Sales vaker in eigen hand
Deze week hebben drie Amerikaanse merken aangekondigd dat zij afstappen van de verkoop via agenten om die in eigen hand te nemen. Na Col umbia Sportswear hebben nu ook Timberland en Eastpak, onderdeel van VF Corporation, zelf de Europese sales van hun merk opgepakt. Col umbia presenteerde plannen voor Europese expansie en opende daartoe een eigen verkooporganisatie in november (zie ook: Col umbia Sportswear wil Europa veroveren). Timberland maakte op 16 juni jl. bekend dat het een nieuwe geïntegreerde verkooporganisatie voor de Benelux heeft opgericht. In de nieuwe verkooporganisatie worden de drie merken van Timberland gegroepeerd, te weten Timerland Outdoor Performance, Smartwool - een merk voor sokken en bovenkleding van merinoswol dat Timerland eind 2005 heeft overgenomen - en Mion, een nieuwe schoenenlijn voor o.m. watersporten. Ook Timberland geeft aan met deze nieuwe structuur de expansie van zijn merken te willen versnellen. Renato Braaf, algemeen directeur van Timberland Benelux zei in een reactie dat er een nieuw tijdperk voor het bedrijf is aangebroken. "Wij geloven dat een dergelijk geïntegreerd businessmodel de sleutel is tot ons succes op lange termijn."
Tassenmerk Eastpak heeft geen nieuwe verkooporganisatie opgericht, maar het agentschap overgenomen dat het merk in de Benelux vertegenwoordigt. Zeven werknemers van Cap 1 – het voormalig agentschap – zijn in dienst getreden bij VF Europe Eastpak. De stap maakt onderdeel uit van de “strategische groei- en ontwikkelingsplannen voor het merk” zo heeft de VF Corporation in een persbericht laten weten.
Het zelf ter hand nemen van de verkoop past in de groeiende behoefte van bedrijven om meer controle uit te oefenen op hun merk. Zo worden vaker flagshipstores geopend waar labels eenduidig aan de consument kunnen worden gepresenteerd. Ook is de doorverkoop dankzij technologische ontwikkelingen beter te controleren dan voorheen en kunnen voorraden waar nodig worden bijgestuurd. Artikelen die in de ene winkel minder goed verkopen kunnen zo desgewenst worden opgehaald en verplaatst naar een filiaal waar er wel vraag naar is. Door ook de groothandelsverkoop zelf ter hand te nemen kunnen merken zowel hun imago bewaken als direct reageren op de markt.
www.timberland.com
www.eastpak.com
19 juni 2006
Retailtrends in Duitsland
Het Eurohandelsinstitut en BearingPoint (voorheen KPMG Consulting) hielden een enquête onder 50 topretailers in Duitsland en destilleerden uit het resultaat drie trends in retail:
Exportvolume Bulgarijë neemt af
Het exportvolume van Bulgarijë is afgenomen vanwege zomeroverstromingen, de afschaffing van EU textielimport quota en de herstructurering van de metaalsector. Dit blijkt uit een rapport van het Internationaal Monetair Fonds. Het land blijft echter een aantrekkelijke bestemming voor buitenlandse investeerders. In het rapport staat dat de exportgroei in 2005 door een aantal tijdelijke factoren. De overstromingen zijn schadelijk geweest voor de landbouw en infrastructuur. De sluiting van een deel van een grote staalfabrikant heeft ook ernstige gevolgen gehad voor de export.
Bij elkaar opgeteld, hebben deze factoren bijna 35 procent van de productexport van het land beïnvloed. Export van consumentengoederen, waaronder textiel, heeft echter een stevige groei doorgemaakt. Volgens het IMF moeten de nieuwe quota's op Chinese textielimport in de tweede helft van 2005, grotere capaciteit van de staalfabrikant, meer buitenlandse investeringen en het herstel van de overstromingen de exportgroei in 2006 weer doen herleven.
