Verantwoord gaat niet vanzelf

dinsdag 01 mei 2007

Als ondernemen een zware taak is, dan is groen ondernemen dat nog meer. Van de werktijden van de fabrieksarbeiders in het verre oosten tot de ingrediënten van de broodjes in de bedrijfskantine, op elk aspect van het de bedrijfsvoering valt wel iets te verbeteren. Nienke Steen is sinds 2004 coördinatrice Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen bij het Nederlandse Expresso Fashion en heeft nog altijd haar handen vol.

 

 

 

 

Maatschappelijk verantwoord ondernemen is geen kwestie van het invoeren van een groen stofje en het zetten van wat handtekeningen. Het is een manier van bedrijfsvoeren die diep ingrijpt op de dagelijkse gang van zaken. Nienke Steen, coördinatrice Maatschappelijk verantwoord ondernemen bij het Nederlandse Expresso Fashion, kan daarover meepraten. Ze studeerde drie jaar geleden af op het onderwerp aan het Amsterdam Fashion Institute en is sindsdien verantwoordelijk voor de maatschappelijke kant van de bedrijfsvoering bij Expresso Fashion.

Expresso is een merk in dameskleding dat in 1983 werd opgericht om vrouwen met Nederlandse vormen van betere kleding te voorzien. Inmiddels is het merk uitgegroeid tot een onderneming met 45 medewerkers, waarvan 70 procent vrouw, onder leiding van Tilly Garcia Sluis. In Nederland zijn er tien monobrand Expressowinkels, en door Europa heeft het kledingmerk 500 verkooppunten. Onder het motto 'Expresso is betaalbaar, maar niet goedkoop' streeft het merk naar een zo eerlijk mogelijk productieproces. "Expresso is van mening dat kwaliteit zich niet beperkt tot alleen het fysieke kledingstuk," legt Nienke Steen uit. "Het gaat om de totaalwaarde, dus ook om de manier waarop het kledingstuk tot stand is gekomen."

Daarbij kijkt ze niet alleen naar milieu-aspecten, maar ook naar de sociale gevolgen van de bedrijfsvoering. Een van haar eerste taken was het onderzoeken van verantwoorde productiemogelijkheden in het buitenland. Tot die tijd werd de kleding geproduceerd in Polen, Griekenland, Tunesië en Turkije. China lag voor de hand als productielocatie, maar dat moest wel verantwoord kunnen. "Toen ik begon met het onderzoek naar hoe je als modebedrijf maatschappelijk verantwoord bezig kunt zijn, was mijn blik nog erg naar buiten gericht," herinnert Steen zich. "Voor Expresso gold dat ook. We dachten in eerste instantie bijvoorbeeld aan het oprichten van scholen, of projecten die mensen in de derde wereld zouden kunnen helpen. Maar wat ik bij mijn onderzoek ontdekte, is dat het beter is om te kijken naar wat er in je eigen bedrijf kunt verbeteren."

De filantropische ideeën waarmee het maatschappelijk verantwoord ondernemen bij Expresso begon, verdwenen niet in een la. De stichting Expresso Fashion krijgt jaarlijks drie procent van de winst. Van dat geld financiert de stichting een ontwikkelingsproject in China dat momenteel wordt opgezet en schenkt het in eigen land kleding aan de voedselbank. Maar het bedrijf hield ook zichzelf een spiegel voor en stelde de vraag wat er in de eigen bedrijfsvoering kon verbeteren.

Dat was heel wat, zo bleek. Als eerste stap sloot Expresso zich in januari 2004 aan bij de Fair Wear Foundation, waarna alle leveranciers ervan overtuigd moesten worden de bijbehorende gedragscode te ondertekenen. Aan deze arbeidsintensieve taak had Steen haar handen vol: "Een aantal fabrikanten stond er zeer kritisch tegenover, wat ik me heel goed kan voorstellen. Zo'n Fair Wear controleteam pluist de hele administratie na, bekijkt de fabrieken op allerlei punten en ondervraagt de medewerkers. Dat is niet niks." Ook nu, na ondertekening van de gedragscode, duren de onderhandelingen met producenten nog voort. "Verbetering bereik je niet in één keer. Het is een voortdurende dialoog waarin ik de fabrikant tracht te motiveren de normen weer een stukje beter na te leven. Elke stap is er eentje meer."

Steen nam niet alleen de buitenlandse activiteiten onder de loep. "Als je zelf niet laat zien waar je voor staat, kom je niet geloofwaardig over," vindt ze. In Nederland zorgde ze er daarom voor dat op het hoofdkantoor het afval wordt gescheiden. Er zijn verschillende vuilnisbakken voor papier en karton, plastic en glas en het restafval. Alle polybags en hangers bij de Expresso stores worden opgehaald en gerecycled, net als de cartridges en toners. Inmiddels is ook het papier dat Expresso gebruikt milieuvriendelijk: chloorvrij gebleekt en geproduceerd onder strenge milieu-eisen. Zelfs over de bedrijfskantine is nagedacht. Het bedrijf schenkt nu koffie en thee van Max Havelaar en de melkproducten en eieren zijn biologisch. Dit voorjaar bracht Expresso voor het eerst een kledinglijn uit waarin biologisch katoen is gebruikt. Ook hiervoor gold dat Steen moest onderhandelen. "Op nummer één blijft staan dat we mooie collecties maken voor goede prijzen. Dat we dat op een verantwoorde manier doen, komt op de tweede plaats. Biologisch katoen is twintig tot dertig procent duurder dan gewoon katoen. We proberen goede deals te sluiten waardoor de kosten meevallen. En ja, dan nog is het iets duurder, maar uiteindelijk betaalt het zich terug."

Expresso is niet het enige bedrijf dat zich verdiept in het verantwoord ondernemen. Vooral grote bedrijven als H&M werken aan een verantwoorde bedrijfsvoering, brengen MVO-jaarverslagen uit en voeren vernieuwingen door. Toch blijft het pionieren. Na drie jaar inspanning valt er nog altijd veel te verbeteren. "Dit gebied waar we ons op begeven is relatief nieuw. Het is volop in ontwikkeling en daarom zullen er voortdurend nieuwe dingen bij komen," denkt Steen. Voor de komende jaren is ze onder meer van plan duurzame materialen te introduceren in een groter gedeelte van de collectie. "De laatste jaren zijn er zoveel textielsoorten bijgekomen. Ik heb een rode en een groene lijst opgesteld van alle mogelijke textielsoorten. Onder de rode vallen vrijwel alle traditionele textielsoorten. De meesten daarvan zijn namelijk niet milieuvriendelijk. Het is een hele uitdaging om de stylingafdeling ervan te overtuigen om voor de groene lijst te gaan. Maar als er twijfel bestaat over de kwaliteit of de schoonheid van de materialen, dan doen we het niet."

Uit onderzoek dat Expresso uitvoerde, bleek dat consumenten de kleding van biologisch katoen niet om die reden uitkozen, maar dat het hen wel aansprak. "Het moet een extraatje zijn," vindt Steen. Daarom wil ze ook niemand iets opleggen. "Het is meer een kwestie van bewustwording," zegt Nienke Steen. "Iedereen mag zelf weten wat hij doet, als hij zich maar bewust is van de keuzemogelijkheden die hij heeft. Daarin kun je zo ver gaan als je wilt. Maatschappelijk verantwoord hoeft helemaal niet geitenwollensokkerig te zijn. Het is niet meer dan gewoon op elk vlak weten waar je mee bezig bent. Dat kan nooit kwaad."