TMO studenten zoeken naar de essentie tijdens Trend Event

donderdag 03 april 2014

REPORTAGE_ 'De essentie': dat is de consumententrend die studenten van TMO laten zien op het Trend Event dat deze week twee keer is te bezoeken. “Waar word ik nou eigenlijk gelukkig van? Die vraag stelt de consument van vandaag zichzelf,” legt Selvi Cevik, studente aan het TMO en conceptmanager van het evenement uit. “De essentie kun je volgens ons vinden door je even terug te trekken uit je omgeving en te kijken naar wat belangrijk is voor jou.”

'Waar word ik nou eigenlijk gelukkig van?' is de vraag die speelt onder consumenten

Cevik neemt me mee naar een pop-up denimstore in de hal. In de winkel zijn eigenlijk geen jeans te koop, maar er wordt een nieuw maatsysteem gepresenteerd. Geen maat 34 of maat 42, maar handsom, glorious en, zoals de reporter, delicious. Bestaande ideeën loslaten en opnieuw naar eigen wens uitvinden, is hier heel praktisch vertaald naar een toepassing voor de kledingbranche. Bij de modeshow die daarna volgt, hebben studenten het anders aangepakt. Om de catwalk in de hal van TMO verzamelt een groep van studenten, docenten en ouders. Het thema van de modeshow is 'Wat is normaal?' Op de catwalk verschijnen modellen die niet echt vernieuwende kleding dragen, maar zelf wel stuk voor stuk opvallende verschijningen zijn. “Snap je wat je net hebt gezien?” vraagt Cevik. “We willen hiermee duidelijk maken dat ondernemers niet alles voor lief zouden moeten nemen en het ideaalbeeld dat geschetst wordt in de modebranche beter loslaten. Dat gaat verder dan alleen de keuze qua modellen. Het kan van toepassing zijn op alles waar een ondernemer mee te maken heeft.”

Het halfjaarlijkse Trend Event is onderdeel van de fashion business opleiding aan TMO. Studenten uit het vierde semester, het tweede jaar van de opleiding, kregen de opdracht een evenement voor ondernemers in de mode te organiseren en krijgen daarbij hulp van docenten en experts in de modebranche. Het is de bedoeling dat er ook echt ondernemers naar het evenement komen. Ruim honderd studenten hielpen mee en kregen ieder een eigen taak. Het doel van de opdracht is studenten leren creatief en oplossingsgericht te denken.

Vervolgens loodst Cevik me langs een muur waarop bezoekers met verf kunnen schilderen, een lege witte ruimte om alle gedachtes los te laten, een woonkamer op de kop en de volgende modeshow. De ruimtes in de school zijn aangenaam druk. “Het is heel leuk om vandaag rond te lopen en al deze mensen te zien, hoewel ik nog geen ondernemers heb gezien. Iedereen die hier rondloopt is student of familie van studenten,” vertelt de studente. We staan voor een grote twistermat. Het is niet de bedoeling dat bezoekers zelf een potje twister gaan spelen, want wat we zien is een catwalk. “Zoals ook net bij de muur, moedigen we bij hiermee ondernemers aan het kind in zichzelf naar boven te halen,” legt Cevik uit. “Ik en Eva Lankhorst, de andere conceptmanager, zijn verantwoordelijk voor het overkoepelende concept. Na een dag trendspotten in Amsterdam onder leiding van retailexpert Carin Frijters (oprichter van CF Retail) volgden brainstormsessies, waarna Eva en ik uiteindelijk het thema van vandaag, de essentie, hebben uitgekozen. De groepjes studenten hebben dat thema elk op hun eigen manier invulling gegeven.”

Als conceptmanager is Cevik een van de aanspreekpunten voor de andere studenten, daarom wordt ze na een tijdje weggeroepen. Haar collega Eva Lankhorst neemt het van haar over. “Je ziet hier foto's die je bewust maken van vooroordelen,” vertelt ze als we bij het volgende onderdeel zijn aangekomen. “De eerste foto's laten ongewone accessoires zien, zoals een supermarktmandje gedragen als rugzak. Op een andere serie foto's staan stereotype mensen afgebeeld. Een slanke en een vollere vrouw: welke van de twee heeft een eetstoornis? Een echtpaar dat met bord op schoot tv-kijkt en een familie rond een eettafel: wie is het gelukkigst? Ga niet zomaar uit van je eerste ingeving, maar sta open voor andere mogelijkheden, is de boodschap.”

Hoe kan een ondernemer deze boodschap vertalen naar zijn winkel? “We dragen geen kant-en-klare ideeën aan,” vertelt Lankhorst. “Maar we hopen dat ondernemers inspiratie krijgen om bijvoorbeeld de inrichting van hun winkel op een originele manier veranderen, waarbij ze goed nadenken over wat zijzelf en hun klanten graag willen zien.” Een andere student voegt daar aan toe: “De vooroordelen die ondernemers vaak hebben, zorgen er voor dat klanten zich soms niet welkom voelen als ze een winkel binnen stappen. Toch kan iemand in joggingbroek heel goed een driedelig pak nodig hebben.” Hij heeft een serie foto's gemaakt waarop studenten teksten vasthouden als 'I wear glasses, so I must be a geek.' en 'I'm young, so I must be naïve.'

Zakelijke ingestelde TMO studenten moeten creatief leren denken

Het laatste onderdeel is buiten in de zon te zien: een catwalkshow met modellen die in grote, doorzichtige, plastic ballen over het water lopen. Ik ga met studentes Kelly Hartog, Julia Blauwhoff en docente Harriët Noever aan een van de picknicktafels zitten. “Ik ben blij verrast door het eindresultaat,” zegt Noever, die de studenten van begin tot eind heeft begeleid bij het organiseren van het Trend Event. “Mijn bedoeling is studenten een andere manier van denken aanleren. De meeste studenten komen hier binnen met het idee dat je op een fashion business school niet creatief hoeft te zijn, maar het tegenover gestelde is waar. Dat levert een hoop gemopper op, maar uiteindelijk ook dit Trend Event.”

Blauwhoff twijfelt als ik haar vraag of ze het creatief denken inmiddels in de vingers heeft. “Ik heb wel veel dingen moeten regelen. Elke keer als er iets fout gaat, is dat mijn verantwoordelijkheid en moet ik snel een oplossing bedenken.” Noeven legt uit dat juist dít de manier van creatief denken is die ze studenten wil bijbrengen. “Creatief denken is meer dan een kunstwerk maken. Het is met een open blik naar mogelijkheden zoeken, vernieuwend zijn. Dat is voor de studenten nog wel moeilijk, merkte ik bijvoorbeeld vanochtend. Een aantal van de waterballen was lek gegaan, dus ik stelde voor dan ook een rubberbootje te gebruiken. Dan blijkt dat de studenten een duidelijk plan hebben en het, zeker op een stressmoment als vandaag, nog moeilijk vinden om daar van af te wijken.”

De docente vindt dat het evenement ook nuttig is voor ondernemers. Ze zegt grappend: “Toch kan ik de meeste ondernemers van boven de vijftig maar lastig overtuigen van mijn gelijk. Bij mijn studenten ben ik gelukkig nog op tijd om ze anders te leren denken.”

Ingrid Reinds