Made in France: mythe of werkelijkheid

dinsdag 18 maart 2014

Peultjes uit Zuid-Afrika hebben afgedaan, consumenten willen sperziebonen uit de polder. En kinderen moeten weer leren dat melk van een koe komt en niet uit de supermarkt. De slow, veggie en health food trend is synoniem geworden met lokaal en dichtbij. Nu is de modesector aan de beurt. Maar hebben we daar eigenlijk de kennis en technische mogelijkheden wel voor? Kunnen we in Europa spijkerbroeken fabriceren, tassen en schoenen maken, truien breien, en waar dan? In deze serie onderzoekt FashionUnited de productiemogelijkheden in zes Europese landen: Spanje, Groot-Brittannië, Nederland, Duitsland, Italië en Frankrijk, op zoek naar duidelijkheid omtrent kledingfabricage in onze 'achtertuin'.

In 1977 was de kledingsector in Frankrijk verantwoordelijk voor 650.000 banen. Dit cijfer is gedaald tot 250.000 in 1997 en vervolgens tot 90.000 in 2010. Franse labels hebben op grote schaal hun productie naar het buitenland verplaatst vanwege de oplopende arbeidskosten: ongeveer 30 euro per uur in Frankrijk, tegen 21 euro in Zuid-Italië, 3 euro in Marokko en 0,3 euro in Bangladesh.

Hoewel sommige luxere kledingmerken hun productie eveneens naar het buitenland hebben verplaatst, zijn er ook merken die juist hebben besloten om hun kleding in Frankrijk te blijven produceren. Dat geldt bijvoorbeeld voor luxe merken die afhankelijk zijn van de plaatselijke knowhow, daarnaast zijn er labels die lokale productie als een vorm van vaderlandsliefde beschouwen. Typerend was de oproep van Agnès B in 2011 om zich in te zetten voor het behoud van de Franse knowhow: een oproep die in de verkiezingstijd veel respons kreeg.

Af en toe – en het is een vrij nieuw verschijnsel – besluiten merken om terug te komen naar Frankrijk ondanks de hogere kosten die dat met zich mee kan brengen: dat kan verklaard worden met het bekende drieluik ‘kwaliteit, reactievermogen en creativiteit’. Jean-Marc Gaucher, directeur van schoenenmerk Repetto, is bijvoorbeeld een van degenen die zijn productie recent terug naar Frankrijk heeft gehaald. Toen hij de leiding over het beroemde dansschoenenmerk (bekend van de ballerina's in alle kleuren van de regenboog) op zich nam, zei hij dat hij bij grote ketens zoals H&M en Zara veel inspiratie vond: "De sleutel tot het succes van deze merken, naast de prijs, is de constante vernieuwing van de collecties; voor de klant die terugkomt in de winkel is iedere keer iets nieuws te vinden. Ik heb deze formule toegepast op Repetto: ten einde het vereiste reactievermogen te garanderen door de korte levertijden tussen de collecties en om het kwaliteits- en creativiteitsniveau op pijl te houden dat kenmerkend is voor Repetto, hebben wij het ‘Made in France’ onszelf in feite opgelegd." Gaucher heeft er geen spijt van: het merk dat voor zijn aantreden hard achteruitging, is onder zijn leiding nu weer een groot succes.

Het is een voorbeeld dat steeds vaker gevolgd wordt door een jonge generatie ontwerpers, zoals blijkt uit het initiatief ‘Designers Appartment’ van de Franse Modeorganisatie DEFI. Tijdens de fashion week in Parijs toont ‘Designers Appartment’ in een grote showroom de collecties van twaalf ontwerpers die volledig in Frankrijk produceren en veel succes hebben bij inkopers. "Het Made in France-label is voor de jonge ontwerpers geen kwestie van chauvinisme of etnocentrisme," zegt Sylvie Maysonnave, artistiek directeur van de Made in France-beurs. "Overigens komen veel ontwerpers die in Parijs aan Made in France-producten werken uit de hele wereld, uit Chili, China, België. Het is eenvoudigweg een andere manier om de mode te zien, met ontwerpers die zeggen: ‘Laten we de ambachtelijke waarde van ons vak weer onderstrepen.’ Een goede gelegenheid om eraan te herinneren dat de essentie van Parijs, zijn aantrekkingskracht, en misschien zijn roeping, de stijl is en de geest, maar ook de knowhow, van ateliers met een rijke geschiedenis, cultuur en exclusief handwerk."

Een groot probleem: dat van de opleiding

Hoewel lage kosten dus niet meer altijd de doorslag geven en belangrijke spelers in de markt erin geslaagd zijn anderen te overtuigen van het belang van Made in France-producten, kampt de sector nog wel met een enorm probleem: dat van de opleiding. Tijdens haar laatste bezoek aan de Made in France-beurs heeft Fleur Pellerin, onderminister van het Midden- en kleinbedrijf en van Vernieuwing, kunnen vaststellen dat het zelfs een van de voornaamste zorgen was van de exposanten: "Er zijn geen scholen die opleidingen aanbieden voor de beroepen waar behoefte aan is." zei ze. "Er moet meer nadruk komen op de aantrekkelijkheid van deze beroepen." Hetzelfde geluid was te horen tijdens de rondetafelgesprekken die gehouden werden ter gelegenheid van het modefestival in Hyères. Sidney Toledano, CEO van Christian Dior, heeft de Franse regering toen gevraagd om op te komen voor de sector van luxe producten en de scholen hulp te bieden. Hij drong erop aan meer te investeren in opleidingen en mode. Fleur Pellerin heeft daarop gezegd dat de merken die zich ervoor inspannen te communiceren met scholen en vakscholen gesteund zouden moeten worden.

Nog een kwestie: die van de transparantie betreffende de herkomst van het ‘Made in’: een product dat in het buitenland is geproduceerd, maar alleen afgewerkt wordt in Frankrijk, mag gebruik maken van de aanduiding ‘Made in France’. Een probleem dat voorlopig onoplosbaar blijft: aan de ene kant wil Brussel alles vermijden wat voor protectionisme zou kunnen worden aangezien. Aan de andere kant zijn er veel merken die een bepaalde bewegingsvrijheid willen behouden. Toch lijkt dit laatste probleem geen afbreuk te doen aan de aantrekkingskracht van het Made in France: 90 procent van de kleding die in Frankrijk gemaakt is, wordt over de hele wereld verkocht.

Tekst en foto's van onze redacteur Hervé Dewintre

Dit is de laatste aflevering van deze serie. Volgende week volgt nog een afsluitend artikel met de belangrijkste bevindingen over 'Made in Europa'.