tmu skyscrapert

Passie voor couture E-mail
donderdag 01 oktober 2009

Op 14 augustus 2008 overleed Percy Irausquin op 39-jarige leeftijd. De charmante modeontwerper van Arubaanse afkomst bracht kleur in de Nederlandse mode. Irausquin stond bekend om zijn flamboyante couturejurken en zijn vrolijk en sexy vrouwbeeld leeft voort in Collection PRC van de Zantman Modegroep.

 

De Amsterdamse stadszender AT5 bracht het nieuws op een donderdagmiddag in augustus. Daarna ging het razendsnel over internet en niet veel later was het in de radio- en tv-journaals. De volgende dag stond het in alle landelijke dagbladen: modeontwerper Percy Irausquin, lieveling van sterren als Katja Schuurman, Daphne Bunskoek en Carice van Houten, was op 39-jarige leeftijd onverwacht overleden aan een hersenbloeding. Zijn partner Arjan Mallie had hem die ochtend bij thuiskomst gevonden (Mallie is purser bij KLM). De dood komt meestal te vroeg, zeker voor jonge mensen, maar bij Irausquin was het extra wrang. Het ging de ontwerper na een paar tegenslagen eindelijk weer voor de wind. Hij was een jaar eerder gaan samenwerken met de Zantman Modegroep en had de confectielijn Collection PRC gelanceerd. Voor coutureklanten werkte hij onder de naam Atelier PRC, omdat hij wegens een lopende rechtzaak zijn eigen naam niet kon gebruiken. In februari was bovendien een droomwens uitgekomen: de Britse regisseuse Suzie Templeton droeg een knalrode jurk van zijn hand naar de Oscaruitreiking in Los Angeles.

 

Dat er een eigen label zou komen was volgens Arjan Mallie die ruim acht jaar lief en leed met de ontwerper deelde, al vroeg duidelijk. “Ik heb wel eens gevraagd of hij niet liever bij een merk in dienst zou gaan, dat leek me wel praktisch, maar Percy zag daar niets in.” De jonge Arubaan was op 20-jarige leeftijd naar Nederland gekomen om een mbo-modeopleiding te gaan volgen in Breda. Voor het vliegticket had hij twee jaar gespaard. Vervolgens deed hij de Rietveld-academie in Amsterdam, waar hij afstudeerde met een (opmerkelijk) herencollectie die kort daarop gestolen is. Zijn hart lag bij vrouwenmode en Irausquin wilde voor zichzelf beginnen, toen dat niet lukte meldde hij zich aan voor de eenjarige vervolgopleiding van het Fashion Institute Arnhem. Hij had de opleiding nog niet afgerond of hij won de Frans Molenaar coutureprijs met een collectie gebaseerd op het werk van Cristobal Balenciaga. Daarna volgden stages in Parijs bij corsetmaker Hubert Barrère en Christian Lacroix. “In het atelier van Lacroix heeft hij het vak ontdekt,” vertelt Mallie. “Hij zat er dagenlang pailletjes te naaien, daar is zijn passie voor couture ontstaan.” Na terugkeer in Amsterdam presenteerde hij een collectie in het Cobra Museum in Amstelveen, die goed werd ontvangen. De doorbraak was nabij. Een van zijn ‘rode loper jurken’, een diep uitgesneden exemplaar van rood kant met een lichtblauw lint om de taille, werd in 2002 gedragen door Daphne Bunskoek. De foto werd veelvuldig gepubliceerd. Volgens Arjan Mallie genoot zijn partner van de ‘glamour’ van het vak. “De aandacht, de interviews, hij vond het geweldig. Maar het creëren zelf, het maken van mooie jurken, daar had hij net zoveel plezier in. Dan zette hij hier een pop voor het raam, nam een lap stof en ging mouleren. Na een paar uur was er een prachtige jurk.”

 

Toen Irausquin in januari 2005 voor het eerst meedeed aan de tweede editie van Amsterdam Fashion Week liep het storm bij zijn show. De presentatie betekende tevens de kennismaking met AIFW-initiator Steve te Pas. Te Pas, Europees distributeur van Evisu en oprichter van Blue Blood, had meer ervaring met jeans dan met couture maar was zo onder de indruk van de Arubaan dat hij zich voor 80 procent inkocht. “Percy rook zijn kans,” zegt Mallie, “hij zei: ‘hoeveel ontwerpers zitten niet jaren op een zolderkamertje te ploeteren..’ dus ik begreep wel dat hij dat niet liet schieten.”

Er werd een venootschap opgericht en er kwam een atelier annex winkel aan de Cornelis Schuijtstraat in Amsterdam. Hier werd ook de eerste confectielijn verkocht. Uit gegevens van de Rechtbank Amsterdam blijkt dat Te Pas ongeveer 500.000 euro heeft geïnvesteerd. De ontwerper werd geacht zijn talent te investeren. De samenwerking was niet van lange duur: krap twee jaar later werd die beëindigd wegens tegenvallende resultaten en de winkel ging dicht. De breuk kreeg een staartje toen de twee partijen het niet eens werden over de overname van de vennootschap met daarin onder meer de merknaam Percy Irausquin voor 261.000 euro (de koopprijs stond gelijk aan het negatieve resultaat van de onderneming). Irausquin vertrok en nam verschillende patronen mee die hij had gemaakt voor House of Avelon, het modemerk van Steve te Pas. Op de merknaam liet hij beslag leggen, zodat deze niet te gelde kon worden gemaakt. Het kwam tot een kort geding waarin de rechter besliste dat Irausquin de patronen terug moest geven. House of Avalon had ook een schadevergoeding geëist, maar die werd niet toegekend. Het beslag op de merknaam werd gehandhaaft zodat geen van beide partijen hier gebruik van zou kunnen maken, voordat de overname van de vennootschap geregeld was. Dat is nooit gebeurd en de zaak, hoewel officieel nog steeds aanhangig, werd na het overlijden geschorst. Arjan Mallie wil er liever niet op ingaan. Volgens hem heeft de breuk en het juridisch conflict de ontwerper veel verdriet gedaan. “Hij was er met z’n hart ingestapt, was goed van vertrouwen, maar hij heeft zich eigenlijk nooit in de zakelijke kant verdiept. Voor Percy was de creativiteit het meest belangrijk, hij verwachtte dat de rest zichzelf wel zou regelen. Toen het mis ging was hij lange tijd teneergeslagen, ik kende hem nauwelijks terug.”

