| Vrouwelijk en stoer |
|
| zaterdag 01 november 2008 | |
|
Het Nederlandse merk Aaiko laat zich niet gemakkelijk typeren. Het is zowel vrouwelijk als stoer, zowel creatief en veelzijdig als basic. Een ding is zeker: het merk groeit. In september opende in Amsterdam de eerste conceptstore en andere landen hebben ook al belangstelling voor het retailconcept getoond. Ontwerpster Pauline Brakenhoff heeft dan ook vertrouwen in de toekomst.
Een beetje stress zou niet vreemd zou zijn geweest op de dag dat de eerste winkel van haar merk 'Aaiko' zijn deuren opent. Maar ontwerpster Pauline Brakenhoff oogt ontspannen. Ze glimlacht elegant terwijl ze subtiele maar duidelijke aanwijzingen geeft om de laatste verbeteringen door te voeren in de styling van de etalage. "Die lamp nog ietsje meer omhoog richten, dan is het perfect." Wat overigens niet wil zeggen dat Brakenhoff alle spannende momenten in haar leven stoïcijns ondergaat. Een winkelopening mag haar dan niet nerveus maken, maar van een collectiepresentatie kan ze het wél benauwd krijgen: "De presentatie van een nieuwe collectie is de verschrikkelijkste dag van het jaar," vertelt ze. "Je weet niet hoe je nieuwe ideeën ontvangen gaan worden,of het wel aan zal slaan. Ik kan er wekenlang buikpijn van hebben." Met een winkelopening is dat heel anders, zo legt ze uit: "Ik weet dat de collectie goed is en in balans. De doorverkoop is prima, de reacties zijn enthousiast. Het interieur ziet er goed uit. Ik kan er helemaal achter staan." De eerste collectie die in de nieuwe winkel aan de Amsterdamse Willemsparkweg hangt, heeft als thema 'de nieuwe zwarten' en brengt vooral kleding in donkere, rustige kleuren. De winkel zal de thuisbasis vormen van het merk. Op deze plek kan een volledig collectiebeeld worden neergezet en het idee achter de ontwerpen komt er volledig tot zijn recht. Het lichte, strakke interieur met veel warme details en accenten zorgt voor een open, knusse en persoonlijke sfeer. Een passend thuis voor het designerlabel van Brakenhoff. Aaiko is Japans en het betekent zoiets als 'stoer en vrouwelijk'. Zelf omschrijft de ontwerpster het als "een creatief label met een designerstouch". De ontwerpen zijn enerzijds veelzijdig en creatief maar kunnen ook goed dienst doen als mooie basics. Hoe het merk min of meer vanzelf ontstond valt uit te leggen door een blik te werpen op de geschiedenis van de ontwerpster. Ze groeide op in Heerhugowaard, met beide ouders, een broer en een zus. Haar moeder verwachtte dat ze 'iets creatiefs' zou gaan doen, terwijl haar vader juist dacht dat zijn dochter zou kiezen voor economie. Zelf wist ze eigenlijk altijd al dat ze in de modewereld terecht zou komen. "Als kind kon ik al erg blij worden van het rondkijken in winkels naar mooie stoffen. Daarvan maakte mijn moeder dan eigenzinnige en originele kledingstukken voor me." Ze experimenteerde wat met kledingstijlen: " Eén bepaalde stijl had ik niet. Ik was een product van de jaren tachtig, maar liep echt niet alleen in breedgeschouderde jasjes rond. Hoe een kledingstuk er uiteindelijk uit komt te zien, hangt af van de stof die ik tegenkom. Ik houd vooral van natuurlijke materialen, zoals zijde. Dat leeft. Dat geeft inspiratie." Na haar studie aan de modeacademie Montaigne (nu onderdeel van Amfi) in Amsterdam ging Brakenhoff in 1993 aan het werk bij Blosh, een importeur van merken als Freeman T Porter, Mogul en American Vintage. Als styliste. Nou ja, niet alleen als styliste, want op dat moment bestond het bedrijf uit drie mensen en binnen Blosh was veel werk te verrichten. Brakenhoff deed "alles wat er te doen viel". Uiteindelijk groeide ze, dankzij een zakelijke klik met oprichter Rob Groenteman, binnen vijf jaar door tot partner in het bedrijf. "We vullen elkaar op zakelijk vlak perfect aan," zegt Brakenhoff. Rob is doortastender, zakelijk slimmer. Ik ben creatiever ingesteld." Blosh bleef maar groeien. Op het moment dat Brakenhoff erin stapte waren er drie medewerkers en twee merken. Inmiddels zijn er zeventien mensen in dienst en in totaal kwamen er drie merken bij, plús het label Aaiko, dat in 2005 werd opgezet door Brakenhoff. "Een onvermijdelijke stap was dat," vertelt ze: "Een mens is in ontwikkeling en wil elke keer iets anders. Inmiddels had ik twee kinderen en was ik dus ook anders dan toen ik daar begon. Ik ging hoe langer hoe vaker dingen missen in de collecties van de merken die we verkochten. Steeds meer kwam het voor dat ik dingen dacht als: 'Dit moet erin, en dit en dit en dit mis ik'. Als je zulke duidelijke signalen krijgt dan moet je er op een gegeven moment wel iets mee doen." Zo gebeurde het dat de portefeuille van Blosh in 2005 werd aangevuld met een nieuw label voor zelfbewuste, modieuze vrouwen. Het bedrijf was financieel sterk en aldus in staat Aaiko een behoorlijke aanloopperiode te geven, al bleek dat achteraf minder noodzakelijk dan verwacht: Binnen iets meer dan een jaar was het merk al winstgevend op zichzelf. Het kan ermee te maken hebben dat ze een brede werkervaring heeft opgedaan bij Blosh, erkent ze: "Omdat ik een bedrijf vanuit verschillende gezichtspunten heb leren bekijken, weet ik van heel veel dingen iets af. Mij maak je niet zo snel iets wijs." Als voorbeeld haalt ze aan hoe ze om gaat met de producenten van haar ontwerpen: "Aaiko is een merk dat vrij veel ongebruikelijke technieken gebruikt. Er zitten origami- en moulageachtige stukken tussen. Als ik daarmee aan kom bij een fabriek dan krijg ik negen van de tien keer te horen: 'Dat kan niet'. Maar het kan natuurlijk best, alleen moet ik er even iets meer de tijd voor nemen om hen daarvan te overtuigen. Ik heb vaak bij de fabrikant staan vouwen met papier en stof om te laten zien hoe ik het precies bedoel. Uiteindelijk lukt het dan meestal toch nog." Niet alleen in Nederland slaat het merk aan. Ook in Griekenland en België, in Spanje, Engeland en Zwitserland gaan de originele ontwerpen geregeld over de toonbank. En ook de toekomst ziet er veelbelovend uit. Dit najaar wordt het eerste seizoen dat de collectie op de Japanse markt verkrijgbaar is. En de Griekse en Turkse agenten hebben al laten weten ook daar een winkel te willen openen. Brakenhoff is blij met de belangstelling, maar hoopt dat het niet te snel gaat allemaal: "Ik moet het wel bij kunnen houden. Als het te hard gaat, word ik een beetje onrustig." |

