatraal. 'Jij hoort hier niet, heb ik toen gezegd. Jij moet naar Hollywood en acteur worden.' Hij schrok dat ik dat zei, maar bekende toen dat het zijn liefste wens was." Dat Jansen momenteel geen les geeft in Nederland betekent niet dat hij de huidige generatie Nederlandse (mode)vormgevers niet aandachtig volgt. De schoenontwerper is goed op de hoogte en kent jonge couturiers als Percy Irausquin en Jan Taminiau. Die laatste kon voor zijn eerste show tijdens de Amsterdam International Fashion Week in augustus vorig jaar ook schoenen van hem lenen. Datzelfde geldt voor Mattijs van Bergen die in januari winnaar werd in de categorie 'Modern Femininity' van de Lancôme Colour Designs Awards. Zijn modellen, gehuld in feestelijke chiffonjurken, liepen op de beroemde bamboeschoenen die hierboven al werden genoemd.
Het is een goed voorbeeld van de tijdloosheid en aantrekkingskracht van Jansens ontwerpen. Heel groot is hij er niet mee geworden. Jan Jansen heeft in Nederland ongeveer 100 verkooppunten. Dat klinkt redelijk, maar met een minimum afname van 3 modellen zet het niet echt zoden aan de dijk. "Ik ben bekend bij fabrikanten en onder vakmensen," zegt hij, "maar niet bij het grote publiek. Als ik ten tijde van de Semaine du Cuir - in 1973 - een zakenwaarnemer was tegengekomen en die had gezegd dat hij een groot commerciëel succes van mijn bedrijf zou maken, dan had ik daar niets op tegen gehad. Maar ik ben die zakenpartner nooit tegengekomen. Ik had best heel groot willen zijn, maar ik vind het niet vreselijk dat het er niet van is gekomen. Het meest belangrijk is dat ik baas blijf over mijn eigen ontwerpen. Als ik nu benaderd zou worden om mijn naam te plakken op een simpel schoentje om dat vervolgens wereldwijd te verkopen, dan zou ik het niet doen. Aan mijn ontwerpen worden geen concessies gedaan." Het is zoals onlangs tegen hem gezegd werd op de vakbeurs in Parijs. "Jij ontwerpt geen schoenen," zei een kennis tegen hem, "jij maakt Jan Jansens."
|


