| Creatief en zakelijk. Interview Joline Jolink |
|
| vrijdag 01 mei 2009 | |
|
Modeontwerpster Joline Jolink wordt geschaard in het rijtje jonge, veelbelovende ontwerpers dat mede dankzij de podia van Dutch Fashion Foundation en Amsterdam. Fashion Week landelijk bekendheid heeft verworven. Het stadium ‘veelbelovend’ is zij inmiddels ontgroeid. Jong is zij wel, in juni wordt zij 28, maar onderhand is het merk dat zij drie jaar geleden samen met Peter Feldbrugge is gestart, volwassen te noemen.
Iedereen heeft het zwaar, dan moet je met creatieve oplossingen komen Hoewel terugkijkend een duidelijk lijn in haar carrière is te zien, stond voor Jolink allerminst vast dat zij na haar afstuderen een eigen merk zou gaan beginnen. De afstudeercollectie, opgebouwd rond de iconische wikkeljurk van McCardell en geshowd door topmodel en goede vriendin Rianne ten Haken, werd gespot door een headhunter die op zoek was naar versterking voor het ontwerpteam van Diane von Furstenberg. De Belgische Von Furstenberg heeft naam gemaakt met de *wrapdress *die zij begin jaren 70 lanceerde en vervolgens een succesvol modehuis opgebouwd in de Verenigde Staten. Jolink toog naar New York voor een baan, maar keerde onverrichter zaken terug. Die ervaring en de positieve reacties op haar werk hier, de McCardell-collectie leverde haar ook al een eerste retailklant op in Parijs, hebben Jolink er uiteindelijk toe doen besluiten voor zichzelf te beginnen. En zij stond er niet alleen voor. Haar vriend en geliefde Peter Feldbrugge had net zijn studie rechten afgemaakt en was eveneens op zoek naar een baan. In januari 2006 lanceerden zij samen het label dat haar naam draagt. Nog steeds is Feldbrugge bij het bedrijf betrokken. Hij is onder meer de motor achter de webshop die in maart 2008 werd gelanceerd. De start van het label in 2006 verliep voorspoedig. Joline Jolinks eerste collectie onder eigen merknaam was gebaseerd op haar eigen versie van de wikkeljurk. De collectie werd direct opgepikt door een agent in de Verenigde Staten. De eerste verkooppunten, één in New York en één in Los Angeles waren een feit. In Nederland werd zij datzelfde jaar genomineerd voor de Frans Molenaarprijs en in januari 2007 participeerde Jolink in de Preludepresentatie van de Dutch Fashion Foundation. In juni 2007 showde zij voor het eerst zelfstandig op de grote catwalk van AIFW. Een gedurfde en kostbare stap voor een beginnend merk, die haar veel publiciteit (Het Parool noemde haar de ‘nieuwe Sonia Rykiel’) maar uiteindelijk weinig klanten heeft opgeleverd. Dat is ook de reden dat Jolink in januari, na drie seizoenen met grote shows, het opeens heel anders wilde doen. Slechts een handvol klanten en journalisten nodigde zij uit in haar atelier in Amsterdam om de collectie te komen bekijken. Een intieme setting die in al zijn bescheidenheid veel beter paste bij de heersende economische onrust dan de overdadige ‘niets aan de hand’-glamour van de presentaties in de Westergasfabriek. Dezelfde creatieve zakelijkheid blijkt uit de terugkoopregeling die voor retailklanten is ingevoerd. “Iedereen heeft het zwaar, dan moet je met creatieve oplossingen komen. Zeker nu winkeliers steeds voorzichtiger zijn waar het de inkoop van nieuwe merken betreft.” Feldbrugge bedacht een regeling waarbij klanten kledingstukken die niet zijn verkocht kunnen retourneren en het aankoopbedrag besteden aan de nieuwe collectie. “Op die manier proberen wij het risico voor winkeliers te verkleinen en hen tevens te binden. Kledingstukken die terugkomen kunnen wij dan alsnog via de webshop aanbieden,” vertelt Jolink. Dat het werkt blijkt uit de reactie van Thomas de Peinder, eigenaar van AnneDress in Breda, die het merk dit zomerseizoen voor het eerst heeft ingekocht. “Met deze regeling verdienen zij wat mij betreft een keurmerk voor klantvriendelijkheid,” zegt De Peinder die in de winkel ook merken als Bruuns Bazaar, Made, Edith & Ella en Label PRC verkoopt. “Joline Jolink wil het merk samen met de detaillist goed in de markt zetten.” Ook zijn klantenkring in Breda reageert goed, “een aantal klanten is fan en komt er voor terug.” Jolink was vorig jaar een van de eerste zelfstandige Nederlandse designers die een eigen winkel op internet opende. In de maanden daarna volgden collega-ontwerpers zoals Emily Hermans en Bas Kosters. “Een enorme klus,” zegt Jolink, “het is veel werk om zo’n shop te onderhouden en klanten aan te trekken”. Maar het levert ook wat op. De webshop loopt goed, er wordt geregeld besteld en hoewel Feldbrugge het nu nog wel alleen af kan zou het zonder hem niet lukken. Ook heeft de webshop klanteninzicht verschaft, “zo heb ik de pasvorm aangepast,” vertelt Jolink, “nadat een aantal stukken terug was gekomen, want te smal op de heupen”. Voor de toekomst hoopt Jolink op groei. De retailklanten in de Verenigde Staten is zij als gevolg van de economische malaise kwijtgeraakt, maar in Nederland hebben nu zes winkels haar wintercollectie ingekocht en flinke orders geschreven. Ervan leven kan nog niet, zij is afhankelijk van investeerders en heeft een lening bij de bank, maar daar komt verandering in. “Over vijf jaar loopt de webshop goed en is er misschien al een eigen winkel in Amsterdam.” En over tien jaar? “Een winkel in New York. En een accessoirecollectie met schoenen en tassen enzovoort.” Jolink weet immers precies wat zij wil. |
