Fairtrade-katoen in trek

De wereldwijde vraag naar 'eerlijke' katoen is het afgelopen jaar verdubbeld. Dat blijkt uit het jaarlijkse rapport van de Fairtrade Labelling Organisations International (FLO). Met 'eerlijk' wordt bedoeld dat iedereen in de productieketen zijn werk onder redelijke omstandigheden doet, tegen een acceptabel salaris.

Uit het rapport blijkt verder dat er het laatste jaar wereldwijd 47 procent meer 'eerlijke' producten zijn verkocht dan in voorgaande jaren. Het totaalbedrag dat aan fairtrade werd uitgegeven kwam uit op €2,3 miljard. Daarvan profiteren 1,5 miljoen arbeiders en producenten uit 58 landen.

http://www.fairtrade.net/labelling_initiatives.html
26 mei 2008

 

Een nieuw onderkomen voor het TRC

Het Textile Research Centre (TRC) is dringend op zoek naar een geldschieter voor een nieuw onderkomen. Het depot van het onderzoeksinstituut, dat nu gevestigd is in het rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden, barst uit zijn voegen. De collectie omvat meer dan 5000 kledingstukken en accessoires en er kan niets meer bij. Terwijl het instituut nog geregeld uit binnen- en buitenland bijzondere kledingstukken krijgt. Het TRC heeft meer ruimte nodig voor conserverings- en educatieve doeleinden. Ook wil men een permanente tentoonstellingsruimte inrichten. De gemeente Leiden heeft toegezegd dat het de oprichting van het kostuummuseum in de stad zal steunen. “We hebben zelfs al een geschikt pand gevonden,” vertelt directrice Gillian Vogelsang, “een school in het centrum van Leiden. Nu zoeken wij alleen nog een financier voor de hypotheek.”

Dr. Gillian Vogelsang is textiel- en kostuumhistoricus en directrice van het TRC. Vogelsang heeft naam gemaakt als textielarcheoloog. Zo heeft zij de complete catalogus aangelegd van de kleding van Toetanchamon. De koninklijke garderobe is onder haar leiding gereconstrueerd. Verder houdt de stichting, die in 1991 werd opgericht, zich onder meer bezig met de relatie tussen kleding en identiteit. In een eerder interview met FashionUnited zei Vogelsang dat kleding in Nederlandse academische wereld lange tijd is onderschat als symbool van de samenleving. Vogelsang: "De reden is eenvoudig. Het is een 'vrouwelijk' onderwerp. Wij zijn wel 'the knitting brigade' (het breikransje, red.) genoemd." De afgelopen jaren is de situatie sterk verbeterd. Recent is de publieke discussie over hoofddoeken die heeft bijgedragen tot meer aandacht voor het onderzoekscentrum, zowel van de media als van studenten.

Wie vraagt waarom haar werk van belang is, krijgt van Vogelsang een tegenvraag. "Waarom ga jij niet naakt over straat?" Voor mensen die bewust voor bepaalde kleding kiezen ligt de connectie tussen kleding en identiteit voor de hand. Dat geldt bijvoorbeeld voor uniformen, maar ook voor de uniforme wijze waarop mensen binnen een subcultuur zich kleden. De meeste mensen zijn zich echter nauwelijks bewust dat hetgeen zij dragen veelzeggend is. Niet alleen over wie zij zijn, maar ook over hoe zij zich voelen. De maatschappelijke relevantie van het TRC is duidelijk. Ook de modebranche profiteert hiervan. “Geregeld komen modestudenten langs om te kijken en inspiratie op te doen.”

De collectie van het instituut breidt uit dankzij giften. “Vorig jaar werd ik thuis uitgenodigd door een oudere dame die een artikel over ons gelezen had. Zij had wat stukken op zolder die zij wilde doneren. Ik ging kijken en trof daar 350 kledingstukken aan. Een verzameling Oud-Hollandse stedelijke klederdracht die teruggaat tot de 18 e eeuw. Dat is verder nergens in Nederland te zien.” Vogelsang vertelt verder. “Binnenkort krijgen we waarschijnlijk kleding van de president van Mongolië. Hij wil dat graag aan ons doneren, maar ik weet niet meer waar ik het laten moet.”

www.texdress.nl
6 mei 2008

 

Biologisch katoen steeds populairder

Meer en meer labels maken bij het produceren van (gedeeltes van) hun collecties gebruik van biologisch katoen en eerlijke productie. Floortje Dessing is al lange tijd voorvechter van fair trade en verkoopt in haar Nukuhiva winkels alleen labels met keurmerken die een eerlijk productieproces waarborgen en biologisch katoen gebruiken. Ook Hema en H&M hebben eco-lijnen en veel jeanslabels brengen milieuverantwoorde jeans op de markt.

