Ploumen reageert op Kamervragen over Coolcat

maandag 03 maart 2014

Minister Lilianne Ploumen is van mening dat het hebben van eigen controleurs die dagelijks kledingfabrieken bezoeken in landen als Bangladesh, niet automatisch leidt tot veilige fabrieken en bescherming van arbeidsrechten. Dat heeft zij geantwoord op Kamervragen van Sharon Gesthuizen van de SP. Het Kamerlid vroeg de minister naar de inzet van kledingbedrijf Coolcat om te komen tot verduurzaming van de textiel- en kledingindustrie.

Coolcat koopt direct in bij zelfstandige leveranciers. Het bedrijf doet eigen controles op arbeidsomstandigheden. Het aantal landen en leveranciers waar het bedrijf inkoopt, wordt bewust beperkt. Veel komt uit China, kleinere aandelen uit Turkije en Bangladesh.

"De inzet op langdurige samenwerking tussen afnemers en een beperkt aantal leveranciers verhoogt het onderling vertrouwen," zegt Ploumen. Ze zegt ook: "Er is in algemene zin gesproken met Coolcat over de inzet van eigen controleurs. Het hebben van eigen inkoopkantoren en inspecteurs leidt niet vanzelfsprekend tot veilige fabrieken en de bescherming van arbeidsrechten."

Op de vraag of Coolcat of andere modebedrijven met een lidmaatschap van het Business Social Compliance Initiative (BSCI) er vanuit kunnen gaan dat de leveranciers van de kleding voldoen aan internationaal aanvaarde conventies en richtlijnen, antwoordt Ploumen ontkennend. "BSCI is geen certificatieproces, maar richt zich op het helpen van bedrijven om de arbeidsomstandigheden te verbeteren op basis van onder meer verbeterprogramma's, trainingen en stakeholderbijeenkomten. BSCI is dus geen keurmerk voor duurzame kleding. Een lidmaatschap van BSCI ontslaat een bedrijf niet van de eigen verantwoordelijkheid om risico's op negatieve impact op mens en milieu in de keten in kaart te brengen, te voorkomen en te beperken."