|
donderdag 15 juli 2004 |
De koopkracht van huishoudens is vorig jaar voor het eerst in tien jaar gedaald en wel met 1,3 procent. Het inkomen nam in 2003 wel met 0,8 procent toe, maar dat was niet genoeg om de inflatie te compenseren. Dit blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag heeft gepubliceerd. De lonen en uitkeringen gingen in 2003 wel omhoog, maar mensen moesten veel meer betalen aan sociale premies en pensioenpremie. In 2003 is het reëel beschikbaar inkomen van huishoudens voor het eerst in tien jaar gedaald. De winstgevendheid van het bedrijfsleven liep terug. Het bankwezen realiseerde wel hogere winsten. Het overheidstekort liep op, vooral door hogere uitgaven. Het beschikbaar inkomen van huishoudens steeg in 2003 nominaal met 0,8 procent, maar dit was onvoldoende om de inflatie te compenseren. Het reëel beschikbaar inkomen daalde met 1,3 procent. Het looninkomen en het ontvangen uitkeringsinkomen inclusief pensioenen namen toe. De huishoudens moesten echter aanzienlijk meer sociale premies (inclusief pensioenpremies) betalen en bovendien daalde het inkomen uit vermogen fors. De consumptieve bestedingen van huishoudens zijn met 0,9 procent in volume gedaald. De 'vrije besparingen' van huishoudens waren ook in 2003 positief (4,8 miljard euro). De huishoudens konden hun consumptie dus uit hun beschikbaar inkomen financieren.
|