Labels van grote concerns als het Deense Bestseller en het eveneens Deense IC Companys blijven niet achter. Jack & Jones, een van de merken van Bestseller, had eind november 2007 de eerste biologische en fair trade collectie in de schappen liggen. In de voetsporen daarvan komt ook Vero Moda (eveneens van Bestseller) deze lente met een ecologische lijn: Vero Moda Organic Cotton. Vero Moda speelt hiermee in op de bestaande overeenkomst van Bestseller tot corporate social responsability (CSR). Al eerder is het concern begonnen met het hanteren van de code of conduct; een reeks ethische regels die een gezonde en veilige werkomgeving nastreeft voor de werknemers in de fabrieken waar de kleding wordt geproduceerd.

Kleding van biologisch katoen en met een fair trade keurmerk zoals die van Jack & Jones, is wel iets duurder, maar met het geld worden lokale projecten gefinancierd. “Van het geld worden investeringen gedaan in de gebieden waar de katoen vandaan komt,” laat een woordvoerder van Jack & Jones weten. “Bijvoorbeeld ter verbetering van de lokale scholen.”

Ook dat is een trend; het Scandinavische Jackpot (IC Companys) garandeert dat tien procent van de collecties fair trade is en gemaakt van duurzaam geproduceerde katoen. Dit doet het label om Corporate Social Responsibility Strategy te realiseren. Als onderdeel van de CSR Strategie van het bedrijf, heeft Jackpot een T-shirt (foto) van biologisch katoen ontworpen. Van elk verkocht T-shirt zal Jackpot zeven euro doneren aan het Gulshan Literacy Programma, die twee scholen in Bangladesh beheert.

Het was natuurlijk al lang bekend dat het verbouwen van katoen met gebruik van chemicalieën en pesticiden slecht is voor het milieu. Er zijn verschillende organisaties die zich inzetten voor eerlijke en duurzame productie van grondstoffen voor kleding. Een daarvan is het Nederlandse Made By. Overige organisaties die fair trade certificaten uitgeven zijn Max Havelaar en Global Organic Textile Standard (GOTS): kleding met een fair trade certificaat garandeert dat er eerlijke prijzen voor de grondstoffen zijn betaald waarmee lokale en economische projecten gefinancierd worden.

Biologisch katoen is geproduceerd zonder chemicalieën en pesticides, is huidvriendelijk en hypo-allergeen.

www.iccompanys.com
www.bestseller.com
www.made-by.nl
www.maxhavelaar.be
www.global-standard.org
10 maart 2008

 

Lunter Textiel krijgt licentie Dutch Bakery Design

Lunter Textiel gaat de collectie van The Dutch Design Bakery produceren, verkopen en leveren. Dat zijn de partijen ruim een week geleden overeengekomen. Daarmee is de groei en het voortbestaan van het Nederlandse kinderkledingmerk verzekerd.

Lunter Textiel is groothandel, importeur en exporteur van verschillende textielproducten. Het bedrijf is onder meer vertegenwoordiger van het merk Motionwear , licentiehouder van kindermerk Simply Colors en eigenaar van het merk Go-On. Ook heeft het bedrijf de beschikking over eigen productiekanalen en verkoopkantoren, waarmee het zowel nationaal als internationaal een sterke positie heeft op de markt. Dutch Bakery Design is een baby- en kindermerk in het hoge segment dat zich kenmerkt door de vrolijke en exclusieve stijl van zijn ontwerpen.

De afspraak biedt voordeel aan beide partijen. Lunter Textiel breidt met Dutch Design Bakery het assortiment uit naar een hoger segment en Dutch Design Bakery kan zich met hulp van het internationale netwerk van Lunter Textiel wereldwijd presenteren. Ook verkopers van het merk profiteren van de overeenkomst: "Doordat we nu deel uitmaken van een groot bedrijf kunnen we profiteren van inkoopvoordelen en dat merken winkeliers terug in hun marge," zegt Marie Mulder, de oprichtster van het merk Dutch Bakery Design.

Zelf houdt ze de verantwoordelijk voor ontwikkeling van de collecties: "Ik kan me nu op de eerste plaats richten op de conceptuele ontwikkeling en het design, maar zal daarnaast nauw betrokken blijven bij de presentatie en ondersteuning van het merk." Ze is onder meer van plan nieuwe producten te ontwikkelen.

