Science fiction in retail
Holografische verkoopsters, interactieve paskamers en betalen met je vingerafdruk. Science fiction? Volgens consumenten is het over tien jaar heel normaal. TNS Retail Forward onderzocht de haalbaarheid van twaalf innovatieve ontwikkelingen die het shoppen in de toekomst ingrijpend zullen veranderen. Naast het bovenstaande stonden bijvoorbeeld interactieve winkelwagentjes (met boodschappenlijstjes, aanbiedingen en kortingsbonnen), shopping netwerk sites en collectief (met een groep consumenten) inkopen doen op de lijst van TNS. Het Amerikaanse onderzoeksbureau legde de mogelijkheden voor aan meer dan 4600 consumenten in Canada, China, Frankrijk, Duitsland, Japan, Spanje en de VS. En wat blijkt? Het gros gelooft dat als het technisch mogelijk is, dit allemaal zal worden ingevoerd. Volgens de ondervraagden is het in 2015 waarschijnlijk al zo ver. De populariteit van de diverse mogelijkheden verschilt wel sterk. Zo denkt 60 procent dat betalen met je vingerafdruk binnen tien jaar zal worden ingevoerd, maar slechts 25 procent ziet daar ook iets in. Ruim 73 procent denkt dat straks vrijwel iedere kleedkamer zal zijn uitgerust met een beeldscherm en een touchscreen waarmee met een verkoopster kan worden gecommuniceerd en meer dan de helft kijkt uit naar de invoer van de driedimensionale bodyscan en interactieve passpiegels. Chinese consumenten verheugen zich vooral op de invoering van de holografische verkoopster, terwijl Duitse shoppers veel meer belangstelling hebben voor de body scan om kleding te vinden die goed past.
Mary Brett Whitfield van TNS zegt: “De hele winkelbeleving is ingrijpend aan het veranderen en consumenten staan daar open voor. Vooral tijdbesparende innovaties zijn populair. Toch gaat traditioneel goede service voor alles.”
www.retailforward.com
8 mei 2008
Nieuwe retailjaarprijs
Het HBD roept een nieuwe retailjaarprijs in het leven. De titel ‘de Leukste winkel om bij te werken', wordt een van de onderscheidingen van de jaarlijkse Retail Jaarprijzen, de belangrijkste verkiezing binnen de detailhandel.
De prijs is in het leven geroepen om het werken in de detailhandel een impuls te geven, zo vertelt woordvoerder Hans Verweij: "Zo willen we de aandacht van mensen buiten de branche erop vestigen dat de detailhandel leuk is om in te werken en tegelijkertijd mensen binnen de sector een positief gevoel geven."
Het is in de detailhandel al enige tijd lastig om geschikt personeel te vinden. Volgens Nicole de Boer, Sales Consultant van de Vacaturebank voor de Mode zijn de functies in de modedetailhandel vaak de moeilijkste om in te vullen. "Het werk kampt met een imagoprobleem," legt ze uit. "Op de een of andere manier denken veel mensen dat het werken in een winkel iets sufs is, maar dat is onterecht. Er valt ook veel uitdaging uit te halen."
Het is de bedoeling dat de nieuwe jaarprijs iets verandert aan dat imago. Om mee te dingen naar de titel moeten medewerkers uit de detailhandel hun werkgevers nomineren. Daarvoor kunnen zij terecht op een website, speciaal voor dat doel opgericht, waarop vijf vragen staan over collegialiteit, opleiding en begeleiding, waardering en flexibiliteit. Een jury maakt een voorselectie op basis van de ingevulde formulieren. De tien overgebleven winkels krijgen een inspectiebezoek en naar aanleiding daarvan wordt in november de prijs uitgereikt tijdens het jaarlijkse gala van de Retail Jaarprijs.
www.ikwerkbijdeleukstewinkel.nl
14 april 2008
Alfa adviseurs brengt retail rapport
Vanaf nu komt Alfa accountants en adviseurs jaarlijks met een rapport waarin het bedrijf op een handzame en toegankelijke manier retailcijfers gaat brengen: ‘Cijfers die spreken, retail'. “Het is belangrijk een stuk van onze kennis te laten zien aan de branche,” zegt retailadviseur Marco van den Broek. “En het is een goed pr-instrument.”
Alfa adviseurs is in 2006 samen gegaan met Fedac, dat van oudsher gespecialiseerd is in het adviseren van ondernemers in de detailhandel. Binnen Alfa houdt één van de vier takken zich bezig met detailhandel. De cijfers in het rapport zijn afkomstig uit meerdere bronnen. Zo komen er cijfers uit onderzoek van HBD, Intres en Fedac zelf in voor. Het rapport is volgens Van den Broek niet concurrerend bedoeld. “Hoewel het wel te vergelijken is met het rapport van ABN-Amro.”
Waarom het bedrijf nu pas met een retailrapport komt? “We zijn bescheiden van karakter en dit is de eerste stap om bekendheid te generen,” zegt Van den Broek. Het volgende overzicht van retailcijfers komt uit in de zomer van 2008.
www.alfa-accountants.nl
17 december 2007
Succesvol retailen is klantgeoriënteerd
Retailers moeten meer investeren in hun klanten. Ze behoren te denken en handelen vanuit het perspectief van de consument. Dat was de unanieme boodschap van het retailcongres ‘What's going on in retailing?' dat afgelopen woensdag voor de 16 e keer plaatsvond. Het NBC in Nieuwegein werd wederom druk bezocht door branchegenoten die graag het evenement bezoeken vanwege de goede contacten die ze er op doen. Een indrukwekkende lijst met sprekers draagt bij aan de algemene kennis en geeft deelnemers stof tot nadenken.
Ditmaal aan het woord waren onder andere Désirée Struijk van Senta Multisensory Concept; René de Lege, algemeen directeur van de Hoogenbosch Retail Group; Jan Müller , CEO van Saatchi & Saatchi X Nederland; en Bert Keizer, Vicepresident Retail bij Capgemini. Keynotespreker Tony DeNunzio, voorzitter van Maxeda, benadrukte dat het succes van de retailgroep schuilt in de tevredenheid van het personeel, dat vervolgens resulteert in een tevreden klant. Ook een duidelijke visie en een goede synergie tussen de verschillende merken is belangrijk voor de groei van een bedrijf. René de Lege van Hoogenbosch Retail Group vertelde tijdens een special interest sessie (onderdeel van het middagprogramma) dat het recente succes van de schoenengroep vooral te danken was aan de duidelijke positionering van de verschillende formules, Manfield, Dolcis, Pro Sport en Invito. Hiervoor werd veel aandacht besteed aan hoe mensen in het leven staan en wat hun drijfveren tot aankoop zijn. Jan Müller van Saatchi & Saatchi X maakt onderscheid tussen shoppers en consumenten. Shoppers handelen vaak op emotie en de retailer moet die verschillende emoties begrijpen en daarop inspelen. Zo moet de shopper geïnspireerd worden, hij zoekt avontuur en een reden om terug te komen.
