29 miljoen compensatie voor slachtoffers Bangladesh

dinsdag 24 december 2013

Het ‘Still Waiting’ rapport dat Schone Kleren Campagne in september publiceerde over de stand van zaken een half jaar na de kledingramp in Bangladesh heeft effect gehad. Vier retailers, de Bengalese overheid en vakbonden hebben maandag een overeenkomst getekend om een compensatiefonds van 40 miljoen dollar (29 miljoen euro) op te richten voor slachtoffers en nabestaanden van de instorting van kledingfabriek Rana Plaza die eind april het leven van 1.132 mensen kostte. Dat meldt WWD.

De partijen gaan een internationaal trust fund opzetten en zullen vanaf februari compensaties gaan uitkeren. De families van arbeiders die zijn omgekomen bij de ramp ontvangen meer dan 25.000 dollar (18.000 euro). De compensaties zullen in termijnen betaald worden om ervoor te zorgen dat gezinnen een stabiele bron van inkomsten ontvangen. Werknemers van Rana Plaza die gewond zijn geraakt door de ramp ontvangen de compensatie contant en krijgen doorlopende medische zorg indien nodig.

De compensatieregeling komt voort uit het Rana Plaza Compensatie Coördinatie Comité, waarvan inkopers, de Bengaalse overheid, werkgeversorganisatie BGMEA, lokale en internationale vakbonden en NGO's deel uitmaken. Hoewel Schone Kleren Campagne in september schatte minstens 71 miljoen dollar (54 miljoen euro) nodig te hebben om de getroffen families een schadevergoeding te kunnen betalen, noemen de vakbonden de overeenkomst een ‘mijlpaal’.

4van de 29 kledingbedrijven hebben de compensatieregeling ondertekend'

Primark, Bon Marche, de Spaanse warenhuisketen El Corte Ingles en het Canadese Loblaw Companies Limited zijn de enige producerende bedrijven die de overeenkomst hebben ondertekend. Naar schatting lieten nog eens 25 modebedrijven kleren produceren in Rana Plaza rond de tijd van de ramp, maar zij hebben tot dusver geweigerd om compensaties te betalen. Onder andere C&A, Mango, JC Penny, Benneton, Walmart, The Walt Disney Company en het internationale agentschap Li & Fung lieten kleding produceren in Rana Plaza ten tijde van de ramp.

Het officiële dodental van de ramp in Dhaka ligt op 1132 werknemers, 1650 medewerkers zijn in het ziekenhuis opgenomen. 80 procent van de overlevenden zijn vrouwen. Zij hebben volgens de Schone Kleren Campagne weinig kans om werk te vinden buiten de industrie. Ze zijn te getraumatiseerd om terug te keren, of kunnen dit niet door medische behandelingen. Door hun lage lonen zijn ze nooit in de gelegenheid geweest om geld te sparen.

In Bangladesh, waar zo’n 4 miljoen mensen in de kledingindustrie werken, is het minimumloon onlangs verhoogd naar 50 euro per maand. Volgens de Asia Floor Wage Alliance komt een leefbaar loon (het salaris dat werknemers in staat stelt om in de basisbehoeften van een gezin te voldoen, red.) echter neer op 259,80 euro per maand.

Naast compensaties voor gewonden en nabestaanden en een leefbaar loon pleit Schone Kleren Campagne ook voor het ondertekenen van een veiligheidsakkoord om de werkomstandigheden in Bangladesh te verbeteren. Inmiddels hebben 11 Nederlandse winkelketens, waaronder C&A, V&D, We Fashion en Coolcat, het veiligheidsakkoord getekend, maar onder andere Mexx, Scapino en Wibra hebben nog niets laten weten.

Foto's: Schone Kleren Campagne