| Herstel kindermode zichtbaar op de Kleine Fabriek |
|
| dinsdag 18 januari 2011 | |
De verkoop van kindermode lijkt zich te herstellen in Nederland en België. Een goed moment dus, voor een bezoek aan de Kleine Fabriek, de kindermodevakbeurs die op 16 en 17 januari plaatsvond in Amsterdam. Deze vakbeurs is vooral
een begrip op de Nederlandse en Belgische markt. In totaal presenteerden 280 kindermodemerken en 40 schoenenmerken zich op de twaalfe editie van de kindermodebeurs.
Volg Vanwege de ligging van de twee kleine landen en hun gedeelde taal is voor veel bedrijven de verleiding groot om beide markten tegelijkertijd te benaderen, maar de onderlinge verschillen zijn immens. Zo spenderen Belgen gemakkelijker dan Nederlanders meer geld aan een kledingstuk. Dat is de reden dat het Franse Lili Gaufrette in België zo’n 100 verkooppunten heeft, en in Nederland niet meer dan 60. “Belgen kijken meer naar kwaliteit,” verklaart Tania Johan van agentschap Junior Fashion, dat het merk al twaalf jaar verkoopt in Nederland. “Maar de Nederlandse klanten die het merk weten te waarderen blijven het kopen. Van de crisis hebben wij daardoor helemaal geen last gehad, wel van concurrerende labels, maar dat is een ander verhaal. De omzet is de laatste jaren stabiel.” Ook wat betreft smaak liggen de voorkeuren van Nederlanders en Belgen nogal uiteen. Nederlanders houden van uitgesproken kleuren, waardoor het Spaanse Custo Growing het in Nederland bijvoorbeeld goed doet, terwijl Belgen eerder neigen naar klassieke kleuren en modellen. “Heel grappig,” zegt Barbara Roland Holst-Terhorst van het schoenenmerk Diggers: “Nederlanders kiezen doorgaans voor schoenen in de kleuren donkerblauw, bruin en zilver. Belgen gaan eigenlijk altijd voor de neutrale grijs- en bruintinten.” Petra Heuts, die het Deense merk Freoli vertegenwoordigt op de beurs, merkt dat Nederlandse en Belgische klanten zich ook op zakelijk gebied van elkaar onderscheiden: “Een Nederlander die je collectie niet mooi vindt, zegt rustig tegen je: ‘Dit kan ik niet verkopen’. Zoiets zou een Belg nooit zeggen, zij zijn veel minder direct.”
|

De verkoop van kindermode lijkt zich te herstellen in Nederland en België. Een goed moment dus, voor een bezoek aan de Kleine Fabriek, de kindermodevakbeurs die op 16 en 17 januari plaatsvond in Amsterdam. Deze vakbeurs is vooral
een begrip op de Nederlandse en Belgische markt. In totaal presenteerden 280 kindermodemerken en 40 schoenenmerken zich op de twaalfe editie van de kindermodebeurs.
ens onderzoek van de Nederlandse brancheorganisatie CBW-Mitex is de omzet in de kindermodebranche in 2010 niet gedaald ten opzichte van het jaar ervoor. Daarmee presteerde de kindermodesector in lijn met de gemiddelde modewinkelier in het land. In België zijn geen officiële cijfers bekend, maar ook daar lijkt het beter te gaan. Volgens agent Christian Clarysse van het agentschap SCS Compagnie doen vooral de merken in het hoge segment het goed: “De markt herpakt zich weer. Er zijn in België veel winkels verdwenen, maar dat zijn degenen met relatief goedkope producten die het moesten opnemen tegen grootwinkelbedrijven als H&M en Zara. Wat is overgebleven zijn met name de ondernemers die zich hebben gespecialiseerd in het hogere prijssegment.” Zelf verkoopt Clarysse sinds drie seizoenen het Italiaanse merk Fun & Fun girl, waarvoor België momenteel 50 verkooppunten heeft. 