7 april 2006
Modedetaillisten in zwaar weer
De Nederlandse mode-industrie heeft een zwaar jaar achter de rug en ook de eerste drie maanden van 2005 zijn tegen gevallen. Dat stelt de ING in een rapport en Texpress schrijft erover.
Ondanks dat de economie enigszins is aangetrokken heeft de consument toch minder
kleding gekocht. Detaillisten in deze sector hebben het dan ook niet makkelijk.
De dalende winkelomzetten worden onder meer toegeschreven aan de prijsdalingen
(-3 procent).
Opvallend is dat in de grote steden minder aan kleding uitgegeven werd, terwijl
in het noorden van Nederland de kledingconsumptie juist met 2 procent groeide.
Kledingketens lijken steeds meer marktaandeel te veroveren, ten koste van zelfstandige
detaillisten. Consumenten kiezen vaker voor de textielsuper om zowel luxe kledingstukken
als basics te kopen. Dit koopgedrag biedt kansen voor winkeliers uit het middensegment,
die een opvallende kledinglijn bieden. (Bron: Texpress)
16 juni 2005
Herstel modeindustrie nog niet in zicht
De
modeindustrie heeft een zwaar jaar achter de rug en ook het eerste kwartaal
2005 viel tegen. Dit blijkt uit een overzicht dat in mei 2005 door de ING Bank
werd gepubliceerd. In 2004 werd voor ruim EUR 6 miljard aan kleding geimporteerd,
een toename van 3 procent ten opzichte van 2003. De kledingexport nam vorig
jaar met 4 procent toe tot EUE 3,8 miljard. In januari 2005 daalde de import
echter weer.
De binnenlandse consumptie daalde vorig jaar en het bleek ondanks het aantrekken van de economie een moeilijk jaar te zijn voor detaillisten. Dit viel mede te wijten aan prijsdalingen die per saldo met 3 procent zakten. Ook begin 2005 zag wederom een prijdaling van ruim 3 procent. Zowel de damesmode als de bodyfashion waren aan de grillen van de consument onderhevig. De slechte maanden hadden de overhand, waardoor bestedingen aan damesmode met 0,3 procent afnamen.
Opmerkelijk is dat er in de grote steden minder aan kleding werd uitgegeven dan normaal, terwijl in het noorden de kledingconsumptie met 2 procent toenam. Opvallend was ook dat de ketens de markt wisten te veroveren, terwijl zelfstandige detaillisten plaats voor hen moesten ruimen.
Volgens de cijfers van de ING laat het herstel in de mode op zich wachten. Ondanks een voorspelde economische groei van 1 procent, merken de consumenten hier weinig van en blijven voorzichtig. De slechte werkgelegenheid is hier mede voor verantwoordelijk. De particuliere consumptie zal dit jaar naar verwachting met 0,1 procent dalen en de vraag naar goederen daalt sterker. Daarnaast zal het omzetvolume in de modedetailhandel uitkomen tussen de 0 en -1 procent.
De grilligheid van de consument uit zich in een "schizofreen consumentengedrag", waarbij zowel voor luxe als basics uit de textielsupermarkt wordt gekozen. Dit kan uitkomst bieden voor winkeliers in het midden-segment die een opvallende kledinglijn of presentatie hebben, zo zegt het rapport.
31 mei 2005
Britse verkoop dameskleding + 3%
De verkoop van dameskleding is het laatste seizoen met 3% gestegen. Volgens de Britse markt informatiespecialist blijven de cijfers van herenkleding hierop achter. De stijging is te danken aan de niet gestegen prijzen van damesmode en schoenen en het aanbod van nieuwe collecties die gretig aftrek vinden.
Het zijn vooral jurkjes en rokjes die van de kledingrekken worden gerukt. Maar ook casual jasjes worden gewaardeerd. De nieuwe modetrend voor vrouwen slaat lijkbaar goed aan. Voor jeans en T-shirts blijft het een beetje relaxed, maar voor de rest geldt: Sexy, flirtend, etnisch of voorzien van bloemen is het credo.
