Kledingarbeiders in Cambodja en Ha´ti eisen hoger loon

donderdag 02 januari 2014

Kledingarbeiders in Cambodja en Haïti zijn de straat opgegaan om te protesteren voor een verhoging van het minimumloon. Volgens arbeidsrechtsorganisaties is het minimumloon in beide landen te laag om in de stijgende kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien. Dat meldt WWD.

In Cambodja legden een week voor de jaarwisseling meer dan 300.000 textielarbeiders het werk neer. In mei en november waren er ook al felle protesten, waarbij een vrouw omkwam en tientallen mensen gewond raakten door hardhandig optreden van de politie.

Uit angst voor vernieling werden veel fabrieken gesloten. Naar schatting liep de kledingindustrie daardoor per dag 7 à 11 miljoen euro mis. De Cambodjaanse overheid is uit angst om nog meer omzet mis te lopen overstag gegaan met een verhoging van het minimumloon van 95 naar 100 dollar (69 naar 73 euro) vanaf februari.

Door protesten loopt de Cambodjaanse kledingindustrie dagelijks 7 à 11 miljoen euro mis

Dat is meer dan de helft minder dan de eis van Cambodjaanse kledingarbeiders. Zij pleitten voor een verhoging van het minimumloon naar 160 dollar (117 euro). De nationale vakbond voor textielwerkers laat weten dat de stakingen doorgaan totdat de overheid het minimumloon verhoogd. “Onze leden eisen 160 dollar. Zolang we dat niet krijgen, blijven we protesteren,” aldus de voorzitter van de vakbond.

Ondanks deze schijnbare impasse, is de stap van de regering volgens arbeidsrechtorganisatie Solidarity Center nuttig voor het onderhandelproces. Hoewel het verschil tussen wat de vakbonden en werknemers eisen groot is, toont de stap wel aan dat de regering bereid is om te onderhandelen.

De kosten van levensonderhoud zijn in 10 jaar tijd 124 procent toegenomen

In Haïti werd het minimumloon voor een dag werken na protesten van honderden textielwerkers in hoofdstad Port au Prince onlangs verhoogd van 200 naar 225 Haïtiaanse Gourde (3,65 naar 3,73 euro). De stijging wordt als belachelijk laag beschouwd door Haïti 17, de vakbond voor textielsector. Volgens hen hebben de arbeiders een loonsverhoging van 150 procent naar 500 Gourde (8,29 euro) per dag nodig om in basisbehoeften te kunnen voorzien. Hoewel de kosten van levensonderhoud in de afgelopen 10 jaar 124 procent zijn toegenomen, is het minimumloon nauwelijks verdrievoudigd in dezelfde periode.

De kledingindustrie beslaat 90 procent van de export van Haïti en levert jaarlijks 440 miljoen euro op. In totaal werken er 31.000 mensen in de sector. Fabrikanten zijn bang dat het land niet goed meer kan concurreren als de productiekosten hoger worden. Het huidige minimumloon ligt al 4 keer hoger dan dat van textielarbeiders in Bangladesh, zeggen ze.

Fabriekseigenaren schreven onlangs een open brief aan werknemers waarin ze ervoor pleitten om hun verzet te stoppen om te kunnen blijven concurreren met ‘grote rivalen’ Bangladesh, Cambodja en Vietnam.

De Haïtiaanse kledingindustrie kan internationaal maar moeilijk concurreren. De energiekosten zijn hoog en arbeiders zijn minder geschoold en productief dan Aziatische textielwerkers. Momenteel kan het land nog profiteren van een handelsvoordeel met de Verenigde Staten, maar dat loopt in 2020 af. De overheid moet qua prijs en kwaliteit blijven concurreren wil de Haïtiaanse kledingindustrie ook na 2020 overeind kunnen blijven.