Frisse wind in het museum E-mail
zondag 01 maart 2009
Een land dat modeontwerpers voortbrengt als Viktor & Rolf, Alexander van Slobbe en Jan Jansen verdient een overzichtstentoonstelling. In het Zuiderzeemuseum, dat de stukken aankocht die een dergelijke tentoonstelling mogelijk maken, is dan ook genoeg interessants te zien. 'Gejaagd door de wind' is bedoeld als de grootste modetentoonstellingen van het jaar.

Op een grote tentoonstelling waarin Nederland en de mode centraal staan, mogen klompen natuurlijk niet ontbreken. Met de hooggehakte, in uitbundige kleuren geverfde exemplaren uit de collectie The Fashion Show van Viktor & Rolf voor de herfst/winter van 2007/2008 slaat het Zuiderzeemuseum meteen twee vliegen in één klap. Kan design nóg Hollandser?

Het antwoord op die vraag komt meerdere malen overtuigend terug in de tentoonstelling ‘Gejaagd door de wind’: Daar is te zien dat modedesign heel Hollands kan zijn. Neem bijvoorbeeld de kamer met het thema ‘Scheepsjongens van Bontekoe’, waarin Nederlandse mannenmodeontwerpers als Francisco van Benthum, Lucas Ossendrijver (Lanvin) en Ivo Mittelmeyer een moderne visie geven op de traditionele mannendracht. Of bekijk de Staphorster dramakamer. Daarin presenteert ontwerper Mark Lentelink kledingstukken uit de klederdracht en uit de internationale modewereld waarin –net zoals in het vroegere Staphorst- het vouwen centraal staat.

Drie jaar is er aan de tentoonstelling gewerkt. Veel is te danken aan de inventiviteit van Erik Schilp, de directeur die in 2006 bij het Zuiderzeemuseum aan de slag ging om het aan te passen aan de moderne tijd. “We kunnen het verleden alleen interpreteren vanuit het heden. Dus moet een museum om mensen aan te kunnen spreken een verhaal vertellen dat begint in het heden,” legt hij uit.

Het Zuiderzeemuseum heeft een van de grootste collecties streekdrachten van Nederland, die behalve kleding ook accessoires en sieraden bevat. Tot voor kort werden deze stukken in het museum gebruikt als aankleding voor een statisch verhaal over de Zuiderzee en de invloed van die zee op de mensen die daar omheen leefden. Meer niet. Nu probeert het museum dat verhaal over de mode van vroeger te verbinden met de mode van het heden en laat zo tegelijktertijd meer zien van Nederland dan alleen de Zuiderzee.

Een manier waarop dat in ‘Gejaagd door de wind’ gebeurt, is door te tonen dat succesvolle ontwerpers en designers passen in de Nederlandse traditie, bijvoorbeeld doordat ze traditionele technieken als stijven, plooien en rimpelen gebruiken. In dat licht bekeken krijgen de ontwerpen een tijdloosheid die kenmerkend is voor de Nederlandse modevormgeving. De collectie Re-Wind van Alexander van Slobbe (herfst/winter 2001/2002) heeft bijvoorbeeld een duidelijk oud-Hollandse signatuur. Met als uitgangspunt de Nederlandse streekdrachten maakte hij gebreide visserstruien en van gebruikte kledingstukken fabriceerde hij een jas en een sjaal. De oude Nederlandse gewoonte om kleding opgevouwen te bewaren, resulteerde in een kostuum met vouwen.

Van Slobbe is niet de enige die zo in nieuw licht wordt gezet. In totaal is er op de tentoonstelling werk te zien van honderd Nederlandse mode-, sieraden- en accessoireontwerpers, stylisten, fotografen en illustratoren. Behalve bekende namen als Jan Jansen, Monique van Heist, Klavers/van Engelen, Jan Taminiau, Mada van Gaans, Marcha Huskes, Mattijs van Bergen, Jeroen van Tuyl en Saskia van Drimmelen is er is ook werk te zien van modeprofessionals die momenteel minder in de belangstelling staan. Neem bijvoorbeeld Irma Boom, Manfred Meeuwig, San Ming, Dinie Besems of Frans Ankoné. Verder is er nog werk te zien van onder meer Rob Velker, Myrza de Muynck, Elizabeth van der Helm, Lucy Sarneel, Ferdinand Schmeits, Barrie Hullegie en Johannes Schwartz.