Dat klantentrouw afneemt is een gegeven. Toch heeft Albert Heijn, de winnaar van de Re-connect Retail Award 2007, de loyaliteit van zijn klanten gewonnen. De supermarktgroep werd op drie punten beoordeeld: attraction , commitment en brand equity . “Albert Heijn is een aantrekkelijk merk, heeft zijn klanten aan zich weten te binden en is tot een gezaghebbend merk uitgegroeid,” was de beoordeling. Daarmee overtrof de groep de andere genomineerden, Jumbo en Hunkemöller.
www.retailing.nl
26 april 2007
Ontevreden ondernemers in Almere
Veertig retailers uit het recentelijk opgeleverde stadshart van Almere hebben een advocaat ingeschakeld wegens een tegenvallende omzet. De lokale krant Almere Vandaag meldt dat de groep ondernemers gezamenlijk advocaat heeft ingeschakeld die een brief stuurde aan de gemeenteraad. In het schrijven klagen de ondernemers erover dat het stadscentrum nog oogt als een bouwput omdat enkele gebouwen nog altijd niet voltooid zijn. Daardoor zien de winkelstraten er volgens de ondernemers ongezellig uit en blijven klanten weg. De gemeente voelt zich echter niet verantwoordelijk voor de achterblijvende omzetten. “Een inschatting van de omzet is de eigen verantwoordelijkheid van ondernemers,” aldus gemeentewoordvoerder Peter Spek. “Dat is geen zaak van de gemeente.” De maatregelen die de ondernemers voorstellen, zoals het verlagen van het parkeertarief, vinden bij de gemeente Almere dan ook geen gehoor. Overigens is de gemeente geen eigenaar van de panden in het stadscentrum. Dat is Rodamco, de verhuurder van de panden.
www.almere.nl
10 april 2007
Overheid schiet schadevergoeding voor
De rijksoverheid wil schadevergoedingen voor slachtoffers van zeden- en geweldsmisdrijven in de toekomst voorschieten. Nu is het nog zo dat slachtoffers zelf de schade moeten verhalen op de dader. Dat staat in een brief die minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) maandag naar de Tweede Kamer stuurt, zo meldde De Telegraaf.
Het Platform Detailhandel Nederland denkt dat winkeliers baat zullen hebben bij de regeling. “Nu moeten winkeliers die recht hebben op een schadevergoeding zelf proberen die geïnd te krijgen. Dit is tijdrovend en het komt zelfs voor dat de geweldpleger weigert te betalen. Juist omdat het om geweld gaat, is het verhalen van schade extra emotioneel voor winkeliers,” aldus Sander van Golberdinge, Secretaris Winkelcriminaliteit in een persbericht.
De nieuwe regeling geldt alleen voor slachtoffers van zeden- en geweldsdelicten. Het gaat daarbij vaak om schade die immaterieel en onverzekerbaar is. Hirsch Ballin vindt een speciale regeling voor deze groep slachtoffers gerechtvaardigd, omdat deze delicten emotioneel zwaar zijn. De regeling maakt deel uit van het programma 'Slachtoffer Centraal', waarmee de minister de positie van het slachtoffer wil versterken.
www.raadnederlandsedetailhandel.nl
26 maart 2007
Webwinkel bij helft winkelketens
Bijna de helft van de grote Nederlandse winkelketens (47 procent) heeft een webwinkel. Dat blijkt uit een inventarisatie van RetailTrends. Verder komt naar naar voren dat bijna alle grote Nederlandse winkelketens een website hebben (98 procent) en dat 64 procent emails verzendt naar belangstellende klanten.
De websites van de grootste retailers zijn vrijwel allemaal goed te vinden. Retailers die minder snel gevonden worden zijn: Aktiesport, Bijoux Brigitte, Expert, Mango en The Sting. Vindbaarheid op zoekmachines is belangrijk voor retailers en zal naar verwachting alleen maar belangrijker worden. Veel consumenten kopen al via internet, daarnaast oriënteren zij zich voor een latere aankoop steeds vaker online. Ook retailers die geen webwinkel hebben, doen er dus goed aan zich op internet te presenteren.
Slechts 11 procent van de retailers doet aan zoekreclame. Voorbeelden hiervan zijn Hema, die bij zoekmachines goed scoort op het woord `tompouce` en Hunkemöller, die hoog eindigt bij de zoekterm ‘ondergoed’. Retailers die zich bezighouden met zoekreclame zijn onder meer: Albert Heijn, Australian Homemade, Bruna, Christine le Duc, Mexx, Prénatal, Scapino en Tchibo. (Bron: Retailtrends)
14 december 2006
Meer ramkraken bij moderetailers
Het aantal ramkraken op modezaken is de afgelopen twee jaar met dertig procent gestegen. Dat heeft verzekeraar Interpolis geconcludeerd uit het eigen databestand. Vooral nu, kort nadat de nieuwe collecties zijn gearriveerd, blijken ramkrakers het op de moderetail te hebben voorzien. Het gemiddelde schadebedrag bedraagt ruim €30.000. Bovendien derft de winkelier opbrengsten, omdat nabestellen van de collectie heel moeilijk, duur en soms helemaal niet mogelijk is. “Na een ramkraak kan een ondernemer het seizoen veelal vergeten”, aldus Wendy van Liempt van Interpolis, verantwoordelijke van de afdeling Risksupport. “Komt bij dat de verzekeraar na schade aanvullende eisen stelt. Bovendien is de emotionele schade vaak groot.” Ook fotowinkels, parfumerieën en lingeriezaken zijn regelmatig doelwit. Door betere beveiliging daalt het aantal ramkraken bij juweliers. De totale schade door ramkraken loopt in de miljoenen, waarbij enkele honderden ramkraken per jaar worden gemeld. (Bronnen: RetailNews.nl, Zibb.nl)
Inno beste retailer
Belgen winkelen het liefst bij de modeketen Inno. Dat blijkt uit een consumentenonderzoek dat werd uitgevoerd door GfK. GfK vroeg 5000 consumenten hun mening over 17 Belgische modeketens. Deze panelleden waardeerden de winkels op vier belangrijke marketingdimensies, te weten: collectie, prijs, personeel en winkel.
Inno scoorde hoog op collectie, winkel en personeel. Heren bleken de marketingdimensies anders te beoordelen dan dames. Zo hechten mannen bijvoorbeeld meer belang aan het aanwezige winkelpersoneel dan vrouwen. Onder mannen scoorde WE het hoogst, bij vrouwen eindigde Inno aan de top van de lijst. In Nederland, waar het onderzoek ook werd gehouden, kwamen de ketens Miss Etam en (Lady) Sting als beste uit de bus.
www.inno.be
www.gfk.nl
18 juli 2006
Nieuw modecentrum Nieuwkuijk
Retailers uit het zuiden van het land kunnen sinds kort terecht in hun eigen modecentrum. In Nieuwkuijk, tussen Den Bosch en Waalwijk, is in juni het derde modeinkoopcentrum van Nederland in gebruik genomen.
Modeaankoopcentrum Zuid Nederland (MAC-znl) biedt plaats aan ongeveer zestig merken. Krap een maand na de oplevering van het pand is al veertig procent van de ruimte verhuurd aan merken als onder meer Mac, NTS, Mandarin & Mint en Point-Virgule. Het modecentrum mikt daarmee vooral op casualmode uit het midden- en hogere segment.
