tmu skyscrapert

Het moet niet te ingewikkeld worden E-mail
maandag 01 december 2008
Dertien jaar geleden begon Sabine David samen met haar moeder Marianne het label Tuuf’s World. Puur omdat de mode van die tijd niet aan hun eisen voldeed. “Damesmode was moeizaam en niet leuk en babykleding te duur of van de Hema.” Inmiddels is Tuuf’s uitgegroeid tot een bedrijf dat 100.000 stuks aan babykleding per jaar produceert. En dan is de productie van ‘de Tuuf’ niet meegerekend.

Waar de liefde voor een hond en het maken van verre reizen al niet goed voor zijn. De naam van baby- en kleuterlabel Tuuf’s World is gewoon een combinatie van beide: Tuuf was een hond en het woord world staat voor het reizen. Het logo van baby- en kleuterlabel Tuuf’s World bestaat uit een getekende hond met een wereldbol erbij. Zo simpel is het.

Sabine David, die dertien jaar geleden samen met haar moeder het label oprichtte, houdt er sowieso niet van als zaken ingewikkeld worden; zo heeft zij bijvoorbeeld nog nooit een werknemer aangenomen (“ik wil het klein houden zodat ik mijn vrijheid behoud”) en doet alles vanuit haar eigen huis; het ontwerpen van de nieuwe collectie en deze onderbrengen bij de fabrieken; het klaarmaken van de monstercollectie voor de agenten en het verwerken van hun orders en het uitzetten van de productie plus het distribueren aan de klanten. “Zo kan ik mijn kinderen gewoon zien als ze uit school komen.” De kinderen, om wie het allemaal is begonnen. Want met de komst van haar oudste – een dochter – werd ook het gebrek aan leuke babykleding ernstig duidelijk. “Of de kleertjes waren heel duur óf van de Hema.” David, die het modevak met de paplepel kreeg ingegoten – haar moeder was modeontwerpster – en zelf ook een opleiding tot ontwerper afrondde (aan de fameuze Studio Berçot in Parijs) vond bovendien dat kinderen van de kledingindustrie geen kind meer mochten zijn. Spijkerbroeken bij pasgeboren baby’s – een trend die in die tijd begon – vindt zij geen gezicht. “Je bent in je hele leven maar één jaar baby. Mag een kind er in dat ene jaar dan alsjeblieft als een baby uitzien?” licht ze haar drijfveer voor Tuuf’s World aan haar eigen keukentafel in Heemstede toe. De keukentafel die ook maar enkele tientallen meters is verwijderd van haar werkplaats; een gebouwtje dat via de tuin te bereiken is. Het is bizar te bedenken dat vanuit deze simpele opzet een bedrijf wordt gerund waar duizenden stuks kinderkleding en vijf à tienduizend knuffels per jaar in omgaan.

Praktisch Praktisch en betaalbaar, dat was het motto. Met nul ervaring op zakelijk gebied en wat geleend geld - “Maar als het niets zou worden belandden we niet meteen op straat” - kwam Tuuf’s World in 1995 met de eerste collectie: zes modellen in twee kleurcombinaties. Inmiddels is dit uitgegroeid tot twee collecties per jaar, bestaande uit vijf lijnen. Dat komt neer op meer dan honderd verschillende modellen rompertjes, jurkjes, broekjes en truitjes in zeven kleurcombinaties, in de maten 50 t/m 86. En een apart programma voor de premature baby, in de maten 40, 44 en 50. De kleding is vooral comfortabel, van katoenen jersey en velour, ook mét voet. Iets wat je ook bijna nooit meer ziet. “Omdat de pakjes maar heel kort passen, kopen weinig mensen ze. Ze worden nog maar nauwelijks gemaakt. En dat terwijl baby’s er in die pakjes het allermooiste uitzien.”

