| Van mode tot kunst |
|
| donderdag 01 oktober 2009 | |
|
Mode is te zien in het museum en op de catwalk wordt kunst getoond. Kunstenaars ontwerpen en ontwerpers maken kunstwerken. De kunstwereld en de modewereld worden veel met elkaar in verband gebracht. Boijmans van Beuningen laat zien waarom met ‘The Art of Fashion: Installing Allusions’.
Charles Worth deed het. Paul Poiret deed het. Yves Saint Laurent deed het: flirten met de kunstwereld. Alledrie waren ze fanatieke verzamelaars van kunst en antiek. En daar houdt het niet op. Anderen (zoals Calvin Klein en Hugo Boss) doen het. Bijvoorbeeld door tentoonstellingen of kunstprijzen te sponsoren. Wat óók gebeurt: Modemerken die kunstenaars inschakelen voor hun reclamecampagne. Zoals Rei Kawakubo, die zich erop laat voorstaan sterk geïnspireerd te zijn door de kunstwereld en dat probeert te verwerken in de collecties van haar label Comme des Garçons. In 1993 vroeg ze de in kunstkringen populaire fotografe Cindy Sherman de herfst/winter-collectie van Comme des Garçons voor het jaar 94/95 vast te leggen. “Dat gebeurde op een manier die brak met elke regel in modefotografie,” zo stelt professor in de modegeschiedenis Jessica Glasscock vast in haar artikel Bridging the Art/Commerce Divide. Dichter bij huis -zowel in tijd als in afstand- vroeg G-Star Anton Corbijn om de foto’s te maken voor de A/W ’09-collectie. Dat resulteerde in een contrastrijke fotoserie in zwart/wit. Aanzienlijk braver dan de fotoserie van Sherman, maar hoe dan ook artistiek. Recentelijk bracht schoenenfabrikant Sacha schoenen uit die geïnspireerd waren op het werk van Vincent van Gogh. Zo kunnen we nog wel even doorgaan: Jean Paul Gaultier, Helmut Lang en (weer) Rei Kawakubo brachten de kunst in de mode tot leven door te breken met conventies in de mode, door kleding een nieuwe toepassing te geven of door nieuwe aparte vormen te gebruiken. Denk aan shirts met extra mouwen of halsgaten, rokken en jurken met onregelmatige zomen en jasjes met zichtbare naden of asymmetrische opvulling op vreemde plaatsen. Hussein Chayalan gaf modeshows die meer weg hadden van een kunstperformance, Viktor & Rolf maken statements, Cartier en Prada richtten zelfs hun eigen musea op. Op allerlei manieren probeert de modewereld zich vast te klinken aan de kunstwereld; alsof het duidelijk wil maken dat ‘mode’ meer is dan kleding alleen. Hun werk wordt aangeprezen als een reflectie van concepten en idealen in onze hedendaagse cultuur. Oftewel: aan de kleding die vandaag de dag mooi wordt gevonden kun je volgens de modewereld de leefstijlen en opvattingen van mensen in een bepaald moment van de tijd aflezen. Ontwerper Edwin Oudshoorn legt uit: “Kunst vertelt vaak een verhaal over wat er speelt in de wereld. Zoals bijvoorbeeld de beroemde diamanten schedel van Damien Hirst. Dat is een ontwerp dat refereert aan de overvloed en hebzucht. Het past alleen bij deze tijd, waarin hebzucht zó ver gaat dat het een kredietcrisis veroorzaakt. Mode kan op eenzelfde manier een verhaal vertellen.” Hoe modeontwerpers dat doen, wordt duidelijk gemaakt in de tentoonstelling The Art of Fashion: Installing Allusions, tot 10 januari te zien in het museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam. Het onderwerp is actueel volgens conservator van de tentoonstelling José Teunissen. “De laatste decennia is mode steeds meer haar grenzen op gaan zoeken en op kunst gaan lijken,” zegt ze. “Modeshows werden performances of hele installaties en soms ging kleding meer op een sculptuur lijken dan op een kledingstuk. Deze tendensen -die door Comme des Garçons en Martin Margiëla werden ingezet- zijn door Hussein Chalayan en Viktor & Rolf nog verder doorgevoerd. Deze laatsten doen ook kunstprojecten. Waarom kan mode vandaag de dag die grenzen opzoeken en waarom doet ze dat? Vanuit die vraag ontstond de tentoonstelling.”
