Draagbare technologie - Interview Anouk Wipprecht

woensdag 15 september 2010

De creaties van de ontwerpster Anouk Wipprecht pulseren, geven licht of verschieten van kleur. Minstens zo ongebruikelijk zijn de materialen die ze toepast in haar accessoires en kledingontwerpen: sensors, smartfoil en zonnecellen. En haar gereedschap beperkt zich niet tot naald en draad; Wipprecht hanteert even gemakkelijk een soldeerbout of een boormachine. Welkom in de wereld van wearable technology.

Wanneer het vroeger ging over de toekomst, technologie en kleding, dan waren grove, hoekige vormen onvermijdelijk. Mensen die zulke kleding droegen, zagen eruit als een halve robot. Meestal waren de kledingstukken in kwestie dan ook bedacht vanwege de een of andere nuttige toepassing. Maar nu de techniek zich in de laatste decennia flink ontwikkeld heeft, is de tijd rijp voor een vermenging van technologie met een esthetisch georiënteerd vakgebied als mode. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een reactie van science fiction schrijver Bruce Sterling op het project 'Intimacy', mede-ontwikkeld door de ontwerpster Anouk Wipprecht: “Interessant om te zien hoe Nederlandse wearables-ontwerpers erin slagen jurken meer eigenschappen van een jurk te geven – (be provocative), in tegenstelling tot ze hetzelfde te laten doen als computers (blink and bleep a lot).”

Het werk van Anouk Wipprecht is het resultaat van ruim tien jaar studie. Als veertienjarige begon ze aan haar opleiding tot modeontwerper; met de mbo-opleiding couture/maatkleding. Dit jaar studeerde ze af aan de Hogeschool van de Kunsten in Utrecht; die ze de afgelopen jaren invulde in achtereenvolgens Zweden 'body, fashion & technology' aan de universiteit van Malmö en in Wenen waar ze een half jaar onderzoek deed voor Sabine Seymour; een autoriteit op het gebied van technologie en mode en schrijfster van het boek 'Fashionable Technology'.

“De HKU heeft me de vrijheid gegeven om mijn eigen weg te zoeken,” vertelt Wipprecht. “Ik denk dit een belangrijk facet is wanneer je met een nieuwe discipline bezig bent. In Nederland begint het verschijnsel nu pas een beetje door te breken, maar in het buitenland is het al een tijdje happening. Ik heb nu dus een klein voorsprongetje.”

De interesse voor technologie werd bij de ontwerpster deels opgewekt door een ervaring, vertelt ze: “Toen mijn oma ziek was, werd ze aangesloten op een beademingsapparaat. Ik vond het fascinerend om te zien hoe die machine met haar versmolt, hoe het iets werd dat samen met haar leefde, dat haar altijd gezelschap hield.”

Het zou mooi zijn als je met mijn ontwerpen een band kunt opbouwen

De gebeurtenis vormde de aanleiding om zich tijdens haar studie toe te leggen op het onderzoeken van de vraag op welke gebieden mensen mode ervaren, op welke manier ze dat doen en hoe de relatie tussen lichaam en kleding kan worden vergroot. Wipprecht is dan ook niet geïnteresseerd in technologisch voor de hand liggende toepassingen -waarbij een kledingstuk vooral fungeert als doorgeefluik van een apparaat, zoals wanneer je bijvoorbeeld een laptop koppelt aan een tas en email aan een jas of zonnebril- maar eerder in gebruiksvormen waarbij het ontwerp zélf een apparaat wordt. Neem bijvoorbeeld de cuddle bag die ze met een team ontwikkelde in een workshop voor Mediametic: bij het aaien van die tas komt uit zijn minispeakertjes het geluid van een spinnende kat, waarbij zijn ‘ogen’ van LEDlampjes oplichten. “Ik probeer van mijn ontwerpen meer te maken dan alleen producten,” verklaart Wipprecht. “Het zou mooi zijn als ze emotionele en psychologische waarde krijgen doordat je er op een bepaalde manier mee kunt communiceren; er een band mee kunt opbouwen.”

Die visie, die ze gedurende haar opleiding ontwikkelde, verschilt hevig van de visie die het doorsnee modemerk erop nahoudt. Waar in de modebranche over het algemeen de waan van de dag regeert, waar collectie volgt op collectie, waarbij het ene modebedrijf nog vlugger weet te produceren dan het andere- daar zoekt Wipprecht naar een duurzamer invulling van de branche. Over de huidige gang van zaken concludeert ze: “Daar kun je niet tegenop borduren; onze huidige maatschappij ziet kleding soms als een 'disposable'; - designed to be used once and then thrown way. Dat moet anders kunnen denk ik dan."

Inmiddels werkt de ontwerpster als artist in residency bij V2; een interdisciplinair instituut op het gebied van kunst, technologie en media. Dat instituut probeert, door projecten te initiëren, een brugfunctie te vervullen tussen mode en technologie. Wipprecht werd gevraagd mee te werken aan het project Intimacy Black met techno-kunstenaar Daan Roosegaarde. "Intimacy bestaat uit een serie wireless hightech ontwerpen van een smartfoil die beetje bij beetje transparant wordt, zodra een van de ontwerpen aanwezigheid voelt," legt Wipprecht uit. Een ander project waar zij aan werkt is een show voor de Vienna Fashion Week in september; ze werd uitgenodigd daar haar werk te laten zien.

Kansen voor haar vakgebied zijn er in de toekomst genoeg, denkt Wipprecht. Ze vertelt enthousiast over allerlei onderzoeken en indrukwekkende experimenten op dat gebied; waarin prints bestaan uit zonnecellen, waar verregaande toepassingen worden bedacht voor de medische wereld en militaire uitrustingen. Zelf ziet ze vooral mogelijkheden op het gebied van kunst. “Niet alleen door te laten zien wat er mogelijk is, maar ook op zoek te gaan naar grenzen. Want er zijn ook zaken waarvan je je kunt afvragen of het eigenlijk wel een goed idee is om het te ontwikkelen.”

Op termijn ziet ze zeker ook iets in het ontwikkelen van commerciële producten. “Zou het bijvoorbeeld niet heel erg tof zijn als er op je tas een knop zat waaraan je kunt draaien om de kleur te veranderen? Dat je ergens loopt en dat je door aan een knop te draaien heel makkelijk je outfit kunt finetunen...” Als ze er zo over praat klinkt het als een idee met een hoog science fiction-gehalte. “Maar,” zo zegt Wipprecht stellig “met de kennis van vandaag zijn die dingen al gewoon mogelijk.”

Dit artikel is gepubliceerd in FashionUnited vakblad september 2010.