Flagshipstore voor label met comfortabele mode Braez

dinsdag 03 december 2013

Het is een tijd stil geweest rond Braez. Na een turbulente periode tien jaar geleden, groeit het modemerk in stilte verder. In Amsterdam Oud-Zuid heeft het label de eerste Nederlandse winkel geopend. Directeur René van Huffel: “Het is ook niets voor mij om de publiciteit te zoeken. Ik wil gewoon mooie dingen maken, zoals deze winkel.”

Een verbouwing was nauwelijks nodig, vertelt René van Huffel. “Dat wilde ik ook niet, want zo handig ben ik niet,” lacht de CEO van Braez op de openingsavond van de flagshipstore. Aan de Willemsparkweg in Amsterdam Oud-Zuid heeft het merk een winkel met hoge plafonds en een witte, houten vloer. De minimalistische uitstraling past bij het merk: comfortabele mode voor in huis, in de sportschool, bed, het strand of het uitgaansleven. “We kregen een tippie over het pand, via-via,” zegt Van Huffel met zijn Amsterdamse tongval. “Een winkel is een goede manier om uit te stralen waar een merk voor staat. Met alleen jurken verkopen bij multibrandwinkels red je het niet meer. Kijk hiero, zoveel fans van vroeger.” Er wordt aan zijn mouw getrokken. “Mag ik je aan iemand voorstellen?”

Braez weer op de rit na doorstart

De geschiedenis van het Nederlandse modelabel Braez gaat terug tot 1997, toen het merk werd opgericht door Van Huffel en zijn jeugdvriend, ontwerper Tony Cohen. Binnen korte tijd groeide Braez uit tot een internationaal bedrijf met 800 verkooppunten in Europa, de Verenigde Staten en Japan. Ook opende het bedrijf eigen winkels. Bij economische tegenwind verliep het uitbaten van eigen winkels niet soepel en na verloop van tijd begonnen de oprichters van mening te verschillen over de kern van het merk. Na een faillissement en een doorstart in 2004 besloot Cohen te focussen op het modemerk dat zijn naam draagt.

Na Tonnie – zoals Van Huffel zijn jeugdvriend noemt – vertrok ook Van Huffel zelf bij Braez. Maar na een jaar keerde hij terug. “Ik vind het werk te leuk. Ik houd er van om dingen te creëren.”

Braez richt zich weer op comfortabele easy-to-live kleding

Het afgelopen jaar besloot de oprichter van Braez om het hele bedrijf om te gooien. Het oude team vertrok, slechts een aantal werknemers bleven. “We zijn nu met z’n zessen, vooral twintigers.” Van Huffel zocht nieuwe fabrikanten, een nieuw salesteam en nieuwe verkooppunten, zodat het merk bij winkels verspreid door Nederland ligt. Ook de collectie werd aangepakt. De kleding van Braez werd ontdaan van tierelantijnen en moest weer staan voor easy-to-live: comfortabele en multifunctionele items van materialen als zijde, jersey, katoen en kasjmier.

“Ik denk dat consumenten een basicplus label in deze tijd waarderen. We proberen kledingstukken te ontwikkelen voor meerdere momenten op de dag. Een joggingbroek kun je met gympies dragen, maar ook met hoge hakken. En omdat we niet mee gaan met alle modetrends, zijn we heel stabiel. Het werkt, ik ben er nog steeds. Terwijl veel merken over de kop zijn gegaan de laatste tijd.”

Braez heeft inmiddels weer verkooppunten in acht landen, naast Nederland in: Noorwegen, Zweden, Australië, Duitsland, België, Zwitserland en Denemarken. Ook heeft het modelabel sinds twee jaar een eigen winkel op Ibiza. Van Huffel: “Vroeger zaten we overal, maar nu niet meer. Dat moet langzaam groeien.”

Bovendien, de CEO gelooft niet dat multibrandwinkels een glorieuze toekomst wacht. “Vroeger kon ik bij twintig winkels liggen in Amsterdam, dat kan niet meer, want retailers hebben een bescherming nodig. Anderzijds valt Braez in een multibrandwinkel ook niet genoeg op. Daar zijn we te kalm voor. Dus we vragen om een speciaal plekje in de winkel, en tegenwoordig kan dat. Als merk moet je ook je best doen, zodat mensen je te gek vinden.” Hij wijst om zich heen in de gloed nieuwe winkel. “Dat kan op deze manier.”

En online? “Ik denk dat een merk tegenwoordig alles moet hebben: een eigen winkel, webshop. Je moet compleet zijn. Over drie weken opent de webshop voor consumenten. Ik had er nooit zo'n haast mee.” En meer winkels? “Ach, dat weet ik nog niet, we zijn ook nog een klein bedrijf.”