Vooral modeketens in de echte kledingstraten, voordeel aan bieders en warenhuizen profiteren van de mogelijkheid om snel de mode van de catwalk voor een betaalbare prijs aan te bieden. Onderzoeksbureau TNS FashionTrak toont dat een significante groei is waar te nemen bij deze sectoren, waarbij de stijgingen respectievelijk oplopen tot 7%, 5% en 9% in dit seizoen.
Geheel in lijn met de look van het seizoen, is ook de verkoop van accessoires bemoedigend. Vooral sjaaltjes, riemen en sieraden bedoelt voor kleding, vinden gretig aftrek. Fiona Bell van TNS FashionTrak zegt hierover: "Gezien de dramatisch tegenvallende verkopen rondom Kerst, is deze start van het nieuwe seizoen heel hoopgevend."
31 maart 2005
Haïti wil voorkeurspositie van VS
Haïti,
eens een welvarend kledingproducent wankelt al enige tijd vanwege nationale
instabiliteit, maar lijkt onder druk van Chinese concurrentie het loodje te
leggen. Het armste land van het Amerikaanse continent kan niet wedijveren met
het grootste lage-lonen ter wereld. Daarom vraagt het de Verenigde Staten om
invoerrechten zonder importbelasting.
Haïtiaanse leiders oefenen druk uit op de Amerikaanse overheid om kleding die niet gemaakt is van Amerikaanse grondstoffen, onder gunstiger voorwaarden toe te laten tot de Amerikaanse markt. Deze voorwaarde wordt gepromoot onder de naam HOPE. De Haïtiaanse kledingindustrie was vooral afhankelijk van bedrijven die kledingonderdelen naar het eiland verscheepten en daar in elkaar lieten stikken. Als het eiland zelf de toeleveranciers kan kiezen, bijvoorbeeld Mexico, heeft het betere overlevingskansen.
Vorig jaar gingen in Haïti 5 duizend banen verloren, oftewel één op de zes mensen van de betere kledingindustrie kwam op straat te staan. De grootste verliezen zijn geleden onder die arbeiders die afhankelijk waren van Amerikaanse bedrijven die hen voorgesneden onderdelen stuurden waar na het stikwerk de kleding werd terug gestuurd. Op dit moment verdienen nog 25 duizend Haïtianen hun boterham in de kledingproductie.
Amerikaanse kledingbedrijven geven nu de voorkeur aan bedrijven die een 'full-package' kunnen aanbieden. Maar voor de meeste Haïtiaanse bedrijven is de omschakeling naar een bedrijf met meerdere technieken, waar zowel wordt gesneden, gestikt als kledingstukken van ritsen voorzien, een te dure operatie. De aanschaf van dergelijke machinerieën wordt niet gedekt door het afname volume.
Toch zijn er enkele bedrijven die deze full-package weten aan te bieden. Zoals de Astralis Group, dat bestaat uit 12 bedrijven, waaronder kledingproducenten en banken. Astralis Group werkt samen met Amerikaanse consultants die zijn gespecialiseerd in full-package. Astralis' directeur Marie Louise Baker sprak haar hoop voor de toekomst uit op het Material World Trade Fair in Miami Beach. "We hopen dat wij banen kunnen behouden en fabrieken open kunnen houden," aldus Baker.
Barry Horowitz van de in Boca Raton gesitueerde Linbar Group stelt: "De
vijand van de Amerikaanse textielindustrie is niet Haïti, maar dat is China.
Peking geeft subsidies aan textielproducenten waardoor de prijs laag wordt gehouden.
Dit betekent een oneerlijke concurrentie voor bedrijven die werken met producten
uit de V.S."