“Echt grote merken zitten er nog niet,” zegt initiatiefnemer Rob Schreuder. “Maar ik heb de verwachting dat het centrum binnen een jaar vol zit. Er zijn al veel aanvragen.” Het modecentrum wil vooral klanten uit zuid Nederland en België bedienen: “Het is vanuit Maastricht meer dan vier uur rijden naar Amsterdam,” zegt Schreuder. “En nu er gemiddeld rond de tien collecties per jaar verschijnen is dat voor veel detaillisten gewoon te ver weg.”
Edwin Denekamp, directeur van het World Fashion Centre in Amsterdam, is niet bang dat de komst van het centrum retailers uit Zuid Nederland ervan weerhoudt om naar Amsterdam te komen. “Dit nieuwe modecentrum is relatief kleinschalig. Voor een uitgebreid aanbod moeten de detaillisten toch naar Amsterdam reizen,’’ denkt hij.
“Het idee valt of staat met de merken die er gaan zitten,” vervolgt Denekamp.
“En eerlijk gezegd kan ik het me niet voorstellen dat grote internationale merken een nieuw modecentrum in een plaats als Nieuwkuijk zullen verkiezen boven dat in Amsterdam, dat zijn naam al gevestigd heeft. Ze zouden een tweede showroom kunnen openen, maar dat zie ik niet snel gebeuren.”
Toch denkt Schreuder van MAC-znl dat er voldoende ruimte is voor een volwaardig modecentrum in het zuiden van het land: “Ook in Amsterdam is geen plaats voor alle merken. De merken die wij hebben, zijn allemaal op elkaar afgestemd. We hebben een volledig aanbod voor een specifiek deel van de markt.’’
Esther de Haas, agent van NTS, is heel tevreden met haar plek in het MAC-znl. “Het is makkelijk te bereiken voor de klanten in heel zuid Nederland, het ligt vrij centraal.” Toch denkt ze niet dat haar klanten nu niet meer naar Amsterdam zullen gaan. “Het is juist zo dat ze vaak bij ons langs komen als ze op weg zijn naar Amsterdam, of als ze er net vandaan komen.”
3 juli 2006
Geen winkel zonder scherm
Winkelend publiek staat positief tegenover commercials die op schermen in de winkel worden getoond. Dat meldt Arbitron. Publiek in winkels is volgens het onderzoeksbureau zelfs “extreem ontvankelijk voor narrowcasting”. Het rapport meldt onder meer dat bijna één op de drie van de ondervraagden zegt door ‘in-store displays' een niet-geplande aankoop te hebben gedaan. (Bron: Emerce)
6 februari 2006
Printemps in etalage?
De Franse retailgroep PPR heeft de Rothschild bank gevraagd om een eventuele verkoop van warenhuisconcern Printemps te onderzoeken. Dat meldde de ‘Journal du Dimanche' eerder deze week. Uit het verhaal blijkt dat een definitieve verkoop van Printemps niet lang op zich zal laten wachten, omdat er een aantal gegadigden zijn.
PPR topman Francois-Henri Pinault zou het warenhuisconcern kwijt willen, vanwege een achteruitgang van de resultaten. Vorige week maakte PPR bekend dat de omzet van Printemps in het vierde kwartaal met 6,6 procent is gedaald naar €238,2 miljoen.
In de krant worden geen bronnen genoemd voor het verhaal.
www.printemps.fr
2 februari 2006
Franchising neemt toe
Het aantal vestigingen van franchiseformules in Nederland is de afgelopen vier jaar met bijna 40 procent gegroeid. In 2001 waren er 20.612 vestigingen die gerund werden door ondernemers in formuleverband. In 2005 waren dat er 28.909. Dit blijkt uit het onderzoeksrapport ‘Succes in Franchise van A tot Z'.
Belangrijke reden voor de snelle groei is veel middenstanders zich hebben aangesloten bij formules om hun positie te verstevigen. Een ander motief is dat een vestiging van een franchiseformule over het algemeen gemakkelijker te verkopen is dan een zelfstandige winkel. Met name oudere ondernemers proberen op deze wijze alsnog hun oudedagsvoorziening veilig te stellen. Jonge ondernemers vinden het vaak ‘logischer' om in formuleverband te ondernemen. Winkelstraten worden immers gedomineerd door grote winkelketens, waardoor er nog nauwelijks bestaansrecht is voor zelfstandige ondernemers die nergens zijn aangesloten. (Bron: Retail News)
9 januari 2006
Terugkeer Wibra
Winkelketen Wibra komt terug. Midden jaren 90 ging het niet goed met de keten, inmiddels trekt Wibra meer klanten en werft het ook steeds makkelijker personeel. Op een vacature voor regio manager komen gemiddeld 250 sollicitanten af.
Wibra heeft de afgelopen jaren vooral goed naar zijn klanten geluisterd. Ook zijn er forse investeringen gedaan in automatisering en logistiek. Leidinggevenden krijgen cursussen ‘people' management en de werknemers cursussen in klantvriendelijkheid.
Sinds 2000 groeit Wibra weer rustig door naar maximaal 240 filialen in Nederland, daarna lonken andere markten, zoals België. Winkels worden gemoderniseerd. Ook wordt het assortiment uitgebreid met niet-textiel zoals schoolspullen en dvd-spelers. Wekelijks wordt Wibra bezocht door 500.000 mensen. (Bron: Familiebedrijf)
www.wibra.nl
22 december 2005
Bluefly ziet omzet stijgen
De Amerikaanse mode-etailer Bluefly Inc heeft een netto omzetstijging van ruim 60 procent naar $6.3 miljoen voor november gerealiseerd. Vorig jaar november bedroeg de omzet $3.9 miljoen.
Het bedrijf zal, zoals eerder aangekondigd, gedurende 2005 maandelijkse omzetcijfers bekend maken, maar zal vanaf volgend jaar alleen nog kwartaalcijfers onthullen.
Bluefly werd in 1998 opgericht en verkoopt modemerkproducten vanuit het hoofdkantoor in de Fashion District in New York.
www.bluefly.com
7 december 2005
Liever koopzondag dan koopavond
Zes van de tien Nederlanders prefereren de koopzondag boven een koopavond. Belangrijkste reden voor deze voorkeur is dat de consument winkelen op zondag vooral doet voor het plezier en de ontspanning.
Dit concludeert Ricardo de Graaf van de faculteit economische wetenschappen van de Universiteit van Tilburg na onderzoek onder winkelend publiek. Koopzondag wordt door de gemiddelde Nederlander vooral gezien als vrijetijdsbesteding en een leuke manier om mensen te ontmoeten. Ook veiligheid speelt een belangrijke rol bij de voorkeur voor koopzondag.
Het merendeel van de koopavonden is het immers donker buiten, waardoor veel mensen zich minder veiliger voelen. Het onderzoek heeft tevens uitgewezen dat Nederlanders meer koopzondagen willen. De huidige maandelijkse frequentie mag van veel winkelaars vervangen worden door een tweewekelijkse koopzondag. (Bron: Supermarkt)
Target moet verwachtingen bijstellen
Afgelopen maandag maakte Amerikaanse discount retail-gigant Target bekend dat de verkoopresultaten lager uitvallen dan verwacht. Bij winkels die minstens een jaar open zijn is de verkoop met minder dan de geplande 4 tot 6 % gestegen.
