Arnhem Mode Biënnale blijft ambitieus
E-mail
vrijdag 01 mei 2009
Deze zomer wordt alweer de derde editie gehouden van het mode-evenement Arnhem Mode Biënnale. Het evenement is opnieuw groter, langer en internationaler dan zijn voorgangers. Maar het organiseren van een evenement op deze schaal is geen sinecure.

De vijf meter lange palen die tijdens de derde editie van Arnhem Mode Biënnale dienen om de tentoonstellingspaviljoens hoog boven in de lucht te houden, zijn goedgekeurd door Ballast Nedam. “Dus het is veilig,” stelt artistiek directeur Piet Paris glimlachend vast tijdens zijn enthousiaste betoog over wat er allemaal te zien zal zijn tijdens de derde editie van het evenement. “Op veler verzoek keert de mascotte terug en, dit is heel erg bijzonder natuurlijk: Máxima komt om de biënnale te openen.”

In 2003 werd mode-illustrator Pieter ’t Hoen, beter bekend als Piet Paris, door de Academie in Arnhem gevraagd of hij de functie van artistiek directeur wilde vervullen voor de modebiënnale. Hij nam de opdracht aan en aldus ontstonden er opzienbarende evenementen: Voor de editie in 2005 kwam er een windtunnel in de voormalige Cobercofabriek. In 2007 waren er vloeren van vogelzaad en waspoeder. En dan nu dus die paviljoens.

“Ik vind het verbazingwekkend hoe er steeds uit hetzelfde hoofd, allerlei verschillende ideeën kunnen komen,” zegt burgemeester van Arnhem, Pauline Krikke. In 2002 was zij degene die naar de Academie in Arnhem stapte met de vraag of men een plan kon bedenken om mode beter zichtbaar te maken in de stad. Toenmalig hoofddocente Gisèle Prager en eventproducente Lisette Schmetz kwamen daarop met het idee een tweejaarlijks modefestival in de stad te organiseren. Voor die eerste twee edities was een convenant opgesteld met de gemeente, de provincie en het rijk die alle drie geld inbrachten. Verder werd er alvast een startkapitaal verzameld voor de tweede editie in 2007. Die tweede editie werd groter, gevarieerder en langduriger dan zijn voorganger.

De afgelopen jaren hebben medewerkers van de biënnale flink wat werk moeten verzetten om het evenement opnieuw van de grond te kunnen krijgen. Arnhem steunt de organisatie weliswaar nog met 700.000 euro voor de periode van 2009 tot 2012 (biënnales in 2009 en 2011), maar verder lag de begroting van 2,9 miljoen euro nog open. Tot de vorige editie was de Fortisbank hoofdsponsor van de Arnhem Mode Biënnale, maar die trok zich terug ten gunste van de Amsterdam International Fashion Week. Uiteindelijk werd de rol van sponsor overgenomen door Energieleverancier Essent en ING Bank, die dit jaar elk 100.000 euro bijdragen aan het evenement. Andere sponsors zijn onder andere G-Star en L’Oréal. Omdat de kredietcrisis nog eens extra geldzorgen veroorzaakte, zegde de gemeente Arnhem aan het bestuur van het evenement een extra garantiesubsidie van 500.000 euro toe.

Met ruim tachtig medewerkende ontwerpers en een uitgebreid aanvullend programma is de derde editie van de modebiënnale te duiden als de overtreffende trap van de vorige edities. De hoofdtentoonstelling is dit jaar opgezet in de negen ‘zwevende’ paviljoens, die in het centrum van Arnhem een wandelroute vormen langs het stadhuis naar de Eusebiuskerk. In deze paviljoens wordt het thema SHAPE belicht in drie stromingen van werkwijzen: de traditionele werkwijze, waarin de moulagetechniek en de getekende patronen worden geïntroduceerd met ontwerpen van Jil Sander, Christopher Kane, Lanvin, Calvin Klein, Rick Owens, Proenza Schouler en Giambattista Valli. De ongrijpbare werkwijze laat zien hoe Rodarte, Sandra Backlund, Comme des Garçons, Thom Browne, Andrea Ayala ontwerpen vanuit hun eigen belevingswereld. Tot slot is er aandacht voor de conceptuele ontwerpers als Hussein Chalayan, Maison Martin Margiela en Viktor & Rolf die tot vorm komen door te werken vanuit een concept.