In november maakte Marie Mulder bekend dat ze samenwerking zocht met een ander bedrijf omdat groeien op eigen kracht niet langer mogelijk bleek voor Dutch Design Bakery. Het bedrijf werd opgericht in 2003 en wordt verkocht in onder meer Denemarken, Zweden, Engeland, Duitsland en Zwitserland en zeventig in Nederland. "Nu Lunter Textiel wereldwijd de licenties en rechten van The Dutch Design Bakery heeft verkregen, kan het bedrijf weer op volle kracht vooruit," aldus Mulder. "Vooral van het verre oosten verwachten we veel."

De eerste nieuwe collectie van Dutch Design Bakery wordt eind februari verwacht.

www.thedutchdesignbakery.nl
14 februari 2008

 

OE vestigt zich in Nederland

De Organic Exchange (OE), een organisatie die zich richt op het faciliteren van de groei van de biologische katoenindustrie, heeft een nieuw kantoor geopend in Nederland. Daarmee hoopt de organisatie op beter contact met merken en retailers in Europa. Organic Exchange wil nauwer gaan samenwerken met Made By en wordt financieel ondersteund door de ICCO, een Nederlandse stichting die zich bezighoudt met ontwikkelingssamenwerking, en Solidaridad, een ontwikkelingsorganisatie die eerlijke handel bevorderd.

Komend jaar wil de organisatie onder meer trainingen geven over biologisch katoen in Amsterdam Duitsland, de UK en Zweden. Daarnaast zullen er onder meer workhops en adviesrondes zijn voor merken en retailers.

www.organicexchange.org
14 januari 2007

 

Veel biologisch katoen verkocht

Biologisch katoen heeft in 2006 $1 miljard opgebracht. Dat is 85 procent meer dan een jaar eerder toen er nog maar 583 miljoen werd uitgegeven aan biologisch katoen. De verwachting is dat de opbrengst dit jaar nog eens met 83 procent zal stijgen naar een bedrag van 3,5 miljard. Dat blijkt uit onderzoek van Organic Exchange.

Dat de handel in biologisch katoen in de lift zit, was al langer duidelijk. Onlangs maakte de organisatie nog bekend dat de vraaag naar biologisch katoen tussen juni 2005 en juli 2006 met 53 procent is gestegen. De komende jaren zal de stijging zich volgens Organic Exchange voort blijven zetten. Voor volgend jaar voorspelt de organisatie een stijging naar $3,5 miljard en in 2009 zal er 4.5 miljard worden gespendeerd aan biologisch katoen. In 2010 moet dat zijn opgelopen tot $6,8 miljard.

Volgens Organic Exchange is de belangrijkste reden voor het aantrekken van de handel in biologisch katoen de stijgende vraag van consumenten. Ook het uitbreiden van de biologische collecties van grote bedrijven is een grote aandrijver. De vijf grootste inkopers van biologisch katoen zijn Wal-Mart, Nike, Coop Switzerland, Patagonia, en Otto. C&A maakt, met de onlangs geïntroduceerde groene plannen, kans om voor dit jaar in de top vijf te komen.

www.organicexchange.org
5 november 2007

 

Loonafspraken textielondernemers niet bestraft

Werkgevers in de textielbranche kunnen doorgaan met het maken van loonafspraken voor hun medewerkers. Dat is de uitkomst van de rechtzaak die de CNV over dit onderwerp had aangespannen. De vakbond kwam in actie tegen de textielondernemers omdat de leden van de VGT na het aflopen van de Cao in 2004 gezamenlijk besloten gewijzigde arbeidsvoorwaarden voor te leggen aan nieuwe werknemers. "Dat zijn kartelafspraken," zegt Jeroen Warnear van de CNV dienstenbond. "Hierdoor is er geen eerlijke concurrentie mogelijk met betrekking tot arbeid." Met deze klacht stapte de bond naar de Nederlandse Mededingingsautoriteit, maar die weigerde de zaak te onderzoeken.

Dat was reden voor CNV om de zaak voor de rechter te brengen. "Kartelafspraken moeten immers worden onderzocht," meent Warnear. De rechter schaarde zich woensdag echter achter het standpunt van de NMA en stelde de bond dus in het ongelijk. De CNV is teleurgesteld over de uitspraak, maar heeft nog hoop dat de arbeidsomstandigheden van de werknemers in de textielbranche verbeterd kunnen worden. "We willen weer in gesprek met de VGT, en ik verwacht dat we uiteindelijk wel weer een CAO op kunnen stellen." De krappe arbeidsmarkt vergroot volgens hem de kans op betere arbeidsvoorwaarden.

www.cnv.nl
1 november 2007

 

Textielfabrikant wordt modehuis

Met het presenteren van modecollecties en -accessoires en het openen van flagshipstores in Afrika, maakt textielfabrikant Vlisco de overstap naar een modebedrijf. Volgens creatief directeur Henk Bremer is de Afrikaanse markt klaar voor een nieuwe benadering.