Het nieuws is vlak na de teleurstellende derde kwartaal resultaten naar buiten gebracht. Deze resultaten voorspelden weinig goeds voor het huidige kwartaal en de feestdagen.
Kurt Barnard van de Retail Forecasting group: “Target maakt hetzelfde mee als veel andere retailers. Veel consumenten zijn ongerust door de hoge olieprijzen en vrezen voor hun baan. Dit heeft invloed op de verkoop. “
De voorspelling is dat door de slechte resultaten van de retailers de concurrentie tijdens de feestdagen groter zal zijn dan normaal.
Saks tevreden met resultaten
Amerikaanse retailer Saks Inc. heeft haar resultaten van het derde kwartaal bekend gemaakt.
De winst is ietwat verhoogd, mede door de verkoop van zakelijke activa.
De nettoverkoop zakte 11,2 procent van $1.48 miljard een jaar geleden tot $1,32 miljard. Dit komt door de verkoop van de Profitt en McRae winkelketen eerder dit jaar.
De algehele winkelverkoop steeg in het derde kwartaal 2,7 %.
Het bedrijf kondigde 31 oktober jongstleden aan de Northern Department Store Group, de NDSG, te verkopen aan de Bon-Ton Stores Inc. voor 1,185 miljard dollar. Verwacht wordt dat deze transactie in het begin van het eerste fiscale kwartaal van 2006 afgerond zal zijn.Saks Incorporated bezit onder andere Saks Fifth Avenue Enterprises (SFAE). SFAE bestaat uit zo'n 55 Saks Fifth Avenue winkels, 50 Saks Off 5 th winkels en saks.com
www.saks.com
16 november 2005
Top 50 Nederlandse retailers
Elsevier Retail heeft een ranglijst samengesteld van de grootste Nederlandse retailers. Op de eerste positie staat Ahold. Met de verschillende winkelformules (Albert Heijn, AH XL, AH to go, Gall & Gall en Etos) heeft dit concern 1.623 vestigingen. De tweede plaats op de lijst is voor C&A, met 108 C&A winkels. Daarna komen achtereenvolgens VendexKBB (Vroom & Dreesmann, La Place, Hema, de Bijenkorf, Dixons, Dynabyte, It`s, Modern Electronics, Prijstopper, Claudia Strater, Hunkemöller, M&S Mode, Praxis, Formido en Schaap & Citroen), AS Watson Health & Beauty (Kruidvat), Continental Europa (Trekpleister, ICI Paris XL en Savers), Schuitema (C1000), Laurus N.V. (Edah, Edah Lekker & Laag, Konmar, Lekker & Laag, Superstore en Super de Boer), Blokker (Blokker, Bart Smit/E-Plaza, Intertoys, Giraffe/Holland Handelshuis, Hoyng, Leen Bakker, Marskramer/Novy, Groenblok, Lydia en Xenos), Aldhi Holding B.V. (Aldi), Dirk van den Broek Bedrijven (Dirk van den Broek, Bas van der Heijden, Digros, Dino Discount, Dirck III Slijterijen, Dirx, D-Reizen Vakantiewinkels) en Intergamma (Gamma Nederland en Karwei).
Opvallend in de top 50 is de aanwezigheid van kruideniers. Ook de positie van modewinkels is sterk. (Bron: Elsevier Retail)
4 oktober 2005Klanten maken reclame
Via bestaande klanten en mond-tot-mondreclame is het relatief eenvoudig om nieuwe klanten aan te trekken. Door bedrijven en marketeers wordt van deze mogelijkheid echter nog weinig gebruik gemaakt, zo lezen wij in Brandweek.
Deze strategie is alleen succesvol wanneer de ervaring van de bestaande klant bijzonder genoeg is om door te vertellen. Uit onderzoek blijkt dat bepaalde persoonlijke ervaringen van klanten de meeste kans maken om te worden doorverteld: betere dienstverlening dan verwacht, hulp bij het nemen van moeilijke beslissingen, geen onaangename verrassingen, vriendelijk personeel, goed relatiebeheer op de langere termijn, klanten wijzen op nieuwe mogelijkheden en proactief met nuttige informatie komen.
Het effect van mond-tot-mondreclame blijkt ook meetbaar te zijn. Zo kan een bedrijf nagaan hoeveel personen gehoord hebben van de positieve ervaringen van de bestaande klant, wat hun reactie daarop is geweest, hoeveel nieuwe klanten eruit voortkwamen en wat de impact is geweest op het bedrijfsimago. (Bron: Brandweek)
26 september 2005
Aziatische uitbreiding Camel Active
Voor het lifestyle merk Camel Active wordt de Aziatische markt van steeds grotere betekenis. Het mannenlabel opent vanaf dit najaar dan ook 30 nieuwe winkels en maar liefst 308 shop-in-shops in China, Indonesië, Singapore, Maleisië en Thailand.
Wereldwijd heeft het merk al 122 stores en 626 shop-in-shops. De strategische uitbreiding wordt uitgevoerd door het Retail Management van CMLC GmbH, licentiehouder Camel Active. Er wordt eenvormig merkbeleid gevoerd, ondersteund met PoS materiaal. Dit alles staat in het teken van de ‘Teamspirit' campagne.
www.camelactive.de
22 september 2005
PoP-materiaal vaker centraal
Retailers zijn niet langer bereid merkfabrikanten veel ruimte te geven voor hun point-of-purchase (PoP) reclamematerialen. Uit onderzoek van het Britse Bezier blijkt dat 69 procent van de ketens hun marketing centraal regelen. In 2000 was dat nog 55 procent.
Er zijn verschillende redenen waarom retailers zeggenschap willen over PoP-materiaal in hun winkel. Ongelimiteerd gebruik door fabrikanten maakt de winkel rommelig, zorgt voor verwarring en onderbreekt de winkelroutine van klanten. Nog een reden voor centralisering van PoP is efficiëntie. 75 Procent van de aankoopbeslissingen vindt in de winkel plaats, maar fabrikanten besteden slechts 5 procent van hun marketingbudget aan instore reclame. Tenslotte zien retailers zichzelf steeds meer als merk. Zo exploiteert de Amerikaanse supermarktketen Wal-Mart in zijn winkels instore tv, wat wel de op drie na grootste televisiezender in de VS wordt genoemd, na de grote landelijke zenders. De Britse supermarktketen Asda hanteert strikte regels op het gebied van PoP. Het merendeel is afkomstig van Asda zelf. Het eigen designbureau beoordeelt de PoP-mogelijkheden van diverse merken en laat die vervolgens ook zelf maken. (Bron: Marketing Week)
23 juni 2005
Retailers investeren in opleidingen
Een meerderheid (60%) van de Nederlandse retailers gaat dit jaar meer geld uitgeven aan de opleiding en scholing van medewerkers. Daar tegenover staat dat 20% van hen verwacht juist te gaan snijden in het winkelpersoneel. Dit blijkt uit de Retail Monitor, een gezamenlijk onderzoek van Q&A Research Consultancy en het magazine RetailTrends. De onderzochte bedrijven vertegenwoordigen ongeveer 10% van de Nederlandse detailhandelomzet.