Mode in het museum is wel vaker voorgekomen. Dat begon in de jaren tachtig, met bijvoorbeeld een expositie over het werk van Yves Saint Laurent in New York. Tentoonstellingen over Versace en Armani volgden, al waren deze initiatieven nooit gevrijwaard van discussie. Vooral de tentoonstelling van Armani was controversieel: Veel mensen waren destijds van mening dat Armani een plek had gekocht in het museum om zijn nieuwste collectie aan de man te brengen. Over de vraag of mode thuishoort in het museum is nooit overeenstemming bereikt. Er zijn overeenkomsten tussen mode en kunst: zowel modeontwerpers als kunstenaars besteden veel tijd om vol geduld met de hand details vorm te geven. Zoals elke vorm van kunst begint ook het maken van een modeontwerp met inspiratie, een schets, waarop een productieproces volgt dat vraagt om vakmanschap, doorzettingsvermogen en talent. Niet voor niets worden in ons land ontwerpers geschoold op de kunstacademie. “Voor mij is het duidelijk dat mode een vorm is van toegepaste kunst,” zegt ontwerper Edwin Oudshoorn. “Mode is een visuele kunstvorm,” vindt José Teunissen. “Een performancekunst met het eigen ik als medium.” Wie niet ellenlang wil discussiëren over wat het begrip ‘kunst’ precies betekent en wat er allemaal onder ‘mode’ valt, blijft zitten met de vraag of mode ook kunst ‘is’. Zonder die discussie kan een antwoord op de ‘is-mode-kunst’-vraag namelijk nooit een simpel ‘ja’ of ‘nee’ zijn. Voor sommige stukken is het onwaarschijnlijk dat ze eindigen in een kledingkast, maar veel van deze werkstukken zijn juist vaak een feest om te zien op een catwalk, op een rode loper, of in een museum. Het is helemaal niet zo vreemd om te opperen dat –in elk geval een deel- van deze creaties thuishoren in een museum, of dat iemand met heel, heel veel geld en ruimte dergelijke items opspoort en aankoopt voor zijn privécollectie, net zoals kunstverzamelaars dat doen met een schilderij of een sculptuur. Maar zoals niet elke aquarel in het Rijksmuseum komt te hangen, zal ook niet elk kledingstuk eindigen als een collectors item. Waar de grens ligt, is een lange discussie vol mitsen en maren.
Boijmans van Beuningen vat de vraag gelukkig veel luchtiger op. The Art of Fashion: Installing Allusions onderzoekt de grens tussen mode en kunst op een speelse manier. Conservator José Teunissen gaf vijf internationaal vermaarde ontwerpers op het grensvlak van mode en kunst een opdracht. De werken van Viktor & Rolf, de experimentele sieradenontwerpster Naomi Filmer, Hussein Chalayan, de Duitse ontwerper Anna-Nicole Ziesche en Walter Van Beirendonck vormen de basis. Vervolgens wordt er een verband gelegd tussen deze weken en het werk van anderen, zoals de modelabels Martin Margiela en Comme des Garçons, maar ook met werk van ontwerper Christophe Coppens, zanger Nick Cave en beeldhouwer Louise Bourgeois. In totaal zijn zo’n vijftig werken te zien, variërend van avant-gardistische jurken tot installaties en sculpturen. De meesten daarvan balanceren op het grensgebied tussen mode en kunst: de modeshow als performance, het patroon als sculptuur en de imaginaire wereld van de modecampagne. “We zijn aan het heroverwegen wat mode eigenlijk is,” legt Teunissen uit. “Het tijdperk van design en luxemerken is voorbij, dus wat is mode dan? Juist de artistieke kunstexperimenten laten zien dat mode en kleren ook over herinneringen, intimiteit enzovoort kunnen gaan. Het geeft nieuwe dimensies in een tijd van impasse.” Met dat uitgangspunt zijn we er nog niet uit of mode nu kunst is of niet, maar in elk geval is daarmee de insteek van deze tentoonstelling wel een interessante vraag, met een kunstzinnig sausje. |

