'17 mensen medeplichtig Rana Plaza'

dinsdag 17 juni 2014

De Bangladesh Anti-Corruptie Commissie (ACC) heeft in samenwerking met de lokale politie 17 mensen beschuldigd van overtreding van bouwvoorschriften van Rana Plaza in Dhaka, de textielfabriek die vorig jaar instortte en het leven van meer dan 1.200 kledingarbeiders eiste.

Onder meer de ouders van fabriekseigenaar Mohammed Sohel Rana – die eerder werd opgepakt na een klopjacht van vier dagen omdat hij naar India probeerde te vluchten – zijn beticht van medeplichtigheid, evenals een lokale burgemeester, ingenieurs en drie eigenaren van kledingfabrieken die werkruimtes in het gebouw huurden.

Volgens ACC woordvoerder Pranab Kumar Bhattachajee is niet Rana de officiële eigenaar van de rubriek, maar zijn de eigendomspapieren van het land en de goedkeuringspapieren voor de bouw ondertekend door zijn ouders. Op papier zijn zij de eigenaren van Rana Plaza.

De andere verdachten hebben volgens Bhattachajee de bouwverordening ‘schromelijk geschonden’. Gemeentelijke autoriteiten gaven toestemming voor extra verdiepingen in het gebouw, maar zij hadden daar geen autoriteit over. ACC laat weten de aanklachten verder te onderzoeken en de mogelijkheden te bekijken om juridische stappen te ondernemen tegen de verdachten.