Met de investeringen in opleidingen wil men vooral de grootste ergernissen over de detailhandel bestrijden, zoals opdringerig verkooppersoneel en een gebrek aan deskundigheid. Een andere uitkomst van het onderzoek is dat bijna 60% van de Nederlandse detailhandel haar personeel een flexibele beloning toekent. Gemiddeld is 12% van het inkomen van medewerkers afhankelijk van de verkoopresultaten die zij behalen. (Bron : Retailtrends)
2 juni 2005
Prijzenslag in Britse kledingbranche
"Value
retailers" zijn in opkomst in de Britse markt. Door de vertraagde economie
doen ketens als TK Maxx, Primark en Matalan het erg goed, waardoor duurdere
ketens als Marks & Spencer het zwaar te verduren hebben.
TK Maxx biedt designerlabels tegen zeer lage prijzen, Primark verkoopt hippe kleding tegen bodemprijzen en Matalan specialiseert met zogenaamde 'High street quality' tegen de halve prijs. Samen hebben zij 18 procent van de Britse kledingmarkt. Volgens Management Today zal dat percentage alleen maar groeien.
In de Verenigde Staten hebben de value retailers als Sears en Kmart al ruim 35 procent van de Amerikaanse kledingmarkt.
De opkomst van de value retailer kan worden toegeschreven aan de steeds hoogwaardiger wordende kwaliteit van de kleding en het dalende snobisme van de consument als het om kleding gaat. Men geeft niet meer om duur maar wil liever dat de kleding hip is.
Daarbij zijn de inkopers steeds slimmer te werk gegaan. Zij mogen zelf bepalen wat zij willen inkopen en met welke partijen zij in zee willen. Hierdoor wordt het proces versneld en komen er geen dure tussenpersonen meer aan te pas. Zo worden de kosten gedrukt, hetgeen weer tot een goedkoper product leidt.
9 mei 2005
Een retailer is ook een consument
Communicatie en verkoopondersteuning gaan hand in hand in een goed opgezet plan de campagne. Verschillende vormen van reclame zijn mogelijk, wanneer kiezen we voor een tijdschrift en wanneer prijzen we onze waar via een nationale zender aan? De belangrijkste ingrediënten van de marketingmix zijn echter het budget en de doelgroep.
"Verse vis," schreeuwt Kostunrix vanachter zijn kraam in de stripboeken van Asterix en Obelix. Helaas is de reactie van aspirant kopers steevast dat de vis een uur in de wind riekt en er wordt flink afgedongen. Kostunrix maakt reclame voor zijn koopwaar, maar heeft te maken met negatieve mond-tot-mond reclame. Tegenwoordig schreeuwt alleen de marktkoopman nog letterlijk de voordelen van zijn waren uit. In de wereld met gedrukte media, electriciteit en internet hebben we andere middelen gevonden om de kwaliteit van onze artikelen aan te prijzen en de consument te bespelen. Deze keuzemogelijkheden maken ook dat we na moeten denken over het medium dat het best kan worden ingezet.
Communicatie
en verkoopondersteuning gaan hand in hand in een goed opgezet plan de campagne.
De term hiervoor in de wereld van betaalde reclame is marketingmix. Maar een
mix bestaat uit verschillende ingrediënten. Bij welke combinatie heeft
een fashion professional dan de meeste baat? Het antwoord hierop is niet eenvoudig
te geven. Maar de belangrijkste aandachtspunten in deze zijn doelgroep en budget.
Over het algemeen wordt 3% van de jaarwinst ingezet voor reclamedoeleinden. Wanneer sprake is van een nieuw te openen winkel, of het in de markt zetten van een nieuw merk, zal dit meer zijn. Het beschikbare budget bepaalt voor het grootste deel welke vorm van communicatie kan worden benut om de doelgroep te bereiken. Communicatiemiddelen zijn onder te verdelen in gedrukte media zoals kranten, tijdschriften, flyers en posters in Abri's. Dan komen - in volgorde van ontstaan - radio, televisie en internet. De verschillende media hanteren elk een eigen prijskaartje. En het mag duidelijk zijn dat een advertentie in een regionaal huis-aan-huisblad aanmerkelijk goedkoper is dan zendtijd in het reclameblok vlak voor of na een EK of WK voetbalwedstrijd live op nationale zender.
Een vorm van adverteren is de 'advertorial'. Op het eerste gezicht lijkt het
een redactioneel artikel, er is veel tekst en een kop en een inleiding, soms
staat er nog een foto bij. Deze verschijnen vooral in huis-aan-huisbladen of
in specifieke, vaak gratis tijdschriften of instore magazines. De inhoud van
de tekst is altijd zeer positief over het merk of product en de lezer vraagt
zich terecht af, of de tekst wel afkomstig is van een onafhankelijk journalist.
Een advertentie in de traditionele zin van het woord is een blok tekst dat op
een zakelijke manier informatie verschaft over bijvoorbeeld nieuwe collectie,
acties, uitverkoop en koopavonden- en zondagen. In dit blok wordt het logo van
de winkel afgedrukt en de adresgegevens.
In een imago-verhogende advertentie zien we vaker een mooi sfeerplaatje met
een korte wervende tekst. De beelden en de tekst worden ingezet om bij de kijker
een goed gevoel op te wekken. De kwaliteit van het product wordt als het ware
eerder uitgestraald dan benoemd. Het gaat de afzender vooral om het vergroten
van de eigen naamsbekendheid en het uitstralen van een positief imago.
Reacties op reclamespotjes op radio en televisie hebben ertoe geleid dat deze
media nu meer worden ingezet voor het vergroten van de naamsbekendheid en het
imago. De kort durende filmpjes of gesproken woorden blijken niet geschikt voor
het communiceren van informatieve teksten. Het overgrote deel van het publiek,
volgens onderzoek zo'n 80%, hoort of ziet alleen het begin of einde van de reclame
en veelal blijft alleen de naam hangen en het gevoel. Een irritante reclame
heeft dan ook vaak een averechts effect.
Joop Verbrugh is hoofd marketing en communicatie aan de Hogeschool voor Modemanagement TMO in Doorn. Hij geeft marketingles aan aanstormend talent in de modebranche en vertelt hen welke media het best kan worden ingezet voor het maken van reclame. "Eén winkel in de regio die een bepaalt segment van de markt bedient kan een enorme aantrekkingskracht uitoefenen," stelt Verbrugh, "voorwaarde is wel dat mensen bereid zijn om te reizen. Ook wanneer een ondernemer meerdere filialen in een bepaalde hoek van het land heeft is het een sterke regionale speler. Voor winkels met een sterke regionale functie geldt dat reclame gericht op deze streek het meest gebruikelijk is om de doelgroep, namelijk de bewoners in die regio, te bereiken."