Van origine is Vlisco een katoendrukkerij in Helmond. De fabriek, waar momenteel 450 mensen werken, levert waxprints en javaprints voor de West Afrikaanse markt. Tegenwoordig geldt Vlisco daar als marktleider op het gebied van stoffen en produceert voor het topsegment van de markt. Dit jaar opent het bedrijf op proef twee flagshipstores in Nigeria en Benin. Daarin prestenteert het bedrijf dan behalve de bekende doeken ook een servicepunt dat adviezen geeft over hoe de doeken te bewerken. Bovendien presenteert Vlisco er een eigen confectie- en een accessoirecollectie. Als het nieuwe concept aanslaat, volgen er winkels in andere landen.

"Afrika verandert," vertelt Henk Bremer. "Ook daar leven mensen tegenwoordig met mobiele telefoons en internet en ook zij lezen Elle en andere magazines. Traditionele prints en stoffen blijven het Afrikaanse modebeeld beheersen, maar dat gebeurt wel met een eigentijdse benadering. Op die ontwikkeling willen we inspringen."

Ook voor Vlisco betekende dit veel verandering; Zo is het marketing en salesapparaat uitgebreid en zijn extra mensen aangenomen om de retailformule op poten te zetten. Toch valt het risico mee, denkt Bremer: "We blijven opereren op een markt die we goed kennen. Het zijn nieuwe dingen die we vanuit onze kracht lanceren. Bovendien is vooraf uitgebreid marktonderzoek gedaan." Vlisco is het eerste bedrijf binnen de branche dat de stap naar modehuis maakt in Afrika.

www.vlisco.com
13 augustus 2007

 

Nederland klaar voor productie henneptextiel

Plant Research International Wageningen is er samen met verschillende Duitse en Nederlandse partners in geslaagd een keten op te zetten waarmee op grote schaal henneptextiel kan worden geproduceerd. De enige schakel die nog ontbreekt is een fabriek.

In het Duits-Nederlandse regionale project ‘Duits-Nederlandse hennepketen voor textielproductie' werken agrariërs, textielbedrijven en onderzoekinstituten samen om een regionale henneptextielketen van de grond te krijgen. Doel is de duurzame productie van textiel op basis van hennep te bevorderen en tegelijkertijd de regionale economie te versterken. Op dit moment is er wel textiel van hennep beschikbaar, maar dat is meestal afkomstig uit China of Roemenië. “Het nadeel daarvan is dat het niet inzichtelijk is hoe de textiel daar geproduceerd is,” zegt Marcel Toonen, die zich bij Plant Research International Wageningen bezighoudt met het project. “Als alles hier wordt geproduceerd is de productiemethode inzichtelijk en meetbaar.”

De afgelopen periode werd een proef gehouden met de productie van henneptextiel in Nederland en Duitsland. Oorspronkelijk levert hennep materiaal op met een vrij groffe vezel, maar dankzij een nieuwe productiemethode waarin gebruik wordt gemaakt van stoomexplosie is er nu een textiel mogelijk met fijnere vezels. “Deze methode is het enige aspect uit de keten dat nog niet op industriële schaal beschikbaar is,” aldus Toonen. Momenteel vindt dit proces plaats in een laboratorium. De stof die het oplevert is een jeansstof die voor een kwart bestaat uit hennep en een gewone stof die voor de helft bestaat uit hennep en katoen. Uit tests is gebleken dat de stoffen in vergelijking met katoen meer slijtvast zijn en ook de wateropname en -afgifte is beter.

Doel van de proef is onder meer om voor Nederlandse en Duitse bedrijven de mogelijkheid te scheppen meer gebruik te maken van duurzame stoffen, vertelt Toonen. “Nu zeggen potentiële henneptelers nog: ‘Wie gaat al die hennep dan straks afnemen?' Aan de andere kant willen kledingproducenten wel hennep gebruiken, maar er ook zeker van zijn dat ze erop kunnen vertrouwen dat er voldoende textiel valt af te nemen van een goede kwaliteit.” Ook is het de bedoeling dat het de werkgelegenheid stimuleert.

Aan de proef namen verschillende modebedrijven deel, waaronder Cars Jeans, de modeacademies in Arnhem en Berlijn, Gardeur en Markoviec. Eind deze maand wordt het onderzoek gepresenteerd in de Duitse plaats Kleve. Dan begint ook het zoeken naar mogelijkheden voor het ontwikkelen van een stoomexplosiefabriek in Nederland of Duitsland.

www.stextile.eu
2 juli 2007

 

Meer vraag naar biologisch katoen

De vraag naar producten van biologisch katoen stijgt. In 2001 werd er voor 245 miljoen US dollar aan biologische katoen verkocht, vorig jaar is dat bedrag opgelopen tot 580 miljoen US dollar. Dat blijkt uit een onderzoek van Organic Exchange.

