Colombiaanse kindermode neemt Europa in het vizier

donderdag 01 juni 2006

Het mag verwondering wekken dat een land als Colombia een rol, en dan nog wel een vedettenrol, ambieert op de internationale modescene. Colombia wordt immers geassocieerd met geweld en drugs. Kan je geconcentreerd met de creatie en export van mode bezig zijn in een land waar guerrillastrijders en drugshandelaars regelmatig de krantenkoppen halen? Het antwoord luidt ondubbelzinnig: ja!

Vooreerst dient gesignaleerd dat de Colombiaanse cocktail van geweld en drugs veel van zijn dodelijke kracht heeft verloren, vooral sinds de huidige president Alvaro Uribe in 2002 het heft in handen nam.

Ook dient opgemerkt dat guerrillero's en huurmoordenaars er nooit in geslaagd zijn de interesse voor mode in Colombia uit te roeien. Dat was trouwens niet hun bedoeling. In zoverre recente films een waarheidsgetrouw beeld schetsen van de vroege jaren negentig toen de drugskartels van Medellín en Cali het land op stelten zetten, hadden onder meer Pablo Escobar en zijn sicarios (huurmoordenaars) een voorkeur voor goed gevormde en -geklede meisjes. En in tegenstelling tot hun zakelijke activiteiten is het gedrag van Colombiaanse drugsbaronnen en hun hofhouding privé doorgaans voorbeeldig.

Men kan zich afvragen of de langdurige cohabitatie met een cultuur van dood en geweld de inspiratie van de Colombiaanse modeontwerpers niet heeft verdiept en verlevendigd, in plaats van ze te verlammen. In gesettelde rijke landen mag de creatie van mode soms een tamelijk navelstaarderige bezigheid lijken, in Colombia is mode een statement van hoop en levenslust. Dit is nergens duidelijker zichtbaar dan in Medellín, de stad die zich tot doel heeft gesteld 'het Milaan van Latijns-Amerika' te worden.

Would-be modehoofdstad

Van 12 tot 14 juli 2006 vond in Medellín de 17e editie plaats van de internationale modevakbeurs Colombiamoda. Medellín telt ongeveer 2 miljoen inwoners en is na de hoofdstad Bogotá (7 miljoen inwoners) de tweede stad van het land. Qua productie van textiel en kleding is Medellín echter het centrum van Colombia. Hier wordt naar schatting bijna 70 procent van de Colombiaanse kledingproductie gerealiseerd. Onder meer de twee grootste kledingfabrikanten van het land zijn er gevestigd (de lingerieproducent Leonisa en de producent van gebreide kleding Vestimundo), naast andere belangrijke kledingfabrikanten zoals Everfit-Indulana, C.I. Jeans, Expofaro, Estudio de Moda en C.I. Cid. Klanten van deze firma's zijn onder meer Daniel Hechter, Tommy Hilfiger, DKNY, Liz Claiborne en Levi Strauss. Buitenlandse merken die in Medellín onder licentie voor de lokale markt worden gefabriceerd zijn onder meer Diesel, Girbaud, Fiorucci, Naf Naf, Esprit, Chevignon.

Onder de circa 15.000 professionele bezoekers aan Colombiamoda 2006 telde men méér dan 1500 buitenlanders. Allemaal stoere Rambo's of de gelukkige bezitters van een kogelvrij vest? Niet het een noch het ander. Vandaag is Medellín niet onveiliger dan andere grote steden in de wereld. En tijdens Colombiamoda is het wellicht de meest gastvrije stad ter wereld. Het stadsbestuur, Proexport (het PR-bureau voor export) en de beursorganisator Inexmoda sparen kosten noch moeite om de buitenlandse bezoekers en pers als koningen te ontvangen. Het besef dat Medellín ooit de meest gewelddadige stad ter wereld was (in 1991 vielen er 6349 geweldsdoden of gemiddeld 122 per week) blijkt voor de stadsdiensten, de ondernemingen en het maatschappelijk middenveld een enorme stimulans om gedreven te werken aan het imago van hun stad.

Medellín deed recent niet alleen van zich spreken door tal van merkwaardige sociaal-economische projecten (zoals de bouw van een bovengrondse metro die een aantal arme, voorheen geïsoleerde wijken, snel en goedkoop verbindt met het centrum), maar ook door een erg ambitieus project op modegebied. De stad is namelijk vastbesloten de status van 'het Milaan van Latijns-Amerika' te verwerven. Daartoe werd in februari 2005 een samenwerkingsprotocol ondertekend met de stad Milaan. Ondanks alle geestdrift, inzet en talent waarvan de Colombiaanse kledingondernemingen en de overkoepelende organisaties blijk geven, is er nog een lange weg af te leggen. De Duitse consulente Bernadette Wittmann (B.J. Cohunture), die tijdens Colombiamoda 2006 haar kritische blik richtte op de organisatie van de vakbeurs, de modeshows en op design en kwaliteit van het kledingaanbod, was zeer te spreken over het enthousiasme en de leergierigheid van de Colombianen. Zij zweeg echter over het grote aantal blunders dat werd geregistreerd.

Gelukkige kinderen

In de onlangs verschenen Rangschikking 2006 van de Britse organisatie New Economics Foundation figureert Colombia als het tweede gelukkigste land ter wereld na Vanuatu, een klein eiland in de Stille Zuidzee. Een verrassing? Niet voor de Colombianen zelf, die in 2004 en 2005 telkens op de eerste plaats uitkwamen. De Colombiaanse pers wijst er met terechte trots op dat hun land alle rijke landen ver achter zich laat. Zo komt Frankrijk slechts op de 129e plaats en de Verenigde Staten op de 150e plaats.