Voor Piet Zoomers is het toch gunstig om landelijk te adverteren. De winkelketen heeft vooral filialen in het midden en oosten van het land, met de grootste vestiging aan de A-12 in Wilp. Aan de ene kant passeren veel forensen deze locatie en bovendien is het ook voor consumenten die van ver komen, aantrekkelijk om de modemall te bezoeken vanwege de verschillende modewinkels voor hem en haar onder één dak. 's Avonds is in Wilp een enorme lichtbundel te zien, ondanks dat de naam van de keten hiermee niet aan de horizon verschijnt, is dit toch één grote reclamezuil. De lichtzuil is een echte aandachtstrekker en krijgt veel reacties, dus is het doel bereikt. Met als extra opbrengst veel free-publicity. Want weet de marketingdeskundige van TMO: "Veel boeren in de omgeving protesteren tegen het licht. Hierdoor krijgt de modemall veel naamsbekendheid. Er wordt geklaagd, maar niet over de kleding."
"Afhankelijk van het prijssegment van de aangeboden artikelen moet het niveau van de reclamedrager worden bepaald," vervolgt de marketingdeskundige van TMO. "Wanneer de prijs een belangrijke reden is voor de klant om de winkel te bezoeken, is een advertentie in een huis-aan-huisblad een prima middel. Zeker wanneer kortingen worden gecommuniceerd. Uit onderzoek is gebleken dat het klantenbezoek van prijsstunters als Wibra en Zeeman het grootst is op de aangekondigde eerste koopjesdag. Er is een grote groep consumenten die de kranten en de huis aan huis bezorgde folders hierop napluizen."
Als het aanbod in de winkel zich op een hoger niveau begeeft, dan is het belangrijk
om het imago van de winkel te ondersteunen. Gezien worden in de juiste glossy
bladen past dan beter bij het reclamebeleid. Door middel van een advertentie
in een huis-aan-huisblad of een lokale krant, wordt gemikt op een heel grote
groep lezers in de directe nabijheid van de modezaak. Het is echter waarschijnlijker
dat veel lezers niet tot de doelgroep van de onderneming behoren. Er is daarom
eerder sprake van kwantiteit. Met een advertentie in een glossy - of damesmagazine
is het verspreidingsgebied weliswaar groter, maar omdat ook de juiste personen
in het servicegebied worden bereikt is het bereik van de doelgroep kwalitatief
hoger.
"De reclame die Hennes & Mauritz maakt is pure imago versterking, een
vorm van Corporate Identity," voegt Verbrugh toe. "Met afbeeldingen
van fotomodellen in bushokjes laten ze zien dat zij modisch en goedkoop zijn.
Dit neerzetten van een imago noemen we 'thema reclame'."
De Hema wisselt 'thema reclame' af met 'actie reclame'. Actie reclame is direct gericht op het genereren van winkelbezoek en verkoop. Zoals bijvoorbeeld de advertenties van 2-halen, 1-betalen in regionale- en provinciale kranten. Gedurende het seizoen komen de mensen naar de winkel voor de mode. Maar tijdens deze acties komen ook andere consumenten naar de winkel. Zij komen vooral af op de aanbiedingen.
Wat betreft gebruik van radio en televisie als medium om de consument te bereiken, is Verbrugh duidelijk: "Of je doet het niet, of je doet het goed. Zoals bijvoorbeeld C&A dit heeft gedaan vanwege de herpositionering op de markt ." De winkelketen van de familie Brenninkmeijer heeft met een grootse campagne via onder andere televisie en billboards laten weten dat het assortiment in de winkels modischer is dan het publiek denkt. C&A had ernstig te kampen met een stoffig imago maar heeft dit middels een spotje waarin zelfs internationaal catwalk model Frederique van der Wal shoppend was te zien, gekleed in een kek bodywarmertje, behoorlijk weten op te poetsen. C&A mikt dan ook op een breed publiek en dan is de inzet van een massamedium als televisie een verantwoorde uitgave.
"Televisie kun je ook heel goed inzetten wanneer je een merk in de markt wilt zetten, maar dan meer gericht op de doelgroep. Een reclamespotje bij de muziekzender TMF is beter geschikt om de juiste doelgroep te bereiken als een hip jeansmerk moet worden geïntroduceerd. Zou je dit bij de verkeerde zender doen, dan voelt de beoogde consument zich niet aangesproken of keert zich juist af van het merk," aldus Fabiënne van Dillen. Van Dillen is gespecialiseerd in het bereiken van de juiste doelgroep, zij is strategisch directeur-eigenaar van communicatiebureau DownUnder en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor het bedenken van concepten en het ontwikkelen van strategieën. In de portefeuille heeft DownUnder bekende namen als Unox en JanSport en het bureau maakt zich op voor de eerste opdracht van Coca Cola. Ook het stoere spijkerbroekenmerk ToughJeans heeft zich onlangs tot het communicatiebureau gewend voor een strategisch plan om de markt in de Benelux te bespelen. Wanneer het budget het gebruik van televisie niet toelaat, is landelijk adverteren nog steeds mogelijk. Als geen massapubliek bereikt hoeft te worden, maar een specifieke groep consumenten, dan is het zaak het juiste medium te nemen. "Voor een jongerenlabel is adverteren in zogenaamde dance-bladen heel geschikt," aldus Van Dillen.
Internet is de jongste tak aan de mediaboom. De eerste hype van dit massamedium is nu voorbij en in plaats van dat het alle bestaande mediadragers heeft vervangen, is internet geïntegreerd. Een website wordt veelal ingezet als extra servicepunt waar nieuwe collecties, aanbiedingen en openingstijden worden vermeld. Deze digitale voorpui is tevens een reclamemiddel, maar hij moet actief worden opgezocht. Een ondernemer kan ook het e-mailadres van zijn winkel plaatsen of de sites van de merken die hij voert. "Over internet moet je goed nadenken," vindt Van Dillen. "Anders komt een bezoeker één keer langs surfen en daarna nooit weer. Internet moet een beleving zijn, geen statisch geheel, maar met bewegende beelden en regelmatige veranderingen. Een merk kan een spelletje aanbieden aan consumenten en beloftes doen het ook goed. De belofte bijvoorbeeld dat er volgende week of maand iets nieuws te zien is."
De communicatie van groothandel naar detailhandel vindt vaak plaats middels informatieve brieven per post of per e-mail. Maar een advertentie in een vakblad is ook een mogelijkheid. "Een advertorial in een vakblad is niet aan te raden," meent de strategisch directeur. "De lezer prikt wel door de te positieve inhoud heen. Beter is het om de redactie een objectief artikel te laten schrijven. Als je product goed is, wordt dat gezegd en dan is het geloofwaardig. Een retailer is ook een consument. Daarom zie ik meer in een imago versterkende advertentie, ook in een vakblad."
www.tmo.nl
www.downunder.nl
Anneke Kuhurima
uit FashionUnited vakblad, maart
2005
Dynamisch Retailen
De
ontwikkelingen in de modeindustrie zijn legio en zowel retailers als leveranciers
moeten zijn best doen om de vernieuwingen bij te benen. Dit was de duidelijke
boodschap van de sprekers op het FashionUnited Event maandag in de Rai. Modeprofessionals
en facilitair dienstverleners werden in de gelegenheid gesteld de huidige toestand
en de toekomst van de retailbranche te bespreken en hun diensten te presenteren.
