WTO blijft bij verbod zeehondenjacht

dinsdag 26 november 2013

Het Europees handelsverbod op producten afkomstig van de zeehondenjacht blijft van kracht. Dat heeft de Wereldhandelsorganisatie (WTO) maandag besloten.

De WTO oordeelde dat dierenwelzijn boven economisch gewin mag gaan. Zeehondenjagende landen Canada en Noorwegen vochten het verbod eerder dit jaar aan.

Beide landen hebben een economisch belang bij de zeehondenjacht en dienden daarop een klacht in bij de WTO. Volgens de landen druist de Europese Verordering in tegen de internationale handelsregels.

De WTO stelt nu in een rapport dat het verbod rechtsgeldig is, omdat dierenwelzijn een wereldwijde bekommernis voor de maatschappij en burgers vormt en de beperkende maatregelen van de EU dan ook gegrond zijn. Het is de eerste keer sinds de oprichting van de WTO dat de organisatie zich uitspreekt over dierenwelzijn.

Dierenrechtenorganisatie Bont voor Dieren die campagne voerde voor het handelsverbod, laat weten ‘bijzonder opgelucht’ te zijn. Volgens de dierenrechtenorganisatie is dit een historisch rapport dat een belangrijk precedent kan scheppen. “Door te kiezen voor dierenwelzijn boven economische belangen laat de WTO zien dat vrije handel niet heilig is,” aldus directeur Nicole van Gemert.

Volgens Bont voor Dieren is de uitspraak een signaal dat tegenstanders van andere omstreden bontverboden, zoals het importverbod op hond- en kattenbont, geen schijn van kans meer hebben om dit terug te draaien. Ook hoopt de organisatie dat dit rapport de weg vrijmaakt voor nieuwe importverboden op dieronvriendelijke producten als wasbeerhondenbont.

Volgens schattingen van de dierenrechtenorganisatie zijn sinds de invoering van het Europese importverbod in 2010 meer dan 1 miljoen zeehonden gespaard zijn. In totaal is het importverbod op zeehondenbont in 34 landen van kracht. Canada en Noorwegen kunnen nog wel beroep aantekenen bij de WTO.