Haïti hoopt dat Amerikaanse bedrijven de verzoeken in een breder perspectief
kunnen zien. Want enkele Chinese fabrieken produceren tezamen meer dan geheel
Haïti. Terwijl de invloed van de import vanuit dit arme land van het Amerikaanse
continent geen of nauwelijks invloed heeft op de Amerikaanse economie.
30 maart 2005
Zweden, Afrikaanse sluis naar EU
Zweden wil de handelsactiviteiten met Namibië versnellen. Het gaat vooral om handelswaar als textiel, vlees, leer en huiden. Deze week is hiertoe een delegatie bestaand uit twee personen afgereisd naar het Afrikaanse continent. Zweden, met een populatie van 9 miljoen inwoners, is één van de liberalere leden van de Europese Unie en voorstander van vrij handelsverkeer. Via Zweden is de Europese Unie te betreden. Met een consumentenmarkt van 426 miljoen, een groots afzetgebied met onbeperkte mogelijkheden.
De twee afgevaardigden waren aanwezig op het seminar dat de Zweedse ambassade in Namibië organiseerde. Hier waren een groot aantal producenten met exportinteresse richting het Scandinavische land aanwezig. Na Namibië worden meerdere Zuidelijke Afrikaanse landen bezocht.
De Zweedse ministeries van handel en industrie en ontwikkeling hebben vorig jaar in april de 'Open Trade Gate Sweden' (OTGS) opgericht. Dit speciale departement onderzoekt de mogelijkheden van handel en export van ontwikkelingslanden naar Zweden. Eén van de taken van OTGS is onderzoek doen naar en het overwinnen van handelsbarrières binnen de handelswetgeving van Zweden. Evenals het beïnvloeden van regelgevingen op het gebied van handel en ontwikkeling met betrekking tot Zweden en de Europese Unie.
22 februari 2005
Voor $1 miljoen vervalsingen
In Amerika is voor een miljoen dollar aan vervalste kleding onderschept. In Apex, een stad in Noord-Carolina, heeft de plaatselijke politie na een tip kleding en labels gevonden. De labels droegen de merknamen Tommy Bahama, Ralp Lauren, Tommy Hilfiger, Hermès, Lacoste Hugo Boss en Emporio Armani. Het onderzoek werd geleid door Oxford Industries, het moederbedrijf van Tommy Bahama.
Oxford Industries voelde nattigheid nadat een aantal verdachte artikelen te
koop werden aangeboden op internet. Een woordvoerder van Oxford Industries let
weten agressief te handelen bij de ontdekking van dergelijke handelspraktijken.
Met deze actie willen ze tevens een boodschap overbrengen aan al diegenen die
nadenken over handel in vervalsingen.
De Amerikaanse Kamer van Koophandel veronderstelt dat door de verkoop van vervalste
merkartikelen de legale handelaren in de regio jaarlijks omzetten mislopen van
200 tot 250 miljard dollar.
23 september 2004
Wegvallen quota zet wereldhandel op zijn kop
Door het vervallen van importquota voor kleding en andere textielproducten binnen
nu en een halfjaar zal de wereldmarkt ingrijpend veranderen.
Met name China en India zullen veel meer kleding exporteren dan tot op heden. Voor landen die grenzen aan belangrijke afzetmarkten zou de schade wel eens mee kunnen vallen.
Dit zijn de conclusies van het rapport dat de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
afgelopen week presenteerde. Het rapport gaat in op de vraag wat er gaat gebeuren
als de importquota voor textiel en kleding op 1 januari volgend jaar wegvallen.
Vaststaat dat China en India daarvan sterk zullen profiteren. Deze twee grote
landen kennen lage lonen en kunnen daardoor hun producten goedkoop kwijt. De
WTO verwacht dat het aandeel van kleding van Chinese makelij op de Amerikaanse
markt zal verdrievoudigen naar 50 procent. Dat van India neemt ook fors toe
van 4 naar 15 procent. Binnen de EU zullen beide landen er ook op vooruit gaan.
