Sterke editie Kleine Fabriek
E-mail
dinsdag 07 juli 2009
Kleine FabriekVoor de negende editie van de Kleine Fabriek heeft de organisatie de grote hal 1 van de Amsterdamse Rai gereserveerd. De kindervakbeurs is daardoor overzichtelijker en lichter dan ooit. In totaal staan meer dan 250 stands, met ruim vierhonderd collecties in de hal. Veel daarvan zijn oudgedienden, maar ook veel ervan zijn nieuw. En voor de tweede keer is een ruimte gecreëerd voor kleine merken die een eerste stap op de (Nederlandse) markt willen zetten, onder de toepasselijke naam ‘Première’.

De organisatie helpt nieuwe labels op weg. “We verzamelen zo veel mogelijk informatie en sturen dat alvast aan de pers door,” zegt Veronique de Weichs van de Kleine Fabriek. “Op die manier maken we de naam alvast bekend.” Ook op de beurs zelf wordt veel aandacht besteed aan het wel en wee van de nieuwkomers. “Als je nieuw bent moet je wel zichtbaar zijn. We positioneren de labels zó dat ze strategisch goed geplaatst zijn. Zodat ze bijvoorbeeld voordeel ondervinden van hun buren,” zegt event producer Merel Bunnik. Want niet elke bezoeker is in deze tijden hard op zoek naar nieuwe labels. De Weichs: “Nieuwe merken brengen ook een bepaald risico met zich mee. Je weet niet hoe een label werkt, of het op tijd levert. Maar er zijn ook winkels die zich juist willen onderscheiden met alleen maar jonge labels.”

Kleine FabriekEen rondje langs de ‘nieuwe’ merken leert al gauw dat de labels die hun eerste schreden op de vakbeurs zetten, ook zelf vaak jong zijn. Feitje Lothmann bijvoorbeeld, begon pas in november 2008 (!) met haar label Sa wa di Holland (foto). Toch staat ze op het Premièregedeelte van de beurs al met haar tweede en derde collectie. Een ware inhaalslag. “De eerste collectie was zomer ‘09, die heb ik heel snel laten maken en uit voorraad geleverd. Op deze beurs sta ik met winter ‘09 en samples voor zomer ‘10.” Lothmann, die de kleding laat maken door vijftien vrouwen van een fairtradeproject in Bangkok, heeft al een agent gevonden. Daarvoor is ze hier dus niet. “In januari was ik hier nog als bezoeker. Ik heb met Sa wa di voor deze beurs gekozen omdat ik het belangrijk vind dat de naam van mijn label gaat leven. Hier moet je volgens mij wel zijn om jezelf op de kaart te zetten.”

De Belgische Martine Veranneman zette haar label voor communie feestkledij in 2007 op. Ze staat met de vierde collectie van Blathine op de beurs. Veranneman maakt namelijk maar één collectie per jaar. “In België, waar mijn verkooppunten zijn, is geen beurs meer. Kids Fashion is natuurlijk na afgelopen winter failliet gegaan.” Ook Pitti Bimbo leek Veranneman een goed platform, maar uiteindelijk koos ze toch voor de Kleine Fabriek. “Nederland is voor mij interessanter.”

Mariette Groen, de van oorsprong Nederlandse die enkele jaren geleden naar de Verenigde Staten emigreerde, staat met Clover New York op de beurs. Ook zij is er voor het eerst. Normaal gaat Groen naar Bubble in New York. “Dat is een goede beurs voor ons.” Haar label, dat in zijn geheel van biologische katoen wordt vervaardigd en met de hand wordt geprint, wordt hier al in verschillende winkels verkocht, maar Groen zoekt naar meer klanten die iets nieuws willen brengen. “En eventueel een agent,” zegt Groen. Ze vindt de beurs er prachtig uitzien, maar weet niet zeker of het publiek voor haar het juiste is. “Ik had bepaalde mensen verwacht, die er niet zijn. Vakbeurs Bubble specialiseert zich in kleine, onbekende merken. Hier is meer aandacht voor merken die sowieso al goed lopen.”

Wat alle nieuwelingen opvalt is het aantal buitenlandse bezoekers. Lothmann: “Ik krijg veel aandacht van Duitse en Belgische winkels.” Ook Veranneman heeft voornamelijk Duitse contacten opgedaan.” En ja, ook Groen wijst op het grote aantal Duitse en Belgische bezoekers.

Het lijkt erop dat Kleine Fabriek in Noord-Europa een belangrijke rol aan het vervullen is.


Bookmark or Share

| More