In de Eusebiuskerk vormen vijftien grote en kleine paviljoens, de catwalkzaal en horeca samen een klein dorp, waar unieke stukken te zien zullen zijn van ontwerpers als Rick Owens, Boudicca, Cosmic Wonder Light Source en Klavers van Engelen, geïnspireerd op het thema van de biënnale. Jonge ontwerpers zoals José Castro, Charles Anastase, Painted Series, Spijkers en Spijkers, Mattijs en G+N vullen tien kleinere paviljoens. Behalve het eindproduct zijn er ook voorstudies en inspiratiebronnen te zien. Op de markt bij de kerk staan nog eens vijf paviljoens. Daar is werk van jonge ontwerpers te zien en te koop. Eén paviljoen wordt ingericht als informatiepunt. Een snelle greep uit het aanvullende programma: voor studenten zijn er workshops, modeliefhebbers kunnen een winkelexpositieroute volgen en modeshows bekijken en voor het vakpubliek zijn er lezingen.

Een evenement dat groeit, vraagt om een steeds grotere organisatie. Omdat de biënnale eens in de twee jaar wordt gehouden, is het moeilijk om steeds dezelfde mensen terug te vragen. Het grootste deel van het, inmiddels 20-koppige, team is dan ook elke editie nieuw. De decorbouwers, de mensen die de inrichting van de tentoonstelling verzorgen, maar ook degenen die de website, het programmaboekje en flyers maken. Inmiddels is er ook een afdeling bureaumanagement en een sponsorteam.

Medewerkers die wél deel uitmaakten van de organisatie van eerdere edities zijn Piet Paris, algemeen directeur Lisette Schmetz -die dit jaar wegens gezondheidsredenen werd vervangen door Willemien Ippel- Rachid Naas (sponsoring en producent ArtEZshows), Bianca Franssen (producent) en Marc Kwakman.

Een nieuweling sinds deze editie is bestuursvoorzitter Medy van der Laan, die in november werd aangesteld als opvolger van Diederik Laman Trip. Deze oud-bestuursvoorzitter van ING Nederland vervulde de functie sinds 2006: “Het was tijd voor nieuwe doelen en dus voor een nieuwe methode,” denkt hij zelf. “Ik ben er zeker van dat Medy weer andere dingen zal kunnen toevoegen dan ik heb gedaan.” Het vergroten van de bekendheid van het evenement is één van die dingen waar de biënnale naar streeft. Met sponsor ING en het weekblad Elsevier zijn afspraken gemaakt , die het evenement meer bekendheid kunnen geven. Ook het feit dat Prinses Máxima op 5 juni de officiële opening komt verrichten, werkt daaraan mee.

Een ander nieuw streven is ervoor te zorgen dat het evenement meer internationale allure krijgt. Het eerste initiatief daarvoor is het doorplaatsen van de tentoonstelling ‘Het beste van ArtEZ’, een alumnitentoonstelling van de beste studenten van de afdelingen Fashion en Product Design , naar de Salone del Mobile in Milaan in de jaren dat de biënnale niet plaatsvindt. Van der Laan denkt dat het werkt: “Dat blijkt bijvoorbeeld uit de toenemende belangstelling van internationale pers,” zegt ze.

Tot slot is het de bedoeling te zorgen voor meer continuïteit in de organisatie. Het is weliswaar verfrissend om steeds met andere mensen te werken, maar doel is toch om er in de toekomst voor te zorgen dat dezelfde mensen steeds terugkeren. “Onze ambitie komt steeds hoger te liggen, dus is het van belang dat de organisatie werkt als een geoliede machine. Het is beter als er dan steeds dezelfde mensen aan meewerken.”

De derde biënnale is echter wél de laatste waarin Piet Paris aan het roer zal staan. “Dat is een groot verlies,” erkent Van der Laan. “De grote kracht die het evenement nu heeft, hebben we aan hem te danken. Dat heeft ook een voordeel: Omdat de modebiënnale nu zo’n sterke internationale positie heeft, zal het makkelijker zijn om geschikte mensen te interesseren voor zo’n functie.” Wie Paris zal opvolgen, is nog niet bekend.


Bookmark or Share

| More