Feit of fictie: verantwoord sourcen in Bangladesh

dinsdag 25 juni 2013

Er is de afgelopen paar maanden veel geschreven over textiel- en kledingfabrieken in sourcing landen als Bangladesh, Pakistan, Cambodja en Indonesië. De afschuwwekkende verhalen volgen elkaar in rap tempo op: arbeiders die opgesloten worden in gebouwen waar de nooduitgangen afgesloten zijn, arbeiders die van totale uitputting en door gebrek aan frisse lucht flauwvallen, en arbeiders die omkomen in ingestorte gebouwen.

Maar hoewel dit soort fabrieken wel degelijk bestaat, is dit plaatje niet compleet. Er bestaan alternatieven voor diegenen die ernaar op zoek gaan - schone fabrieken in veilige gebouwen waar de eigenaren hun werknemers goed behandelen en betalen. Voor dit hoofdstuk in de sourcing serie sprak FashionUnited met een vertegenwoordiger van een dergelijke fabriek in Bangladesh.

Drie maaltijden per dag, behoorlijk loon, ziektekosten vergoeding en kinderopvang

TEB Fashion International is een onafhankelijke productie eenheid in Dhaka. De naam is een acroniem voor waar het bedrijf voor staat: Turkse kennis, Europese mentaliteit en Bengaalse competitie. De 400 arbeiders die hier werken ontvangen, naast het loon dat ongeveer 50 procent hoger ligt dan het minimumloon, kosteloos drie warme maaltijden per dag. Daarnaast heeft de fabriek een eigen gezondheidscentrum, kinderopvang voor de kinderen van werknemers, en regelmatige brandoefeningen. Hoe kan TEB dan genoeg verdienen om te kunnen blijven concurreren? "We willen een voorbeeld zijn voor andere bedrijven," zegt Huseyin Guller, hoofd verkoop en ontwerp bij TEB in een gesprek met FashionUnited. De lokale werknemers spelen een cruciale rol bij TEB. "Ik wil geen slaven," zet Guller, en benadrukt dat hij niet zonder zijn arbeiders kan. Dit wederzijdse respect en vertrouwen maakt het werken bij TEB des te aantrekkelijker, hoewel er natuurlijk wel tijd voor nodig is om het vertrouwen op te bouwen.

"Bengaalse arbeiders zijn vaak huiverig voor inkopers…en moeten in zichzelf leren geloven. Dit kan met de juiste training en het zijn zeer hardwerkende mensen. Ze geloven eerder in de korte termijn benadering dan in de planning op lange termijn. Vertrouwen in de inkopers is niet genoeg, ze moeten ook vertrouwen hebben in hun werkgever," aldus Guller.

Ervaring in Oezbekistan heeft geholpen

Hoewel TEB pas in 2008 in Bangladesh een kantoor opende, heeft Guller al meer dan 20 jaar vakervaring. Hij begon bij de Nederlandse firma Dinana Fashion Int B.V., een ontwerp-en productiebedrijf voor heren, dames en kindermode dat in 1993 als een sales unit showroom begon en nu de productie voert voor merken als The Sting, Score en V&D. Voor Dinana werkte hij aanvankelijk met een productie eenheid in Istanbul. Daarna was hij mede-verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een productie eenheid in Oezbekistan, met 600 man personeel.

"TEB-Dinana Fashion Int B.V. wordt door een Turks management aangestuurd, met de mentaliteit 'zorg voor je werknemers, alleen dan krijg je de beste kwaliteit'. We kunnen ons geen goede kwaliteit voorstellen in een donkere fabriek met ontbrekende nooduitgangen en slechte arbeidsomstandigheden. Natuurlijk is het mogelijk om zeer goedkope T-shirts te produceren in fabrieken zoals in Rana Plaza, maar dan wel zonder verantwoordelijkheid. Wij werken met verantwoord management en zijn ook online actief. We volgen de fabrieken in real time met camera's vanuit Nederland," zegt Roland Smit van Dinana.