In de FUn zaal werd een uitgebreid congres gepresenteerd. Diverse sprekers hebben de ontwikkelingen binnen de branche toegelicht alvorens er een levendige forumdiscussie plaatsvond tussen leveranciers en retailers.
De eerste spreker van de dag, Jan Berger, directie voorzitter van de Bijenkorf, sprak over "dynamisch retailen". In een markt waar alles om snelheid en verandering gaat moet de detaillist zich vooral concentreren op wat de consument wil. "De consument is grillig", aldus Berger, "maar gaat voor de volle honderd procent voor datgene wat hij op dat moment wil." Volgens hem doen vooral de specialistische zaken het goed. De detaillist moet de consument iets speciaals bieden, niet "more of the same". Het dynamisch retailen betekent, volgens Berger, het creëren van behoeftes. De Bijenkorf doet dat door steeds exclusievere merken aan te bieden en die op een aantrekkelijke manier te presenteren.
Hans Lormans, oprichter van Wellcreative en de tweede spreker, beaamde de stelling van Berger dat de consument grillig is en steeds geprikkeld moet worden. Lormans ging in op het "new value" retailen, waarbij winkels zoals Zara en Ikea prijzen van de goederen drukken door slim in te kopen en te concentreren op efficiënte logistiek. De artikelen worden mooi gepresenteerd waardoor de consument blij verast is met de lage prijs. "Winkels als Zara spotten met de regels," zei Lormans. "Kijk naar de etalage van Zara. Als je de naam zou afplakken zou je denken dat het de etalage van Gucci was. Goedkope winkels lijken hun klanten, die voor goedkoop kiezen, af te straffen met ongezellige, rommelige interieurs. Dat is nergens voor nodig. Het gaat om visual merchandising."
"Vernieuwing" kwam in de tweede helft van de dag weer ter sprake toen het onderwerp EDI (electronische data interchange) aan bod kwam. Hoewel er tijdens de forumdiscussie veel heen en weer werd gediscussieerd over wie het initiatief zou moeten nemen voor de invoer van EDI, was men het er wel unaniem over eens dat elektronische samenwerking tussen leveranciers en detaillisten noodzakelijk is voor een efficiënte manier van zaken doen. De voordelen van RFID (Radio Frequency IDentification) in de winkel en in de fashion supply chain werden helder uiteengezet door Fred de Haas van Checkpoint Meto. De dag werd afgesloten met een borrel aangeboden door MAC Mode in het sfeervolle Café Amsterdam, onder muzikale opluistering van de For Fellows Big Band. De stellingen van de forumdiscussie alsmede de beschikbare presentaties zijn online na te lezen op de event website: www.FashionUnited.nl/event.
De dag kan worden samengevat door de woorden van Hans Lormans: "Tegenwoordig gelden nieuwe regels en dus nieuwe kansen. Durf te vernieuwen."
5 april 2005
Britten voorzien zwaar jaar
Miljardair en Arcadia Group eigenaar Philip Green voorziet geen significante groei voor de retailer op de korte termijn. Green was kort geleden in Londen alwaar hij zijn strategie voorlegde voor het opzetten van een Fashion Retail Academy (FRA). De FRA wordt ondersteund door de 54-jarige Green en is een project in samenwerking met de in de Britse hoofdstad gesitueerde College of Fashion. De academie is mede een middel om de commerciële handel in mode op een hoger peil te brengen en gaat in september 2006 van start.
Volgens het Britse equivalent van het CBS, waren de consumentenaankopen in februari lager dan die van de voorgaande maand. "Sinds oktober vorig jaar is de consument minder aan het uitgeven," zei Green. "Voor de kledingbranche was het weer deze lente opmerkelijk, maar ik denk dat de rest van het jaar een moeilijke tijd wordt."
De afgelopen tien maanden heeft de Britse bank vijf keer de rente verhoogd. Dit heeft geleid tot een aanmerkelijk lager aankoopgedrag van consumenten. Laag segment retailers als Chestnut zijn dan ook een geduchte concurrent geworden van 's Britse grootste retailerketen Marks & Spencer (M&S).
De visie van CEO Stuart Rose van M&S, ontloopt dat van Philip Green maar heel weinig. Hij zei medio maart op de conferentie tijdens de London Retail week: "Sinds kerstmis is de omloop in de retailwereld zwaar. Wanneer een bedrijf achter loopt in de verkoop, dan heeft ie het moeilijk. We vechten allemaal om de aandacht van de consument. En het wordt niet gemakkelijker."
M&S heeft ook te kennen gegeven het inititatief van een nieuwe mode academie te ondersteunen. Dit door middel van financiële middelen of onderwijsmogelijkheden. Het Britse ministerie van onderwijs heeft inmiddels een bijdrage van £ 10 miljoen toegekend.
24 maart 2005
Eerst verkopen, dan betalen
Footwear International, leverancier van Betty Barclay Shoes en Tom Tailor Shoes,
biedt retailers een unieke verkoopconstructie. Retailers hoeven op
deze manier de schoenen pas te betalen nadat ze zijn verkocht in de winkel.
Deze constructie is bedacht om de ondernemer te ondersteunen in deze 'economische
moeilijke tijden' aldus het persbericht.
In aanmerking komen alle detailhandelaren in Duitsland, Oostenrijk en de Benelux. Voorwaarde is acceptatie door een kredietverzekeringsmaatschappij of lidmaatschap van een inkoopvereniging. De grens is gelegd bij maximaal 100 dagen betalingstermijn. Op zich is de betalingsconstructie niet uniek. In veel schoenwinkels wordt op consignatiebasis tassen verkocht.
18 februari 2005
Geen doorsnee zaak
Het Engelse woord 'lifestyle' staat gewoon in de Van Dale, maar de uitleg 'levenswijze' die erbij gegeven wordt, is eigenlijk ontoereikend. Het woord levenswijze impliceert de manier van leven waar het mentaliteit en gevoelsleven betreft. De materiële aspecten die met een bepaalde leefwijze verbonden zijn, blijven in de Nederlandse vertaling achterwege. Terwijl het daar nou juist om gaat. Het concept is door reclamemakers bedacht om doelgroepen te benoemen en zo spullen te verkopen. Om dezelfde reden zijn de eerste lifestylewinkels opgezet. Maar wat is een lifestylewinkel nu precies? Is het alleen voor jongeren geschikt? En waar zijn daar in ons land geslaagde voorbeelden van te vinden?
Het
is altijd goed om een verhaal met een heldere definitie te beginnen, want wat
is een lifestylewinkel nu precies? Is het bijvoorbeeld een modezaak waar ook
accessoires worden verkocht? Is het een kapper met een kledingrek achterin?
Of een winkel waar men zowel voor meubilair als voor muziek terecht kan? De
omschrijving komt van Hermieke Lorwa, consultant bij Retail Management Center.
Zij omschrijft een lifestylewinkel als een winkel met een begrensde doelgroep
en een breed assortiment met specifieke producten en diensten voor die groep.
"Het concept is duidelijk en afgekaderd," zegt Lorwa en zij noemt
de Chill Out! jongerenafdeling van De Bijenkorf als een geslaagd voorbeeld.
