EDI een "must" voor mode-ondernemers

zaterdag 13 oktober 2007 Een toekomst zonder elektronische uitwisseling van bedrijfsgegevens is onmogelijk. Dat was de teneur van de NVKT-bijeenkomst in Modecentrum Almere. Zo'n vijftig agenten en importeurs bogen zich daar afgelopen maandag over de vraag of het invoeren van elektronische datauitwisseling (EDI) kostenverlaging en margeverbetering zouden kunnen opleveren. Kort gezegd is EDI het elektronisch uitwisselen van bepaalde bedrijfsgegevens, zoals orders, rekeningen, verkoopinformatie en bevestigingen. Nu gebeurt het uitwisselen van die gegevens in veel gevallen nog handmatig of zelfs helemaal niet. Dat kost tijd en de communicatie tussen de retailers, importeurs en leveranciers verloopt daardoor minder soepel. Initiatieven om EDI in de modebranche in te voeren zijn al jaren aan de gang, maar nog altijd hebben niet alle ondernemers de invoering in gang gezet. De sprekers Saskia Haanappel, Harry Bijl en Marnix van de Biggelaar waren echter eensgezind in hun oordeel: EDI is een 'must'. Haanappel, agent van onder meer Gelco, gebruikt EDI al met verschillende retailers: "Het kost even tijd voordat je gewend bent aan de nieuwe manier van werken, maar daarna heeft het meerdere voordelen. Doordat je inzage hebt in welke producten goed verkopen en welke juist niet, kun je als agent sneller reageren. Bijvoorbeeld als iets uit voorraad dreigt te raken of als een product juist minder goed loopt." Marnix van de Biggelaar van Betty Barclay gaat zelfs nog een stapje verder. Hij is niet alleen te spreken over de positieve resultaten die EDI oplevert, maar denkt dat niet overschakelen naar een digitaal systeem uiteindelijk negatieve gevolgen met zich mee zal brengen: "Het met de hand uitwisselen van gegevens kost meer tijd, dus is duurder. Op den duur zullen de ondernemers die dat op die manier willen blijven doen daar dan ook voor moeten betalen." Een logisch gevolg, vindt hij: "Bij de bank moet je ook steeds vaker betalen als je zaken met de post wilt blijven doen." Ook Harry Bijl van Mitex denkt dat EDI onmisbaar is. "Doordat je sneller kunt werken en de inkoop beter kunt organiseren en plannen, is het voor mode-ondernemers een mogelijkheid om de concurrentie aan te gaan met de grote verticalen," zegt hij. Volgens hem voert het belang nog veel verder. "In de toekomst zullen banken vragen om digitale gegevens als voorwaarde voor het verstrekken van leningen. En ook de fiscus zal de gedetailleerde verkoopinformatie willen zien die door het gebruik van EDI eenvoudiger te genereren is." Toehoorder Tom Knoop, docent inkoop & verkoopmanagement bij TMO is overtuigd: "In andere branches zijn de ontwikkelingen op dit gebied al veel verder," weet hij. "Alleen door te digitaliseren kan een zelfstandige de verticalen bijbenen. Wil een ondernemer dat niet, dan heeft hij alleen kans om te overleven in een nichemarkt." Jack Vrins, van For Fashion had voor de bijeenkomst nog nooit van EDI gehoord, maar is al enthousiast. "Het is zó belangrijk om te weten hoe dingen verkocht worden," zegt hij. "Met die informatie zou ik mijn klanten gerichtere adviezen kunnen geven waardoor de marges verbeteren." Toch kleven er nog enige bezwaren aan de invoering van EDI. Het levert namelijk alleen voordeel op als iedereen, zowel retailers als agenten en leveranciers, meewerkt. Vrins is bang dat hij zijn klanten niet zal kunnen overtuigen: "Negentig procent van mijn klanten zijn kleine zelfstandigen en die zijn niet allemaal even goed met de computer. Sommigen hebben zelfs geen emailadres." Ton Kelders, importeur en distributeur van onder meer Take Two, denkt juist dat het moeilijk is om de leveranciers mee te krijgen. "Tja het is een mooi systeem," verzucht hij. "Maar ja, mij gaat het echt niet lukken om dat in te voeren. Ik werk met Italianen en die zijn er gewoon niet goed in om dingen te organiseren." Bijl herkent het probleem. Om dat punt te overwinnen richtte Mitex samen met Modint en andere partners, waaronder FashionUnited e-business, een platform op dat tweehonderd retailers op weg helpt met elektronische data-uitwisseling. De resultaten daarvan zijn veelbelovend”, zegt Bijl: "Het kost enige inspanning, maar we zijn op de goede weg."