Tweede Kamer bespreekt arbeidsomstandigheden kledingindustrie

dinsdag 11 februari 2014

Kan Nederlands beleid bijdragen aan het verbeteren van arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie? En welke regels zouden dat dan moeten zijn? Dat was een van de vragen die maandag ter sprake kwamen tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer. Vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, ondernemersorganisaties, vakbonden en wetenschappers waren op uitnodiging van de commissie voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking naar de Tweede Kamer gekomen om de Kamerleden antwoord te geven op deze en andere vragen.

Voorstanders van een of meer regels vanuit de Nederlandse overheid -onder wie Niki Janssen van SKC, Jeanet Mensink van Cotton, Textiles & Gold Solidaridad en Joris Oldenziel, programma manager/senior onderzoeker SOMO/ Bangladesh Safety Accord- benadrukten dat een wettelijk kader nodig is waarop bedrijven kunnen worden aangesproken om te voorkomen dat afspraken te vrijblijvend zijn. Tegenstanders - waaronder Modint en VGT- gaven aan dat de industrie zelf al bezig is met afspraken om de arbeidsomstandigheden te verbeteren, maar dat het tijd nodig heeft voordat de effecten daarvan hier zichtbaar zijn.

Tijdens het rondetafelgesprek passeerden verschillende voorbeelden de revue van regels die de arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie kunnen verbeteren. Zo werd onder meer gepleit voor de verplichting van transparantie, zodat Nederlandse consumenten weten wat ze kopen. En voor een zorgplicht, zodat bedrijven kunnen worden aangesproken op schendingen van mensenrechten in de keten. Joris Oldenziel opperde een wet voor een minimale norm voor arbeidsomstandigheden: "We willen consumenten niet opzadelen met de keuze voor een t-shirt dat is gemaakt zonder of eentje met kinderarbeid," legde hij uit.