In totaal verkoopt David zo’n 100.000 kledingstukken per jaar en heeft ze van de Tuuf, het hondenknuffeltje van badstof dat is geïnspireerd op een antroposofisch popje van haar dochter, inmiddels ook al zo’n zelfde aantal verkocht. “Daar gaan er zo’n vijf à tienduizend per jaar van over de toonbank. Ze blijven verkopen,” zegt ze met trots. Het geheim zit hem volgens David in het feit dat je een hit nooit moet veranderen. Never change a winning team. En: kinderen hebben er zo vier. Een bij opa en oma, een in bed, een in de box en nog een paar op voorraad. Van heinde en verre ontvangt David mails en brieven met foto’s erbij van kinderen met een Tuuf. “En ook op straat zie ik regelmatig kinderwagens met een Tuuf erin. Mijn kinderen zeggen dan: ‘O kijk mam, een Tuuf’. De Tuufs, die zijn getest op veiligheid door TNO, worden op verschillende plekken ter wereld geproduceerd. En terwijl de eerste kleertjes geproduceerd werden door een kennis, zijn ze inmiddels op veel verschillende plekken gemaakt. In Griekenland (“De kwaliteit was prima, maar ze hadden geen verstand van babykleding”), China, en India, waar het allemaal maar moeizaam verliep. Inmiddels werkt David alweer jaren met een tussenpersoon in Hongkong. De fabrieken worden regelmatig gecheckt en ook David komt er elk half jaar. Om producten te controleren en fouten te bespreken. “Het is in een goed ontwikkeld deel van Zuid-China.”

Eenmanszaak Alle producten komen binnen in een grote opslag in Haarlem. Sinds haar moeder zeven jaar geleden uit het bedrijf stapte (al helpt ze wel mee met het ontwerpen van de collectie en is daarbij nog altijd Davids klankbord), doet David ook daar alles zelf. Nou ja, bijna alles. In drukke periodes wordt zij geholpen door uitzendkrachten. “Ik vind het vreselijk te moeten zeggen wat iemand moet doen. En al helemaal als iemand het niet goed doet,” is haar verklaring voor het feit dat ze nog steeds geen personeel heeft. Groeien wil Tuuf’s World echter wel graag. Ook als eenmanszaak (“Het is een kwestie van een groter volume.”). Daarom zou David uit willen breiden naar het buitenland. Want behalve een paar grote ketens in België en een website in Japan, is Tuuf’s World alleen in Nederland vertegenwoordigd. Vervelende ervaringen met buitenlandse agenten zijn daarvan de oorzaak. “Ik zou het zeker weer willen proberen, maar dan met goede agenten in het buitenland.” Ook het bezoeken van beurzen buiten Nederland behoort tot de opties. In Nederland exposeert Tuuf’s World op de Kleine Fabriek en wordt het label vertegenwoordigd door Eurokids. Daarmee vindt David het prettig samenwerken. Het aantal winkels in Nederland is op dit moment honderd. Babyspeciaalzaken en kinderkledingwinkels door het hele land. Met België en de website in Japan blijkt dat al meer dan genoeg om van te kunnen leven. Wel maakt ook David zich zorgen om de economische crisis die in de hele wereld dreigt. “Tuuf’s is een gezond bedrijf, maar de detailhandel in Nederland heeft het al jaren niet makkelijk. Daar maak ik me – zoals iedereen denk ik – weleens zorgen over.” David had het geluk dat ze op het juiste moment met het label is begonnen. Daarmee was ze haar concurrenten net iets voor. “De markt was toen nog niet verzadigd. In het begin ging de naamsbekendheid heel snel, van mond tot mond (en free-publicity). Zo hadden wij al een marktaandeel op het moment dat er meer aanbod kwam. Later had ik het niet gedurfd.” Dat, en de prijs/kwaliteitverhouding liggen ten grondslag aan het succes, denkt ze. En natuurlijk het feit dat zij altijd bij haar leest is gebleven. De collectie is in de loop der jaren wel uitgebreid, maar niet erg afgeweken van het oorspronkelijke idee. “Ik verander een stofje, kleurtje, streepje of printje, maar ga niet aan de modellen zitten. Het is een echte babycollectie en dat moet het blijven.”


 
in