Niet zo verwonderlijk dus, dat de Colombiaanse kinderkleding spettert van optimisme en levenslust. De designers van de belangrijke producent MIC (400 medewerkers) weten van Superman, Whinney the Pooh en Hello Kitty, waarvan MIC de productie- en distributielicentie heeft voor Colombia en enkele andere Latijns-Amerikaanse landen, leuke verschijningen te maken. Ter gelegenheid van Colombiamoda 2006 lanceerde MIC een collectie onder eigen merk ('O-Kiky'), die uitmunt door gebruiksvriendelijkheid en levendige kleuren. Manager Paulina Jaramillo zegt: "MIC is een onderneming die geleidelijk blijft groeien terwijl ze zich succesrijk ontwikkelt van een maquila (loonwerkbedrijf) tot een aanbieder van eigen designs en nu dus ook van een eigen merk. Wij doen ons werk met veel plezier en dat komt tot uiting in onze designs." Ook uit de ontwerpen van Sueños Infantiles (Kinderdromen), een kleine firma (20 medewerkers) die drie jaar geleden door twee bevriende ontwerpsters werd opgericht, spreekt veel creatief plezier. Ze zijn buitengewoon origineel, sterk op handwerk gebaseerd en doen erg 'Latijns' aan. Toch verklaren de ontwerpsters dat zij de ambitie hebben om 'de hele wereld' met hun producten te laten kennismaken.

Het verkoopteam van Benco International, een kop-staart firma die gevestigd is in een vrijhandelszone op de grens van Colombia en Panama, is goed in staat om de sterke en zwakke kanten van de Colombiaanse kindermode in te schatten. Benco werd 18 jaar geleden opgericht en liet al die tijd haar ontwerpen produceren in China. "Niemand kan ontkennen dat onze Colombiaanse collega's kwaliteitsstoffen gebruiken en erg aantrekkelijke designs weten te creëren," zegt de verkoopmanager van het bedrijf. "Maar ze worden gedwarsboomd in hun exportambities doordat zij alleen ervaring hebben met het produceren van zomermode en doordat zij in vergelijking met ons, die in China produceren, te duur zijn." Benco heeft twee eigen merken ('Bon Blues' en 'Kids Land') en laat in China onder licentie ook Fisher-Price kinderkleding fabriceren. De firma heeft ongeveer 70 mensen in dienst en verschaft in China, bij verschillende subcontractoren, werk aan vele honderden mensen. "Wij kunnen kinderkleding met veel handwerk aanbieden tegen onklopbare prijzen," zegt de verkoopmanager. Terwijl exporteren naar landen buiten Latijns-Amerika voor de meeste Colombiaanse kinderkledingproducenten vrijwel onmogelijk is, voert Benco uit naar Duitsland, Engeland, Letland, het Midden-Oosten. Bovendien kan deze firma zich permitteren een reusachtige voorraad aan te leggen en bij bestelling snel te leveren.

Baby's Dress (150 medewerkers) heeft al een aantal decennia een gevestigde positie in de Colombiaanse kinderkledingsector. In 1998 begon de firma met export. Productiechef Paola Villalba betreurt dat de uitvoer naar de Verenigde Staten (één klant in Miami) en Europa (één Britse klant, en slechts tijdelijk) tot nu toe erg beperkt is gebleven. Baby's Dress gaat er prat op SGS-gecertificeerd te zijn. "Wij verwachten tegen het jaar 2010 een uitstekende positie in te nemen in de internationale markten," meldt de firmabrochure.

Net zoals voor de rest van de Colombiaanse kledingindustrie (die volgens officiële cijfers in zowat 10.000 ondernemingen 65.000 mensen tewerkstelt, maar in werkelijkheid gaat het om een veelvoud), is ook de productie van kinderkleding vooral een aangelegenheid van kleine en middengrote bedrijven.

María Gisela Trujillo, directeur van Acopi, de Colombiaanse MKB-vereniging, zegt dat de MKB's van de kinderkledingindustrie gelukkig over twee hefbomen beschikken. Ten eerste is er het clustereffect in Bucaramanga, de Colombiaanse stad waar tientallen kinderkledingproducenten zijn gevestigd (onder meer een aantal loonwerkbedrijven zoals Proditexco, Mis Bordados, Nilza, die produceren voor Jerson en andere Amerikaanse opdrachtgevers). Ten tweede is er de gespecialiseerde jaarlijkse kinderkledingvakbeurs EIMI, die van 26 tot 28 juli 2006 voor de 11e maal plaatsvond in Bucaramanga. Ongeveer 140 exposanten (waarvan 60 procent uit Bucaramanga) kregen er circa 2500 modeprofessionals op bezoek, waarvan ongeveer 150 buitenlanders, inclusief enkele Britten en Spanjaarden. "De vakbeurs EIMI heeft momenteel drie grote ambities," zegt María Gisela Trujillo. "Ten eerste willen wij eindelijk de Europese markt openbreken. Ten tweede willen wij de voordelen plukken van het vrijhandelsakkoord dat recent werd afgesloten met de Verenigde Staten. En ten derde willen wij onze bedrijven aanmoedigen om hun concurrentiepositie te verbeteren, door ze te confronteren met de internationale vraag."

Jozef de Coster is industrie- en handelsjournalist. Hij woont in België.