Rechtspraak: Intellectueel eigendomsrecht in de mode

donderdag 03 april 2014

Hoe zit het ook alweer met merkenrechtelijke bescherming voor elementen op mode-items? In de modebranche speelt de merkgevoeligheid van de consument een grote rol. Het is belangrijk dat de identiteit en de herkomst van het mode-item voor de consument duidelijk is. Mode-items kunnen beschermd worden via het merkenrecht. Het merkenrecht richt zich op de (bescherming van) onderscheiding en identificatie van mode-items. Zo kunnen woorden of beelden op een mode-item als merk worden ingeschreven. Ook andere - minder voor de hand liggende - elementen kunnen voor merkenrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Hoe zit het ook alweer met merkenrechtelijke bescherming voor figuratieve of driedimensionale elementen op mode-items?

Zonder onderscheidend vermogen geen monopolie

In het merkrecht gaat het om onderscheidingstekens. Tekens die de waren en diensten als afkomstig van een bepaalde onderneming onderscheiden. Een belangrijk (formeel) vereiste voor merkbescherming is een geldige merkinschrijving. Zonder registratie bestaat geen bescherming als merk. Het belangrijkste (materiële) vereiste voor bescherming is 'onderscheidend vermogen'. Een merk is ongeldig indien het elk 'onderscheidend vermogen' mist voor waren waarvoor het is gedeponeerd, of indien het uitsluitend bestaat uit tekens die in de handel kunnen dienen ter aanleiding van kenmerken van de waren of diensten waarvoor dit merk is gedeponeerd.

Zo is recentelijk, bij uitspraak van 14 maart 2014, een bloem bij een knoopsgat van een jasje niet onderscheidend genoeg bevonden om te kunnen dienen als Gemeenschapsmerk.



De vorm werd te eenvoudig en niet onderscheidend genoeg bevonden om door het relevante publiek te worden onthouden en als herkomst voor de betrokken waren te kunnen dienen. Hieraan is nog toegevoegd dat het publiek de bloem louter als decoratief en als ornament zal zien, mede gelet op het gebruik van een corsage op de kraag van een jas. En wie kent het niet? Een speldje, lintje of een bloem in het knoopsgat van de revers ('Boutonnière'). Dat wijkt niet af van wat in de branche normaal of gebruikelijk is.

Het zelfde lot deelden de aangevraagde merken ter inschrijving van de oranje kleur van de punt van een sok en ter inschrijving van rode schoenvetereinden.



Deze merkaanvragen zijn eveneens geweigerd wegens het ontbreken van onderscheidend vermogen. De aanvragers hebben geen bewijs kunnen leveren dat andere sok-of schoenontwerpen wezenlijk anders zijn of dat de gekleurde sok- of schoenvetereinden van de normen of gebruiken in de branche afwijken. Het relevante publiek zal deze elementen dus als een decoratief element opvatten, in plaats van als identificatie of onderscheidingsteken.

Toch is het niet onmogelijk dat figuratieve of driedimensionale elementen op mode-items als merk worden beschermd. Weinig onderscheidende merken kunnen door (langdurig) intensief toch nog onderscheidend vermogen krijgen (inburgering). Een voorbeeld hiervan is de Levi Strauss. Levi Strauss heeft merkenrechtelijke bescherming gekregen voor het labeltje aan de bovenkant van de rechterzak. Op grond van dit merk heeft zij een aantal keer succesvol kunnen optreden tegen concurrenten.



Kortom, het merkenrecht is een absoluut recht, maar een merkaanvraag kan niet onder alle omstandigheden leiden tot inschrijving ervan en in dat geval (dus) ook niet tot een monopolie op de markt. Om die reden mogen merken zonder onderscheidend vermogen niet ingeschreven worden. Ook figuratieve of driedimensionale elementen op mode-items kunnen voor merkenrechtelijke bescherming in aanmerking komen. Dat speelt met name daar waar het merk door langdurig en constant gebruik is ingeburgerd.

Suzan Houben-van Geldorp is advocaat bij Köster advocaten in Haarlem bij de Praktijkgroep Intellectueel Eigendomsrecht. Zij schrijft veelvuldig over actuele juridische kwesties.