De productie eenheid in Oezbekistan floreerde lange tijd totdat aantijgingen van kinderarbeid in het land openbaar werden en zelfs ethisch verantwoorde producenten hun deuren moesten sluiten omdat geen inkoper meer met het land vereenzelvigd wilde worden. De beschuldigingen zijn er niet minder op geworden. Afgelopen vrijdag nog kwam Oezbekistan weer negatief in het nieuws toen de Amerikaanse regering in haar rapport Global Trafficking Persons Report het land degradeerde tot het laagst mogelijke niveau (niveau III) vanwege diens gebruik van dwang- en kinderarbeid bij het plukken van katoen.

Uitdagingen in Bangladesh

Geen wonder dat Guller een gevoel van déjà vu kreeg toen de nieuwsberichten over de condities in de textiel- en kledingfabrieken in Bangladesh binnenstroomden. Maar de situatie is nu anders. "Er zijn veel goede bedrijven in Bangladesh," zegt Guller. En met de toezegging van steun aan het land van internationale retailgiganten zoals H&M en Fast Retailing lijkt een massale terugtrekking onwaarschijnlijk. Bovendien zou dit vrijwel onmogelijk zijn, gezien Bangladesh op China na 's wereld's grootste exportland is en het dus moeilijk zou zijn om zo snel een alternatief te vinden voor de duizenden kledingbedrijven en miljoenen arbeiders die Bangladesh rijk is.

Wat de moeilijkheden van het starten van een productie eenheid in Bangladesh betreft, zegt Guller dat de papieren rompslomp afschrikwekkend werkte. Zo ook de contracten die uitsluitend in het Bengaals waren geschreven en nog in het Engels moesten worden vertaald. TEB vroeg ook om veel extra's wat de bouwveiligheid betreft, hetgeen de huurbaas in de eerste instantie niet helemaal zinde. Hij moest hiervan overtuigd worden. Uiteindelijk was het wel allemaal mogelijk, en TEB - een partner van het Business Social Compliance Inititative (BSCI) en door het BSCI gekeurd - kreeg een beoordeling van 9,2. "Nu willen we 10 halen," zegt Guller trots.

Natuurlijk is kwaliteit niet gratis en Guller geeft toe dat TEB geen optie is voor lokale inkopers in Bangladesh die hun productie te duur vinden. De Europese connectie via Dinana loont, omdat Europese klanten wel bereid zijn iets meer te betalen, zolang goeie leveringen en betalingsmogelijkheden ook deel uitmaken van de prijs. En met twee miljoen stuks per jaar is het productievolume gemakkelijk te hanteren. "Sommige bedrijven doen dat in een maand," zegt Guller. Daarbij produceert TEB meer arbeidsintensieve kleding zoals truien, overhemden en broeken met decoratie voor middelgrote bedrijven; van kledingstukken zoals T-shirts met hun dumpprijzen is geen sprake.

Wat kunnen internationale inkopers doen?

Als hem gevraagd wordt wat internationale inkopers en merken het beste kunnen doen zegt Guller dat hij hoopt dat zij van mentaliteit zullen veranderen. In plaats van steeds naar de goedkoopste producenten te zoeken, zouden ze met hun regeringen moeten praten over steun of betere overzichtsystemen. Ze zouden naast hun eigen onderzoek naar zogenaamde 'risicolanden' om extra controles moeten vragen.

Onafhankelijkheid van lokale eenheiden is ook van belang. TEB is van plan zijn vijf Turkse ingenieurs, die vanaf het begin in Dhaka wonen, terug te sturen. "Lokale arbeiders zijn beter voor de dynamiek op de werkvloer en op de lange termijn zijn de salarissen van de Turkse werknemers te hoog," zegt Guller. Ons volgende artikel in deze serie verschijnt volgende week dinsdag weer en zal het perspectief van de arbeiders onder de loep nemen. Stuur in de tussentijd jullie inzichten en commentaar naar Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken

Tekst: Simone Preuss
Vertaling en bewerking: Wendela van den Broek