Is Londense mode het spoor bijster?

maandag 13 januari 2014

Britse mode wordt al geruime tijd geassocieerd met innovatie, met jonge ontwerpers die vaak direct na hun afstuderen in rap tempo hun entree maken in de London Fashion Week, waar hun vernieuwende benadering als een frisse wind wordt ervaren. Het is interessant om de ontwikkeling van deze ontwerpers te volgen, vanaf de eerste presentaties van ontzagwekkende collecties tot het moment dat zij uiteindelijk als geroutineerde, grote namen de catwalk oplopen. Neem bijvoorbeeld Christopher Kane, die sinds zijn Central Saint Martins debuut zegeviert. Hij benadrukt het belang van jong talent.

Voorstander van het nieuwe maar tevens onwaardige

Maar we spreken net zo vaak lof uit over aanstormend talent als over collecties die eruit zien alsof ze thuis aan de keukentafel zijn samengesteld, waarbij zowel intelligentie als vakmanschap ontbreken.
Zou Londen zich niet beter kunnen concentreren op echte, draagbare kleding? Zich sterk maken voor merken en ontwerpers die geloofwaardige commerciële collecties creëren, zonder pretenties en geschikt voor de retail?
Of wordt Britse herenmode alleen gedefinieerd door diegenen die grensverleggend werken? Wiens verbijsteringwekkende creaties uitvoerig worden beschreven door moderedacteurs die snakken naar vernieuwing die nooit de sample-fase passeert?

Herenmode is big business geworden. De Italianen, Fransen en Amerikanen hebben dit begrepen, maar Groot Brittannië loopt nog achter, en geeft vaak excentriciteit de voorkeur boven relevantie en retailsucces. In de jaren 90, toen merken als Jean Paul Gaultier de conventionele herenmode uitdaagden, was dat op inspirerende wijze. Maar in Londen is het moeilijk geworden om collecties te vinden die consequent inspelen op de behoefte van de moderne man. Er is een tekort aan draagbare stukken.

Dit seizoen stelde de show van J.W. Anderson teleur. Sinds het merk door LVMH werd overgenomen waren de verwachtingen hooggespannen. De Herfst/Winter 2014 collectie zou de conventionele geslachtsbepalende kleding aanvechten. Het gros van de ensembles was echter ondraagbaar en onaantrekkelijk. Ja, de brogues met mod-hak waren prachtig uitgevoerd - zie hier LVMH - maar op een paar fashionistas en misschien Prince na, die graag met een statement hak het podium opgaat, waren zij conceptueel gezien niet relevant.

Alle ontwerpers zoeken naar de perfecte balans tussen uitdaging en commercieel succes. Helaas weet maar een klein aantal die balans te vinden. Helmut Lang is er zo een, net als Comme des Garcons en Phoebe Philo. Maar in Londen vieren de aparte styling en de ondraagbare, onconventionele mode hoogtij. Het draait uiteindelijk niet zozeer om uitdagend maar om ronduit bizar.

Van onze correspondent uit Londen

Foto's: J.W. Anderson © Dazed