De komende jaren verwacht de organisatie een verdrievoudiging met een geschatte omzet van 2.6 miljard US dollar in 2008. Toonaangevende bedrijven op deze markt zijn Nike (wereldwijd), Coop Switzerland, Otto (Duitsland), Patagonia (wereldwijd) en Sam's Club/Wal-Mart (wereldwijd).

www.organicexchange.org
8 september 2006

 

Kunst met textiel

In Galerie Intermezzo in Dordrecht is vanaf zaterdag 21 januari het werk te zien van vijf kunstenaars. Alle vijf de kunstenaars, te weten Monika E. Auch, Eiko Ishizawa, Merel Karhof, Maaike Roozenburg en Marcella Tessari werken op verschillende manieren met textiel. Zo specialiseerd Monika E. Auch zich op de weefkunst en ontwierp Merel Karhof voor haar afstuderen een leren zitsysteem. Door deze verschillende vormen van gebruik van textiel ontstaat volgens de galerie “een presentatie van hedendaagse vormgeving, ambachtelijke bewerkingen, gebruiks-en autonoom werk en staaltjes actuele technische mogelijkheden.”
De expositie Tex·tiel5 loopt van 21 januari t/m 25 februari.

www.galeries.nl/intermezzo
19 januari 2006

 

 

Onderzoek naar katoenproductie gestart

Goede Waar & Co is samen met de Wageningen Universiteit een onderzoek gestart naar de milieubelasting van biologische katoenteelt. Katoen staat bekend als één van de meest milieubelastende gewassen ter wereld. Over het gebruik van biologische katoen als alternatief zijn de meningen echter verdeeld en wetenschappelijke referenties over de gevolgen voor het milieu hiervan ontbreken.

De katooenteelt is zeer belastend voor het milieu. Uit de landen waar dit gewas wordt geteeld komen alarmerende berichten over het hoge verbruik van pesticiden, water en kunstmest en de daarmee gepaard gaande gezondheidsklachten van landarbeiders in de katoenteelt en de milieuschade op korte en lange termijn. Consumentenvereniging Goede Waar & Co maakt zich sterk voor voeding en kleding die wordt geproduceerd op een milieuvriendelijke manier, onder goede arbeidsomstandigheden en voor een eerlijke prijs. Medio 2003 is de organisatie begonnen met de ontwikkeling van een duurzaamheidsprotocol voor kledingproductie, aan de hand waarvan prestaties van (mode)bedrijven op het gebied van mens-, dier en milieuvriendelijkheid kunnen worden onderzocht. Begin 2004 werd een meetlat ontwikkeld: de Katoenchecker. Deze meetlat wees uit dat bij de meeste bedrijven het sociale aspect van maatschappelijk verantwoord ondernemen meer aandacht krijgt dan het milieuaspect. Dit aspect heeft vooral betrekking op de katoenproductie, aan het begin van de keten.

De reacties vanuit de modebranche op de Katoenchecker waren verdeeld. De duurzaamheid van biologisch katoen werd om verschillende redenen in twijfel getrokken. Vanwege het gebrek aan objectief bewijs voor de duurzaamheid van de teeltmethoden wordt vooralsnog geen prioriteit gegeven aan het gebruik van biologisch katoen.

Op initiatief van consumentenvereniging de Wetenschapswinkel van Wageningen Universiteit en Researchcentrum een onderzoek gestart naar de milieubelasting van biologischekatoen. De uitvoering van dit onderzoek is in handen van het Innovatiecentrum Biologische Landbouw (IBL) en de leerstoelgroep Biologische Productiesystemen van de WUR. De onderzoeksresultaten worden in de eerste helft van 2006 bekend gemaakt.

www.goedewaar.nl
18 oktober 2005

 

Brancheorganisaties om textielschade naar rechter

Evo, Modint en Vivo bereiden een rechtszaak voor tegen de Nederlandse staat. De organisaties vragen om de levering van kleding, waarvoor de contracten al waren afgesloten voordat de invoerquota in werking traden. Ook breiden de organisaties een Europese procedure voor om schadevergoeding voor gedupeerde bedrijven te realiseren.

