| Rasoptimist vol ideeën - Interview Antoine Peters |
|
| donderdag 29 december 2011 | |
|
Het motto van Antoine Peters laat zich vatten in één
symbool: de glimlach. Om die te kunnen oproepen verzint hij van alles. Sokken, een videoclip en een tweepersoonstrui staan al op zijn conto. En in de toekomst kunnen we nog veel meer verwachten.
Portretten van beroemde chagrijnen zijn met de frowturner door Peters van een glimlach voorzien Antoine Peters denkt in mogelijkheden. Dat blijkt bijvoorbeeld wanneer hij praat over de Jessica Simpson Collection; de kledinglijn die Jessica Simpson in 2007 lanceerde en die in het afgelopen jaar een miljard omzet draaide: “In de modebranche is zoiets -toch een bijzondere prestatie- dus nog mogelijk,” concludeert Peters. “Dat vind ik fantastisch!” Mensen die op een dergelijke manier denken worden doorgaans tot optimist bestempeld, en dat predicaat is dan ook zeker op Peters van toepassing. Daarvan is hijzelf zich eveneens bewust; het is niet voor niets dat hij de glimlach als inspiratiebron gebruikte voor de vormgeving van zijn logo. En in de kleding keert het symbool ook weer terug; als opengewerkt icoon in de stof of als print. “Ik wil vooral dat mensen zich goed voelen door mijn ontwerpen,” legt hij uit. “Mijn missie is het verspreiden van een glimlach.” Aan de ideeën die Peters heeft, zal het niet liggen. Neem de titels van de collecties die hij presenteerde tijdens edities van de Amsterdam International Fashion Week. Van ‘Fat people are harder to kidnap’ (AW 2008), ‘I’m with stupid’ (AW 2009) tot ‘Turn your frown upside down’ (S/S 2010). Amusant. En probeer maar eens iemand te vinden die niet glimlacht bij het passen van ‘a sweater for the world’; de tweepersoonstrui die Peters in 2006 introduceerde met als doel er zoveel mogelijk verschillende mensen in te fotograferen. Dat is gelukt: honderden koppels lieten zich er inmiddels, grijnzend, in vastleggen. De foto’s ervan -gepubliceerd op een MySpacepagina- zijn het bewijs. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de kleding die Peters op de wereld brengt. Zijn nieuwste collectie ‘The world is flat ‘bestaat uit ontwerpen die Peters zelf ‘one size fits all elegance’ noemt: nonchalante, maar geraffineerde kledingstukken als losvallende jurkjes en shirts. De ontwerpen zijn weliswaar doordacht, maar hebben ook een bepaalde zwierige luchtigheid. “Het gaat niet alleen om het jurkje,” zegt Peters, terwijl hij laat zien hoe een dwarse draadrichting van de stof ervoor zorgt dat het rokdeel zo elegant mogelijk om de heupen welft. “Alleen het jurkje zegt niets. Alles moet goed zijn: de voering, de prints, het label, de afwerking. Dat vind ik vanzelfsprekend. Maar het gaat ook om de wereld eromheen. Het concept, de presentatie; de uitnodigingen, de aankleding, de muziek.” Peters maakt dus zijn eigen prints, selecteert de muziek, bedenkt zelf de uitnodigingen voor zijn presentaties. Ook in de vorm van presenteren probeert hij creatief te zijn; de meest recente presentatie deed hij in de vorm van een videoclip op zelf bedachte muziek. Het leverde hem een platencontract op. De glimlachende ontwerper is dan ook niet puur en alleen een modeontwerper. “Een designer met een modische inslag,” noemt Peters het zelf, met als ultieme doel art director te worden, creatief leider van een modebedrijf. De eerste stap in die richting was het opbouwen van naamsbekendheid. Dat heeft Peters inmiddels bereikt; getuige bijvoorbeeld dat hij is opgenomen in het in 2008 uitgegeven boek ‘100 New Fashion Designers’ door de Britse modejournalist Hywel Davies waarin deze 's werelds honderd meest innovatieve jonge ontwerpers portretteerde. De tweede stap is het vermarkten van zijn naam. Peters maakt schoenen voor United Nude, sokken voor Effio, tassen voor Eastpak en –voor datzelfde merk, in samenwerking met Quinze & Milan- zelfs een bank. Tot op heden zijn de collecties van Peters zelf echter nog nergens te koop. Dat wil zeggen; soms wordt hij wel eens via zijn website benaderd door particulieren die iets willen aanschaffen –en daar valt over te onderhandelen- maar in winkels is de kleding van zijn hand nog niet verkrijgbaar. “Ik wil dolgraag de stap zetten naar verkoop aan winkels,” zegt Peters. “Maar daarvoor is het noodzakelijk dat eerst de hele back-office, productie, en salestraject-toestand in orde is. Met dat onderwerp ben ik nu bezig.” Enthousiast: “Het is een nieuwe fase waarin ontzettend veel mogelijk is. Er zit ontwikkeling in.” De ondernemerslust zit hem wellicht in zijn bloed, want Peters komt uit een ondernemersgezin. Het gezin –dat is opgebouwd uit Antoine, zijn ouders en zijn drie zussen- woonde in de Achterhoek, waar vader een schildersbedrijf runt. Aanvankelijk koos Peters voor een studie commerciële economie, maar hij ontdekte al snel dat daar zijn geluk niet lag. Hij ging naar de kunstacademie: “Ik kon niet zo goed tekenen, maar ik vond het wél erg leuk om te doen.” Dat traject leidde ertoe dat hij nu zijn eigen studio heeft, gevestigd in een grachtenpand in het centrum van Amsterdam. Tijdelijk, want anti-kraak. Met aan de ene wand een ‘anti klaagmuur’ waarop portretten hangen van beroemde chagrijnen die hij van een glimlach heeft voorzien met de frowturner; een transparante sticker van Peters’ logo die over de monden is geplakt om ze toch een lach geven. Tegen de tegenoverliggende wand staat zijn bureau. In het midden van de kamer een grote werktafel vol al dan niet uitgewerkte ideeën. Is hij nooit bang dat hij zijn beste idee inmiddels al heeft uitgevoerd? Of dat hij niks nieuws meer zal bedenken? Peters‘ antwoord is een glimlach: “Ideeën zijn nooit het probleem,” zegt hij. “Integendeel; mijn gedachten gaan altijd alle kanten op, dus soms heb ik juist moeite met het kanaliseren van mijn ideeën, zoveel zijn het er. Bij het maken van iedere collectie bedenk ik er eigenlijk wel tien. Alle ideeën die ik niet meteen kan gebruiken gaan in een doos. Misschien kan ik er later nog iets mee.” Is er dan echt helemaal niks dat Antoine Peters graag anders zou willen zien? Peters is stil, kijkt even naar het plafond, haalt adem en zegt dan: “Het zou wel fijn zijn als de mensen met wie ik samen moet werken, zoals investeerders en inkopers, wat vaker dachten aan wat er allemaal mogelijk is in plaats van aan wat er allemaal mis kan gaan.” Zelf is Peters vol vertrouwen over de toekomst. “Er zijn veel dingen die ik in mijn kop had zitten die werkelijkheid zijn geworden. Dat betekent dat de andere dingen die ik in mijn hoofd heb zitten, misschien ook wel gaan lukken.” Hij gaat in elk geval een poging doen en laat zich daarbij niet tegenhouden door de eerste de beste. Dat wil zeggen: “Ik ga door zolang mijn vriendin dat goed vindt.” Dit artikel is gepubliceerd in FashionUnited vakblad nummer 4 van 2011
|


