Met de natte zomermaanden in het achterhoofd is het nauwelijks voor te stellen, maar uit de Sectorstudie Mode van de ING Bank blijkt dat het goede eerste halfjaar dat de Nederlandse kledingbranche achter de rug heeft mede aan het weer te danken is. Het vroege, mooie voorjaarsweer heeft de omzet in de maanden februari, maart en april namelijk een zo grote impuls gegeven, dat dat de natte maanden daarna ruimschoots heeft gecompenseerd. De omzetgroei is daardoor in het eerste halfjaar uitgekomen op 8 procent. Na herstel in 2006 van de matige jaren 2002 tot 2005, heeft ook de gunstige economische situatie ervoor gezorgd dat de omzet in de kledingbranche verder is toegenomen. De omzetverwachting voor heel 2007 is als gevolg van deze resultaten opwaarts bijgesteld naar 4,5 procent. Het weer vormt echter ook een uitdaging voor de kledingbranche. Zo zorgen steeds de extremere en onvoorspelbare weerssituaties ervoor dat het omzetverloop grilliger is geworden. Daarnaast doet ook de consument steeds meer pas zijn aankopen op het moment dat de behoefte concreet is, en niet op voorhand zoals vroeger. Bedrijven die het afgelopen jaar een typische wintercollectie hadden ingekocht kregen daarom met restvoorraden te maken, terwijl kledingzaken die voor het nieuwe seizoen in een vroeg stadium relatief veel T-shirts of rokken inkochten, de vruchten hebben geplukt van de vroege zomer dit jaar. Om de negatieve impact van dergelijke moeilijk voorspelbare situaties te beperken is volgens het rapport 'snel reageren' (ofwel operationele flexibiliteit) essentieel. De studie meldt verder dat de Nederlandse consument in vergelijking met andere landen nog relatief weinig geld aan kleding uitgeeft. Dit wordt geweten aan de lage prijzen in ons land en een relatief laag modebewustzijn, vooral bij de Nederlandse man. Er vindt momenteel wel een inhaalslag plaats. Bekendheid van Nederlandse ontwerpers vergroot het modebewustzijn.