Evo Modint en Vivo roepen door de maatregelen getroffen bedrijven op om zich bij hen aan te sluiten voor de aangekondigde procedures. Hoewel het Ministerie van Economische Zaken er de laatste weken alles aan gedaan heeft om de economische schade in te dammen, zien de organisaties geen andere uitweg dan naar de rechter te stappen. De maximale hoeveelheden voor broeken, truien en blouses werden al eerder bereikt. Deze week zijn ook de quota voor bh's en t-shirts overschreden. De schade loopt daardoor met de dag op. Evo, Modint en Vivo sturen ook een brandbrief aan premier Balkenende, waarin zij hem vragen om er bij Europese Commissie voorzitter Barosso op aan te dringen een snelle oplossing te vinden.

Ondanks de politieke druk lijkt het er niet op dat de Europese Commissie snel met een oplossing komt. De verschillende EU landen hebben tegenstrijdige belangen. Zo drongen de textielproducerende landen Italië, Portugal en Frankrijk er begin deze zomer op aan de quota in te stellen, om zo hun eigen economie te beschermen. Voor Nederland, alsook voor Zweden, Finland en Denemarken, leveren de invoerquota problemen op. De bedragen die ermee gemoeid zijn, zijn dermate groot dat een gang naar de rechter gerechtvaardigd is. De bedrijven zeggen al 100 miljoen euro schade te hebben geleden sinds de invoer van de quota.

Evo, Modint en Vivo beschuldigen de Europese Commissie op grond van haar onzorgvuldigheid bij het opleggen van de handelsbeperkingen. Zo is er geen overgangsregeling opgesteld en hebben de quota een niet gerechtvaardigde terugwerkende kracht.

Volgens de organisaties zou de Europese markt bovendien niet bedreigd worden door goedkope Chinese textiel. Sinds de opheffing van de invoerquota, begin dit jaar, is de invoer de eerste maanden slechts met drie procent toegenomen. Het enige verschil is dat de handelsstromen verlegd zijn. Het Aziatische textiel komt nu voornamelijk uit China.

23 augustus 2005

 

 

Van Gennip: “textielhandelaren overvallen door quota”

Staatssecretaris Van Gennip van Economische Zaken wil dat de partijen textiel uit China toch worden doorgelaten. Zij hoopt dat Nederlandse handelaren daarmee geholpen zijn, omdat zij zijn “overvallen” door de nieuwe importquota. Van Gennip reageerde hiermee op de kwestie rond de importbeperkingen vanuit China welke hebben geleid tot een invoerverbod in de EU op ongeveer 55 miljoen truien en 10,5 miljoen broeken. Belangenverenigingen EVO (logistiek), Modint (kledingbranche) en Vivo (importeurs uit het Verre Oosten) luidden hierom vorige week de noodklok. Vrijdag is overleg geweest tussen Van Gennip en de belangenverenigingen. “De organisaties zijn blij met de uitkomst van het overleg, waarin de staatssecretaris een aantal oplossingsrichtingen heeft aangegeven,” zo melden zij in een gezamenlijk communiqué. “De voornaamste suggestie van de staatssecretaris voor een oplossing van deze problematiek is het vrijgeven van goederen waarvan de contracten en/of financiële verplichtingen eerder dan de inwerkingtreding van de quota zijn afgesloten.”

In de Volkskrant zegt Van Gennip dat de quota “volstrekt tekortschieten” wanneer wordt gelet op de orders die importeurs al hadden uitstaan. Zij is het dan ook niet eens met eurocommissaris Mandelson van Handel die de textielhandelaren zelf de schuld gaf van de problemen. ( zie: Brussel: “Partijen mogen wél binnen” op deze site ). Volgens Van Gennip konden textielhandelaren vooraf niet weten dat in juni opnieuw quota zouden worden ingesteld. Zij wil dan ook dat alle contracten die voor eind april werden getekend met Chinese leveranciers alsnog worden toegelaten op de Europese markt.

EVO, Modint en Vivo hebben aangegeven het gesprek van de staatssecretaris met de Europese commissaris, dat volgende week plaatsvindt, te zullen afwachten. Als na dit gesprek een perspectief op een snelle oplossing ontbreekt, worden echter juridische stappen overwogen. De schade voor importeurs en afnemers (die wordt geschat op 60 tot 70 miljoen euro) kan nog worden beperkt als de betreffende goederen uiterlijk de laatste week van augustus door de douane worden vrijgegeven.

De staatssecretaris overlegt nu met collega's in Ierland, Duitsland en Zweden om gezamenlijk een oplossing af te dwingen in Brussel.