Verscheidene textielproducerende landen maken zich grote zorgen over de gevolgen van de afschafing van de quota. Een groep van 47 landen vroeg de WTO in juni de handelsliberalisatie voor textiel en kleding tot eind 2007 uit stellen. Volgens deze partijen zullen over de hele wereld miljoenen banen op het spel komen te staan.
Voor een beperkte groep landen zal de verandering volgens de WTO erg meevallen. Het gaat daarbij om 'buurlanden' van grote economien als Mexico, dat aan de Verenigde Staten grenst, en Oost-Europese landen die dichtbij de Europese Unie zitten. Deze landen hebben volgens de WTO het voordeel dat ze lage lonen hebben en snel hun producten kunnen leveren. De onderzoekers denken dat zij beter kunnen inspelen op de snelle veranderingen in de modewereld.
Verder verwacht de WTO dat het wegvallen van importquota minder vergaande gevolgen zal hebben voor de handel in textiel. China daar weliswaar ook profiteren, maar niet zoveel als bij kleding.
14 augustus 2004
Handelsmissie naar Bosnië
Mede door het succes van de handelsmissie in 2003 en speciaal verzoek van de Nederlandse Ambassade in Sarajevo, organiseert IDEA dit jaar wederom een handelsmissie naar Bosnië-Herzegovina.
Van 22 t/m 26 november 2004 kunt u deelnemen aan een branche gerichte handelsreis naar Bosnië-Herzegovina, die omgeving Bugojno / Travnik / Jayce, aandoet. Tijdens deze handelsreis kunt u nieuwe handelscontacten leggen of bestaande contacten intensiveren.
Tevens wordt er een Trade Fair gehouden. Bedrijven uit Bosnië-Herzegovina tonen hun producten en kunnen samen met u van gedachten wisselen over een eventuele samenwerking. Naar aanleiding van Trade Fair kan op individuele basis een gesprek met één van de Bosnische bedrijven worden gemaakt voor de volgende dag. Elke deelnemer ontmoet een aantal potentiële zakenpartners die zijn geselecteerd op basis van de gekozen sectoren voor deze handelsmissie, met name: Metaal, Afvalverwerking, Textiel, Agro, Hout&Bouw en Toerisme. Dit kunnen mogelijke afnemers zijn, maar ook agenten, distributeurs of andere samenwerkingspartners.
De organisatie van de handelsreis is in handen van de IDEA, een samenwerkings verband van VNO-NCW en Defensie. In Bosnië-Herzegovina is in nauw onderling overleg met de Nederlandse Ambassade en CHF (Community Housing Funding, locale NGO) deze handelsmissie gepland.
Alle Nederlandse bedrijven die geïnteresseerd zijn in zakendoen met Bosnië-Herzegovina kunnen deelnemen. De kosten bedragen alleen de kosten voor een retourticket per deelnemer. De vliegreis wordt centraal door IDEA geregeld en geboekt, hier heeft u dus geen omkijken naar. Reis- en verblijfkosten en de kosten voor bijvoorbeeld een huurauto of tolk zijn voor rekening van IDEA. Om een waardevolle missie te kunnen garanderen, wordt er een minimum gesteld aan het aantal deelnemers.
Bosnië-Herzegovina: een aantrekkelijke markt
Zuidoost-Europa is een regio met mogelijkheden en potentie. Dit is de conclusie
van een rapport van de European Bank for Reconstruction and Development. De
landen Albanië, Bosnië-Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Macedonië,
Moldavië, Roemenië en Servië-Montenegro worden in het rapport
belicht. De economie en de private sector in deze landen groeien sterk, maar
zijn nog zeker niet op het niveau van de landen in Midden- Europa. De buitenlandse
investeringen in de regio trekken aan en bedroegen in 2003 ongeveer 6 miljard
US dollar; een record jaar:
Meer informatie:
BRD, Spotlight on Southeastern Europe, www.ebrd.com/pubs/econ/see/full.pdf
www.evd.nl