Teneinde zo’n tentoonstelling die het heden en het verleden met elkaar verbindt te kunnen maken, moest de collectie -natuurlijk- worden uitgebreid. Directeur Schilp, die sinds enkele jaren de functie van algemeen directeur van het Zuiderzeemuseum bekleedt, kreeg het voor elkaar om nieuwe sponsors aan te trekken, waaronder de Bankgiro loterij, Ing en veilinghuis Christie's. Hij haalde meer dan vijf miljoen euro aan extra financiering binnen. “Vroeger was vijf procent van het budget afkomstig van sponsoren. Nu is dat veertig procent,” vertelt hij. Prettige bijkomstigheid daarbij: “Mode is goedkoper dan een Rembrandt.” In totaal werd voor een miljoen euro aan nieuwe collectie aangekocht, waaronder behalve mode ook hedendaagse kunst, design en fotografie.

In het nieuwe collectiebeleid van het museum ligt de nadruk op het verzamelen van onder meer textiel, mode en sieraden van na 1932 om een balans te brengen in het verhaal dat het museum wil vertellen. Tot nu toe bestond de collectie namelijk vooral uit objecten van vóór die tijd, toen de Zuiderzee nog niet was afgesloten. Afgelopen jaar is die collectie aangevuld met werk van Viktor & Rolf, Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum. De meest recente aanschaf zijn de tien outfits van ontwerpduo Spijkers en Spijkers uit hun collectie Gone with the Wind voor winter 2008/2009.

Over de aankopen voor het museum beslist sinds oktober 2008 een nieuw team. Het Zuiderzeemuseum schakelde hiervoor verschillende deskundigen in. Op deze manier hoopt het museum elk vakgebied beter te kunnen uitdiepen en tegelijkertijd het geheel naar een hoger niveau te tillen. De deskundige op het gebied van mode werd lector Modevormgeving bij de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten, José Teunissen.

Voor de tentoonstelling ‘Gejaagd door de wind’ stelde het museum ontwerpers Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum aan als gastconservatoren. Zij namen hun taak uiterst serieus, vertelt Francisco van Benthum: “Het heeft ontzettend veel tijd gekost om de tentoonstelling zo te krijgen,” vertelt hij. “Het is niet zo moeilijk om een museum vol te zetten met mooie spullen, maar wij waren van mening dat wat je laat zien een reden moet hebben. We hebben ons best gedaan een interessante invalshoek te kiezen. Uiteindelijk zijn we gekomen tot de vorm van een vraagstuk: In hoeverre dient het verleden nog als inspiratiebron voor de mode? Daardoor kun je heel veel verschillende aspecten belichten en dus zowel de Zeeuwse kap laten zien op de foto’s van Maarten Schets, als de dracht rond de Zuiderzee.”

Wie niets heeft met het verleden kan maar beter thuisblijven om mode te bekijken in magazines en op internet, maar voor wie ervan houdt kennis op te doen en inzicht te krijgen, kan voor leuke verrassingen komen te staan. Een humoristisch voorbeeld is bijvoorbeeld wat Ted Noten heeft gedaan met de Urker oorringen. In plaats van de gouden oorbellen -waaraan vroeger een Urker visser te herkennen was- uit te rusten met de vertrouwde versiering van een groot vissersschip, zijn de oorringen nu voorzien van een brommer of een ipod. Met dergelijke grappen komen de sieraden los uit het nostalgische domein, hoewel ze toch duidelijk voortborduren op een originele traditie.

Uit de tentoonstelling blijkt voorts dat niet alleen mode zelf dient als inspiratiebron voor de modewereld. Ook andere Hollandse thema’s als schilderijen van Vermeer, bloemen en oranje duiken geregeld op. Illustratoren Piet Paris en Peter Jeroense ontwierpen zelfs een variant op de typische Hollandse tegel.

Met ‘Gejaagd door de wind’ is het Zuiderzeemuseum erin geslaagd een tentoonstelling te maken die zowel de mode als de geschiedenis eer aandoet. Ook op andere gebieden hebben de inspanningen van directeur Schilp succes gehad. Onder zijn leiding nam het jaarlijkse bezoekersaantal van het museum toe met meer dan 60.000. De algemene bezoekerswaardering groeide tot 8,4. Het is te hopen dat deze veelbelovende start wordt doorgezet in volgende tentoonstellingen. Maar dat moet dan wel zonder de directeur die de nieuwe koers heeft ingezet. Erik Schilp is namelijk per 1 oktober 2008 benoemd tot algemeen directeur van het nieuwe Nationaal Historisch Museum in Arnhem, een functie die hij vanaf april fulltime gaat bekleden.


 
in