15 augustus 2005

 

Hans zoekt panden

Hans streeft naar een landelijke dekking. De kledingketen wil het aantal winkels in Nederland verdubbelen en mikt op een totaal van 300 filialen binnen drie tot vijf jaar. Op korte termijn concentreert men zich op uitbreiding in de provincies Utrecht, Friesland, Groningen, Drenthe, Gelderland en Limburg. Op de eigen website heeft het bedrijf duidelijk aangegeven aan welke eisen de panden moeten voldoen. Zo wil Hans alleen winkels met een minimale oppervlakte van 270 tot 450 vierkante meter te beslaan met een frontbreedte van tussen 8 en 12 meter. Voorts geeft men de voorkeur aan A2 of B1 locaties in plaatsen met minimaal 12000 inwoners, maar ook steden met minder inwoners die wel een regiofunctie hebben zijn interessant.

De expansie is een initiatief van de nieuwe directeur van het bedrijf: Frans de Vos. Hij is van mening dat er in iedere middelgrote gemeente plaats is voor een filiaal. Eerst heeft hij de naam van de keten veranderd. De toevoeging Textiel en Mode die er vroeger achter stond is verdwenen en ‘Hans’ bleef over. De Favoriet Sportwinkels - 19 in totaal - van de textielsupermarkt worden omgebouwd tot Hans-winkels. En 21 vestigingen van de in 2001 overgenomen Belgische keten Dikado dragen sinds een half jaar deze naam.

Hans wil in eerste instantie een kleding- en textielspecialist zijn. Pas in de tweede plaats wordt met de lage prijzen geschermd. Het gaat erom vooral een ruime keus en exclusief assortiment te bieden. Het bedrijf ontwerpt en ontwikkelt daarom alle collecties zelf. Hans heeft nu 170 winkels in Nederland, voornamelijk in de Randstad, en 21 in België.

www.hanstextiel.nl
25 juli 2005

 

Griekse textielsector noodlijdend

In de Griekse textiel- en kledingindustrie zijn tussen 2001 en 2004 meer dan 45.000 banen verloren gegaan. Dat werd bekend gemaakt op een bijeenkomst van de Hellenic Fashion Association. Het schrappen van banen werd in gang gezet door enerzijds goedkope importen uit landen als China en anderzijds het verplaatsen van de productie naar nabijgelegen Balkanlanden. In 2004 daalde de werkgelegenheid met 8 procent. De export daalde met 8,7 procent. Dit ging gepaard met een toename van de import met 13,4 procent en een daling van de productie in eigen land met 5,5 procent.

21 juni 2005

 

Goedkope Aziatische textiel populair op Oost-Europese markt

Aziatische winkeleigenaren zetten op jaarbasis twintig procent van hun producten af op de Tsjechische markt. Dat bleek uit een marktonderzoek dat werd uitgevoerd door Incoma Research. Uit de resultaten van het onderzoek kwam naar voren dat Aziatische handelaren in 2005 tot nu toe voor een waarde van 10 miljoen Tsjechische Kroon kleding en textiel verkochten. Retailproducten, waaronder schoenen, leverden zelfs 42 miljoen op. De meeste winkeleigenaren zijn Vietnamese immigranten die goedkope Aziatische en Chinese kleding verkopen.

Tsjechische consumenten hebben steeds meer te besteden. Ze beschouwen winkelen meer en meer als een aangenaam tijdverdrijf. Ook in andere Oost-Europese landen is deze trend te bespeuren. Door de nabijheid van en aansluiting bij de EU worden consumenten in deze landen steeds prijs- en merkbewuster. Hoewel de Oost-Europese lage lonen landen, zoals Polen en Hongarije, lange tijd konden concurreren met de Aziatische kledingproductie, is de competitiviteit door de Chinese afschaffing van de quota in het geding geraakt. Dat bleek bijvoorbeeld al uit de plannen van het Poolse mannenkledingbedrijf Vistula SA om zijn productie te verplaatsen naar China.

21 juni 2005

 

Leapfrog optimistisch over Europese textielproductie

Europa is een waardige concurrent op het gebied van textielproductie. Dat benadrukte de voorzitter van Leapfrog bij de jaarlijkse conferentie in Brussel. Het Leapfrog project ondersteunt research naar en ontwikkeling van de productie van stoffen en kleding. Op de conferentie presenteerden enkele bedrijven hun onderzoeksresultaten.

Hoewel de media negatief berichten over de Europese textielindustrie, moet Europa als concurrentiepartij niet worden onderschat. Europese producenten ondervinden veel last van China en andere lage lonen landen. Toch is de competitiviteit niet gelijkwaardig omdat deze landen hun producten onder de kostprijs verkopen. Met dit statement opende voorzitter William H. Lakin de tweede conferentie van Leapfrog.