 

De ommekeer kwam toen vrienden atelierruimte op zolder aanboden. Irausquin vroeg zijn voormalig stagiaire en inmiddels goede vriendin Kirsten den Elsen om hulp. Toen Den Elsen nog studeerde wilde zij het liefst bij een groot denimmerk gaan werken. “Ik was echt een jeans-meisje, maar kreeg het advies stage te lopen bij Percy Irausquin.” Dat advies bleek juist. “Het klikte meteen,” zegt Den Elsen. Het klikte zozeer dat de piepjonge stagiaire (zij was toen 19) al snel zelfstandig opdrachten mocht afronden wanneer de ontwerper afwezig was. Aan de periode voorafgaand aan Irausquins ‘doorstart’ (in september 2007 presenteerde hij een couturecollectie onder de naam Atelier PRC in de Duif in Amsterdam, red.) bewaart zij dierbare herinneringen. “We hadden vijf weken de tijd. Waren continue aan het werk, hadden kapotte vingers van het naaien, maar het resultaat was de mooiste show ooit.” Modejournalist Milou van Rossum van de Volkskrant noemde de ontwerpen ‘geslaagd’. ‘Feestelijk, zwierig, sexy en vaak balancerend op het randje van de goede smaak. Kortom: helemaal Percy.’

 

Die ontmoeting met vrienden met atelierruimte op de gracht was niet de enige bijzondere in 2007. Die zomer werd Irausquin ook benaderd door Pascal Zantman om (weer) een confectiecollectie te gaan maken. In tegenstelling tot Steve te Pas, had Zantman eerder met dat bijltje gehakt. Hij is importeur van diverse damesmodemerken én was degene die de prêt-à-porter-lijn van couturier Mart Visser op de markt bracht. De ontwerper nam zijn voormalig stagiaire, die inmiddels was afgestudeerd, mee als rechterhand. Kirsten den Elsen kan smakelijk vertellen over de ontmoetingen en presentaties voor de Zantman Modegroep die aan de eerste confectiecollectie vooraf gingen. “Percy ging heel intuïtief te werk, ik werk meer planmatig.” De creatieve collages voor de eerste collectie moesten door Den Elsen worden uitgewerkt tot een werkbaar voorstel. Voor de productionele kant werd Ilja van Hoeven aangetrokken, die dat vak tot in de puntjes beheerst. Ook zij kijkt met genoegen op de samenwerking terug. “Percy was gewend om met de beste materialen te werken. Voor confectie is dat niet altijd haalbaar, en dan heb ik het nog niet eens over de kosten per stuk. Dan wilde hij bijvoorbeeld een nieuwe stof voor manchetten gebruiken, zich niet realiserend hoeveel honderden meters daarvoor moesten worden ingekocht. Aan mij de taak om met haalbare oplossing te komen.” In genoemd voorbeeld werd uiteindelijk de achterkant van dezelfde stof voor de manchetten gebruikt. Volgens Den Elsen werd al vrij snel duidelijk dat zij Collection PRC zou gaan doen en dat Irausquin zich op de couture zou concentreren. Toen hij plots overleed kon daarom snel worden besloten met de confectielijn door te gaan. “Uiteindelijk lag de beslissing bij zijn partner en familie, maar zelf hebben wij nooit het gevoel gehad dat we moesten stoppen,” zegt zij.

 

Inmiddels heeft Collection PRC zo’n tweehonderd verkooppunten. Het merk, dat in de geest van de naamgever vooral jurkjes brengt, is niet alleen in Nederland verkrijgbaar, maar ook in België en Duitsland. Veelzeggend, omdat Percy Irausquin buiten ons land nauwelijks bekendheid genoot. De Zantman groep geeft geen exacte cijfers, maar laat weten dat de omzet van Collection PRC het afgelopen jaar verdrievoudigd is. Volgens Kirsten den Elsen wordt het steeds meer haar merk. “Als je met iemand samenwerkt, dan steek je elkaar aan. Percy en ik waren wat werk betreft één geworden. Toen hij er niet meer was heb ik lange tijd bij ieder ontwerp gedacht wat hij er van zou vinden. De eerste collectie die ik zonder hem maakte is heel donker geworden, omdat ik verdrietig was. Nu doe ik dat niet meer en gek genoeg wordt het nu juist ‘helemaal Percy’. De nieuwe zomercollectie is één en al vrolijkheid, met jurkjes en tuniekjes, die je zo van werk naar het strand en naar een feest aan kan. Precies zoals hij het altijd voor zich zag.”


 
in