Omhulsels
die zich om het menselijk lichaam plooien. Vloeiend en strak tegelijk, verhullend
maar ook onthullend, kleding maar niet voor elke dag. Dat zijn de creaties van
Filiz Akçakal (Istanboel, 1971). Stuk voor stuk houden ze het midden
tussen mode en kunst. Akçakals jurken en broeken zijn vooral autonome
creaties. Kleding die iets zegt over menselijke identiteiten en het verbergen
daarvan; achter stof, achter vormen, in beweging.
Als ontwerpster ontrafelt Akçakal in het ene geval het dieper liggende ik van vrouwen die zich doorgaans wijden aan het hogere. Haar fascinatie met nonnen en hun sobere levenswijze nam zij als uitgangspunt voor de collectie Non Stop, een reeks uniformachtige creaties in zwarte, grijze en witte kasjmier wol. Lang en hoog gesloten lijken deze gewaden op het eerste gezicht, van voren gezien. Maar achter openen ze zich, niet totaal maar subtiel. Daar valt voor de goede beschouwer misschien een glimp van de vrouw achter de non te ontdekken, de mens met humor en een lichaam. Tegelijkertijd laat het strenge, vaste ritme van het nonnenleven het bidden en werken - zich lezen in de ordelijke plissé van de rok.
Is
plissé een vorm van verwerking van stof die meer ontwerpers gebruiken,
Akçakal vouwt en plooit haar stoffen graag ook buiten de erkende paden.
Geïnspireerd door Japanners als Yamamoto, Kawakubo en Watanabe zoekt zij
ook voor haar nieuwste collectie naar een bijna als papier vouwbare stof. Nog
sterker dan de plissé wil zij hiermee een soort harmonica-effect bewerkstelligen
in een rok. Die zou in dichte vorm dan kort en gelaagd zijn, maar als ie wordt
uitgeklapt open en transparant.
Intrigerend in het werk van Akçakal is haar voortdurend balanceren tussen sterke vormen en praktische draagbaarheid. Echt lekker zitten doen haar creaties niet altijd soms worden de armen van de draagster als in een dwangbuis door dichte mouwen om haar lichaam geslagen of met mouwen als boeien op haar rug gevouwen. Maar ondanks die spanning is er altijd een uitweg. Een gat waardoor een hand toch naar buiten kan of de keuze voor een rekbare stof die ervoor zorgt dat, ook al zijn de pijpen van een broek aan elkaar genaaid, de bewegingsvrijheid blijft.
Overigens komt veel werk van Akçakal ook pas goed tot zn recht wanneer erin bewogen wordt. Vandaar dat zij naast statische fotoconcepties waarin zij haar creaties vastlegt ook met regelmaat performances houdt. Bewegende modellen brengen haar omhulsels dan tot leven. Zich verplaatsend door een ruimte pellen zij de schillen stof om hen heen af waardoor zich subtiele openingen en waaiers, plooien en splitten manifesteren. Van architectuur in textiel worden de gewaden daarbij tot zachte cocons die meebewegen met het leven.
Ultieme
vorm van beweging is natuurlijk dans en het verwondert niet dat Akçakal
nu ook haar zinnen op een dansperformance heeft gezet. Daarbij moeten haar kleding,
de dansende modellen en het decor ineenvloeien tot een intrigerend geheel. Verdraait
zij in haar ontwerpen graag mouwen en broekspijpen, waarbij ze ze soms volstrekt
nutteloos maakt of zelfs belemmerend laat werken in de dansperformance
die ze voor ogen heeft moet de kleding zo functioneel zijn dat er nog volop
bewogen kan worden. Vast staat echter dat ook hier weer volop referenties aan
de architectuur te ontdekken zijn niet alleen in de constructie van de
kleding, ook in het decor dat haar voor ogen staat is het spel met drie dimensies
van belang.
Daarbij zal ook kleurig licht een rol spelen. Maar carnaval of kermis wordt het nooit, daarvoor is Akçakal te zeer geobsedeerd door de pure ingetogenheid van zwart, wit, grijs en bruin. Felle kleuren zeggen haar niets, liever concentreert zij zich op bijzondere stoffen en constructieve vondsten, zoals het benadrukken van de ruggengraat, die haar creaties een originele en geheel eigen zeggingskracht geven. Zo bouwt zij gestaag aan een oeuvre dat het verdient gezien te worden en gedragen.
Naam : Akçakal, Filiz
Geboren : 13-06-1971 te Istanbul (Turkije)
Adres : Weteringschans 151, 1017 SE Amsterdam
Email: hashus_akcakal@hotmail.com