De organisatie, die staat voor 'Leadership for European Apparel Production from Research along Orginial Guidelines', wil een netwerk- en kennisplatform zijn voor bedrijven die zich bezighouden met het vervaardigen van innovatieve concepten en technologieën voor de textielindustrie. Doelstelling is het optimaliseren van het kledingontwerp- en productiesysteem en het realiseren van een technologische doorbraak. Tegenover lage lonen producenten kan Europa concurreren met kwaliteit en verbeeldingskracht, aldus Lakin.

Belangrijke pijlers bij het verhogen van de concurrentievaardigheid zijn het verlagen van de productiekosten, het verhogen van de kwaliteit, het sneller inspelen op de markt en het bieden van toegevoegde waarden. Onder de hoede van Leapfrog scharen zich inmiddels meer dan zeventig relevante onderzoeksprojecten in Europa.

Zo presenteerde Jan Laperre van Centexbel verschillende nieuwe technologieën voor de afwerking van stoffen. Met de traditionele manier om extra kwaliteiten aan weefsels toe te voegen, gaan grote hoeveelheden water gepaard. De textielindustrie doet daarom onderzoek naar manieren die minder water verbruiken, zoals digital printing, plasmatechnologie en nanotechnologie. Zo kunnen stoffen persoonlijker worden gemaakt of kan bijvoorbeeld een water- en vuilafstotende coating worden aangebracht.

Ook de manier waarop weefsels worden vervaardigd is aan veranderingen onderhevig. Robots die het naaiwerk verrichten, scan- en lasersystemen en zelfs kleding waaraan door middel van zonne-energie extra kwaliteiten worden toegevoegd zijn in ontwikkeling.

Een andere opmerkelijke nieuwe techniek is het driedimensionaal virtueel ontwerpen van kleding, waarin het bedrijf Miralab zich specialiseert. Met deze techniek wordt simulatie van pasvorm en comfort van de stof mogelijk gemaakt. Miralab probeert de werkelijkheid zo goed mogelijk te benaderen om zo te laten zien hoe de stoffen reageren op bewegingen van het menselijk lichaam.

Het Leapfrog project kent een enorme variëteit, maar streeft een eenduidig doel na: de verbetering van het concurrentievermogen van de Europese textielindustrie, aldus voorzitter Lakin.

20 juni 2005

 

Eerste Textiel en Mode Week

De Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag (KABK) presenteert van 15 tot en met 18 juni 2005 de eerste Textiel en Mode Week. Dan tonen 14 eindexamenstudenten van de afstudeerrichting Textiel en Mode van de academie hun werk op verrassende plekken in de stad. De week wordt afgesloten met een Modeshow. Alle eerste-, tweede-, derde- en vierdejaarsstudenten Mode tonen hun creaties op de catwalk. Het werk van studenten Textiel is te bezichtigen in een speciale tentoonstelling.

Het werk van de eindexamenstudenten Textiel en Mode is ook te zien tijdens de Eindexamenexpositie 2005 van de KABK die plaatsvindt van 25 juni tot en met 3 juli 2005. Dan is tevens het eindexamenwerk van studenten ArtScience, Beeldende Kunst, Fotografie, Grafische en Typografische Vormgeving, Interieurarchitectuur en Type & Media te zien.

www.kabk.nl
2 juni 2005

 

Transgenisch katoen in Brazilië

Vanaf 2007 is het wellicht mogelijk dat vanuit Brazilië transgenisch katoen op de markt wordt gebracht. Kortgeleden heeft de Braziliaanse president zijn handtekening gezet onder een akkoord voor Biosafety. Deze maand ook kwam de nationale commissie voor Biosafety tot een overeenkomst voor de verkoop van de Bollgard genen in katoen.

Het Amerikaanse Delta and Pine Land Company (D&PL) is producent van zaad van één van de meest verkochte katoenvariaties vanuit Brazilië. Volgens Tom Jagodinski, President en Chief Executive Officer van D&PL is de eerste oogst van transgenisch katoen in 2007 te verwachten: "We wachten nog even op de verfijnde voorschriften, maar wij geloven dat al onder de huidige regels, transgene variaties mogelijk zijn vanaf 2007."

D&PL heeft toestemming om op commerciële basis katoenvariaties te ontwikkelen onder deze variaties zijn Monsanto's Bollgard en Roundup Ready. D&PL is producent, ontwikkelaar en marketeer van katoenzaad. Het Amerikaanse bedrijf werkt samen met het nationale Maeda S.A. Agroindustrial. De naam van de joint venture is MDM Sementes De Algodao Ltda. In Brazilië wordt van de 850,2 miljoen hectare grondgebied ongeveer een miljoen hectare grond gebruikt voor de katoenindustrie.

30 maart 2005

 

>> meer Textiel nieuws bij FashionUnited in het Archief