"Wanneer je tot de doelgroep behoort voel je je op zo'n afdeling direct
thuis, terwijl je er zo snel mogelijk weer weg wilt als je geen deel uitmaakt
van die groep." Lorwa haast zich daaraan toe te voegen dat een lifestylewinkel
niet met een warenhuis moet worden verward. "Hoewel een breed product-
en dienstenassortiment geboden wordt, is men in een lifestylewinkel selectief
bij het kiezen." Een dergelijke winkel heeft artikelen die passen binnen
de belevingswereld van de doelgroep, maar wel artikelen met een zekere exclusiviteit.
Zo wordt niet een doorsnee mobiele telefoon aangeboden, maar juist de nieuwste
Nokia 7280.
Waarom zou een modeondernemer zich nu opeens in branchevreemde producten en diensten gaan verdiepen? "Omdat het retaillandschap dramatisch aan het veranderen is." Volgens Lorwa is voor het middensegment zelfs helemaal geen plaats meer. "Kijk naar Vilenzo (Nederlands modeconcern dat op 8 november jl. failliet werd verklaard, red.). Dat bedrijf is in het middensegment blijven hangen. Vilenzo had er beter aan gedaan om in een veranderende markt in te spelen op de behoefte aan snellere leveringen en kortere seizoenen. De koopkracht staat nu eenmaal onder druk en daar moet door modebedrijven flexibel mee worden omgegaan. Omzetten en marges leiden eronder; winkels gaan met prijzen stunten, de uitverkoop begint eerder en duurt steeds langer." Om deze neerwaartse spiraal te overleven zijn zelfstandige winkeliers genoodzaakt zich te onderscheiden van de concurrent. De modeondernemer zou zich kunnen neerzetten als een zeer exclusieve speciaalzaak met een aanzienlijke toegevoegde waarde en een kwaliteit waarvoor de klant best wat meer wil betalen. Door dit zogenaamde 'upscalen' kan een zaak zijn marges verhogen, maar zo'n stap is lang niet voor iedereen weggelegd. Het tegenovergestelde - het verlagen van de prijzen - is lastig, omdat geen enkele zelfstandige winkelier de schaalgrootte en flexibiliteit van bijvoorbeeld H&M benaderen kan. Een andere mogelijkheid is om meer te verkopen per klant door enerzijds beter te verkopen en anderzijds branchevreemde producten aan te bieden die passen binnen de belevingswereld van zijn klant. Ziedaar de lifestylewinkel!
Het concept van de lifestylewinkel is niet tot de jongerendoelgroep beperkt, maar in theorie voor iedere groep uitvoerbaar. Neem bijvoorbeeld de 'metro-man' (door Lorwa 'nieuwe man' genoemd) de man die meer in het huishouden doet en meer aandacht heeft voor zijn uiterlijk. Een man die met plezier zijn vrouwelijke kanten etaleert, zichzelf tot in de puntjes verzorgt en tegelijkertijd een echte 'vent' is en geen watje. Mannen in de leeftijdsgroep van 25 tot 40 jaar, geven niet alleen geld uit aan een goed zittend pak, maar besteden dus ook steeds meer aan hun uiterlijke verzorging. Daarbij zijn mannen meer 'visueel ingesteld' en daardoor gevoeliger voor geparallelliseerde assortimenten. Een herenmodezaak die deze groep bedient, heeft naast een Hugo Boss-pak, een BlackBerry zakcomputer en een exclusieve verzorgingslijn in zijn assortiment. Maar hij zou ook een espressomachine kunnen verkopen en bij de lifestyle passend cd's, dvd's en lectuur.
Met de komst van lifestylewinkels vervagen de grenzen tussen de branches en
treedt parallellisatie op. Daarmee komen we ook bij de problematiek van dergelijke
winkels, want een modeondernemer kan een neus hebben voor de mooiste collecties
maar zelf misschien geen koffie drinken. Kennis van branchevreemde producten
is niet altijd voorhanden. Een tweede probleem is het gebrek aan ruimte in ons
land. Zeker voor de binnensteden geldt dat het aantal vierkante meters beperkt
is. De stap om een gedeelte van de kostbare winkelvloer op te geven voor een
'vreemd' product is groot. En ook de consument zal aan het vernieuwde concept
van de winkel moeten wennen voordat hij tegelijk met zijn maatpak een pak koffie
koopt. Om met het laatste te beginnen is dat, volgens Lorwa, het minst hoge
obstakel. "De consument is flexibel. Was het vijf jaar geleden nog ondenkbaar
dat men bij een tankstation een broodje kaas zou kopen, inmiddels is dat doodnormaal.
De stank van benzine zou het onmogelijk maken, maar nu kopen steeds meer mensen
er zelfs kant-en-klaarmaaltijden. Hierdoor bespaart de klant tijd en de ondernemer
kan producten verkopen met een hogere marge. Ook voor een modeondernemer geldt
dat hij alles kan verkopen, mits het zijn klant interesseert en die klant het
product niet overal elders kan krijgen. Zelfs de wetgever legt daar nauwelijks
beperkingen op. Een winkelier mag in de binnenstad zelf bepalen hoe hij zijn
assortiment samenstelt." Voor kennis van branchevreemde producten geldt
het aloude motto: werk samen met de leverancier of andere ondernemers met expertise
en knowhow waar het assortiment en positionering betreft, "maar zorg dat
de klant het niet merkt." Lorwa bedoelt daarmee dat een klant in een lifestylezaak
niet met verschillende 'winkeltjes' wil worden geconfronteerd. Shop-in-shops
met een eigen kassa doen afbreuk aan de 'one-stop shopping' gedachte waarop
de lifestylewinkel leunt. "Onderschat niet hoe belangrijk het is om één
centrale kassa te hebben." Als slecht voorbeeld noemt zij een winkel met
drie verschillende modemerken en voor ieder merk een aparte kassa. Hoewel het
gevarieerde aanbod de zaak aanlokkelijk maakt, wekken de aparte afrekenpunten
juist irritatie op, hetgeen de omzet niet ten goede komt.
Het ruimtegebrek is een latent probleem dat zowel de individuele winkelier als
de winkelcentra raakt. Waar de detaillist moet schipperen met vierkante meters
vloeroppervlak, kampt men in de binnensteden met de slechte bereikbaarheid,
parkeerproblematiek en de torenhoge kosten voor onroerend goed. Steeds vaker
zien we dat alleen de grote retailketens die enorme volumes draaien, de dure
locaties nog kunnen betalen. En deze ketens trekken op hun beurt weer een specifiek
klantenbestand. Niet alleen het winkelaanbod in de binnenstad verschraalt, ook
het winkelend publiek is steeds minder gevarieerd. Zelfstandige winkeliers zijn
genoodzaakt uit de binnensteden weg te trekken. Zij zouden hun klanten kunnen
meenemen als zij hen iets extra's zouden bieden. Dat kan met een verrassend
aanbod en een toegespitste service. Alleen zo bouwt men een bijzondere reputatie
op en daarvoor zijn klanten bereid een eindje om te rijden.
Esmerij van Loon
uit FashionUnited vakblad, december
2004
Het nieuwe retailen
Tien
tips om uw zaak van haar stoffige imago te ontdoen.
uit FashionUnited vakblad, december 2004