C&A ontkent banden met uitbuitende fabrieken
E-mail
donderdag 11 november 2010
C&A zegt niet betrokken te zijn bij producenten die er slechte arbeidsomstandigheden op na houden. In een persbericht laat het Nederlandse modebedrijf weten niet achter de verschenen resultaten te staan van de European Coalition for Corporate Justice (ECCJ). Naast C&A werd onder andere ook H&M en Gap in het rapport 'Rights for Whom?' gelinkt aan de uitbuitende producenten in India.

Begin september zorgde de kwestie al voor opschudding in de modebranche. Op de voorpagina van de Volkskrant was in een artikel te lezen over de slechte werkomstandigheden bij de Indiase textielfabrikanten KPR Mill en Quantum Knits. In een gisteren verschenen rapport van de European Coalition for Corporate Justice, wordt de zaak opnieuw aangehaald.

KPR Mill, een beursgenoteerde onderneming met een jaaromzet van 130 miljoen dollar, noemt zichzelf het bedrijf met de laagste personeelskosten. De lage kosten zijn volgens het rapport van de ECCJ mogelijk doordat het bedrijf alleen jonge, ongetrouwde vrouwen aanneemt. De onderzoekers stuitten op meisjes van 13 tot 17 jaar oud. Alle meisjes verdienen minder dan het minimumloon. Ze worden gelokt met een ‘bruidsbonus’ die ze na drie jaar werken krijgen. Wie echter eerder opstapt, krijgt niets van de bonus.

Bijna alle negenduizend werknemers zijn ondergebracht in slaapzalen bij het fabriekscomplex. Elke slaapzaal wordt gebruikt door twaalf meisjes en hergebruikt na elke shift. Door de lage lonen zijn de meisjes gedwongen veel te werken en weinig te slapen. In een zesdaagse werkweek komt het regelmatig voor dat de werknemers een shift draaien van langer dan 12 uur. Daarnaast zijn drie werknemers omgekomen wegens voedselvergiftiging en is er regelmatig een katoenprop gevonden in de darmen van de meisjes. Volgens het rapport van ECCJ zijn onder andere kledingbedrijven C&A, Gap en H&M betrokken geweest bij de fabrikant.

In 2007 deed C&A zaken met KPR Mill. Toen het bedrijf vaststelde dat de arbeidsomstandigheden voor de werknemers van KPR Mill niet overeenkwamen met de gedragsregels van C&A is de relatie verbroken. In 2010 liet de toeleverancier van C&A monsters maken bij producent Quantum Knits, wat had kunnen leiden tot een bestelling van 58.000 herentruien, zo is te lezen in het rapport van ECCJ. Het modebedrijf reageert hierop: “Het plaatsen van een opdracht voor de vervaardiging van 58.000 truien bij Quantum Knits heeft nooit plaatsgevonden toen duidelijk werd dat de betrokken organisatie een dochteronderneming was van KPR Mill.” C&A claimt al jaren actief te zijn in het bestrijden van slechts arbeidsomstandigheden in productielanden. Het wordt gecontroleerd door de organisatie Socam, onder andere door onaangekondigde inspecties.

Ook H&M maakt gebruik van onaangekondigde inspecties. In het rapport van ECCJ geeft de modeketen aan dat zij, na een aantal controles hebben besloten om niet langer met de KPR Mill en de dochteronderneming Quantum Knits in zee te gaan. Modemerk Gap ontkent tegen over de ECCJ dat zij banden hebben of hebben gehad met de fabrikanten.

De ECCJ, dat in 2005 gelanceerd werd, heeft als doel de maatschappelijke verantwoordelijkheid an bedrijven te bevorderen. De ECCJ doet dit door het samenbrengen van nationale platforms van maatschappelijke organisaties, waaronder NGO’s, vakbonden en academische instellingen uit heel Europa. De ECCJ vertegenwoordit meer dan 250 organisaties in 15 landen. In het rapport gaf de organisatie nog aan dat modebedrijven meer zouden moeten doen dan hun orders terugtrekken. “De bedrijven hebben een plicht om te zorgen dat mensenrechten en het milieu worden gerespecteerd in al hun activiteiten en relaties.”


Bookmark or Share

| More